Nieuws/Binnenland
1043606
Binnenland

Wandelen

Het getij bepaalt

Je gaat niet op Rottumeroog wandelen, je mág op Rottumeroog wandelen. Een half jaar lag onze aanvraag op de burelen van Staatsbosbeheer voor men toestemming gaf in te schrijven op een van de 23 afvaarten dit jaar vanuit Lauwersoog naar het meest noordelijke, onbewoonde eiland van Nederland. Een mooi, maar tijdrovend avontuur!

Kwart voor elf varen we weg uit Lauwersoog. Daar zit geen enkel menselijk motief achter, dat wordt zo bepaald door de natuur. Een week later vertrekt men bijvoorbeeld al om vijf uur in de ochtend. En geen vijf minuten te laat komen, want de Noordster vertrekt precies op tijd! Het getij dicteert hier namelijk de regels. Door de aantrekkingskracht tussen zon, maan en aarde is het elke dag op een ander tijdstip hoogwater. En alleen dan kan de Noordster, met een diepgang van 60 centimeter voor en 1,20 meter achter, zijn weg door de geulen vinden.

In de ban van het wad

De mens wordt slechts mondjesmaat toegelaten. Alleen eind maart en in augustus en september is Rottumeroog voor bezoekers toegankelijk, de rest van het jaar is het kleinste Waddeneiland streng verboden terrein. Dertig gelukkigen melden zich deze morgen bij schipper Sjors Smallenbroek. Woonachtig in Assen, maar al decennialang in de ban van het wad. Hij liep ooit als een van de eersten van de Groninger kust naar het Duitse Waddeneiland Borkum. Zijn medebemanningsleden verdwijnen met boodschappen in de kombuis om onze lunchpakketten en avondeten te verzorgen, terwijl de gasten een plekje zoeken op de voormalige garnalenvissersboot, die eerder dienst deed als veerboot en als zeilboot van de familie Doeksen, bekend van de veerdiensten naar de verschillende eilanden.

Achter de dijk

We hebben geluk. Het weer is rustig, het zonnetje schittert zelfs af en toe op het water, dat wordt begrensd door Schiermonnikoog en de zeedijk, die Noord-Groningen beschermt. Achter de dijk de kerktorens van verschillende dorpen en vele windmolens. Zwermen eidereenden vliegen opgeschrikt door onze aanwezigheid op en steeds vaker zwemt een speelse zeehond met ons mee.

Zeehondenkolonies

De Noordster zigzagt zich inmiddels onverstoorbaar door de met boeien uitgezette geulen. Terwijl Schiermonnikoog langzamerhand uit het zicht verdwijnt, rijst Rottumerplaat geleidelijk boven de horizon uit. Na een paar uur varen zien we de kranen en het enorme windmolenpark van de Eemshaven, en komen langzamerhand ook Rottumeroog en Borkum in zicht. De boeienfunctie is inmiddels overgenomen door wat levenloze, dunne boompjes en de opvarenden richten opgewonden hun camera's op de zeehondenkolonies die op ruime afstand zijn te zien op de zandplaten tussen Rottumerplaat en Rottumeroog.

Droogvallende vlakte

Op ongeveer een kilometer van Rottumeroog laat schipper Smallenbroek het anker uitgooien, waarna we zo'n anderhalf uur een uniek schouwspel mogen bewonderen. Langzamerhand valt de enorme watervlakte namelijk droog. Je ziet het water letterlijk wegstromen alsof ergens verderop bij Den Oever de stop eruit is getrokken. De vlaktes die droogvallen worden vrijwel gelijk ingenomen door vogels die zich tegoed doen aan minikreeftjes, slakken, kokkels, garnalen, pieren en krabjes. Als Smallenbroek het tijd vindt worden dat we van boord gaan, stuurt hij zijn boot een drooggevallen zandbank op en laat een trap overboord zetten, waarlangs we in het nog maar enkele centimeters diepe water stappen. Op laarzen, gympen of Crocs steken we de steeds verder droogvallende vlakte over naar dat unieke eiland, waarvan de familie Toxopeus de laatste bewoner was.

Op zijn duimpje

Nadat we onze natte schoenen hebben verwisseld voor de meegenomen droge exemplaren zien we tot onze verbazing ineens twee mannen opdagen. Rottumeroog is toch onbewoond! Het blijken vogelaars die hier een paar dagen mogen doorbrengen om de overkomende en fouragerende vogels te tellen en observeren. Toch lichtelijk teleurgesteld gaan we op stap onder de bezielende leiding van gids Eduard Koopman. Hij woonde vijf jaar tijdens het broedseizoen op het eiland en leidt nu als vrijwilliger voor Staatsbosbeheer een aantal van deze excursies. Eduard kent vrijwel elk duintje en plantje op zijn duimpje.

Schatten bewonderen

Alhoewel kennen… Rottumeroog verandert vrijwel elke dag! Duinen die hier nog lagen toen Koopman op het eiland werkte, zijn allang in zee verdwenen, terwijl aan de oostkant het eiland juist weer aangroeide.Bij de kijktoren en het verplaatsbare verblijf van Staatsbosbeheer bewonderen we wat schatten die de zee hier heeft achtergelaten. Botten, schelpen, skeletten van allerlei vogels en vissen, en de schedel van een zeehond liggen uitgespreid op een grote houten tafel.

Unieke fauna en flora

Rottumeroog zelf blijkt niet meer dan een woest duingebied. Ooit woonden er boeren, kloosterlingen en strandjutters, maar nu is de natuur, sinds het beheer in 1991 is losgelaten, hier de baas. Na een stuk over het strand gaan we de duinen in waar we een woest landschap vinden dat bij storm regelmatig volloopt. Het zorgt voor een unieke fauna en flora, met vooral veel lamsoor en zeekraal. Verderop zien we het Zuiderduin liggen, een zandplaat die inmiddels van Rottumeroog is afgesneden.

 

Op de tast

Terug naar De Noordster lopen we over een vrijwel helemaal drooggevallen zandplaat. Aan boord is het wachten op hoog water en een groep wadlopers die vanaf Uithuizen in drieënhalf uur naar Rottum is gelopen. Als de Waddenzee weer is volgelopen, start schipper Smallenbroek de motor en varen we de pikdonkere avond in. Het merendeel van de passagiers zoekt de warmte op van de kajuit, maar wij genieten aan dek van het geluid van de zee, de prachtige sterrenhemel, het monotone gebrom van de scheepsmotor en de vaarmanskunst van Smallenbroek. Slechts verlicht door de lampen van de Eemhaven, de boulevard van Borkum en de rode knipperlichten van een net productief Duits windmolenpark stuurt hij de Noordster bijna op de tast terug naar Lauwersoog.

Om middernacht, dertien uur na vertrek, meren we daar weer aan. Je mag dan een dagje komen wandelen, je moet er wel wat voor over hebben!