Nieuws/Binnenland
1045188
Binnenland

Zakenlui welkom bij ’Nyenrode voor kunst’

Ondernemers weten steeds vaker de weg naar De Ateliers in Amsterdam te vinden. Zoals Alexander Brenninkmeijer, telg uit de bekende C&A-familie, die dit weekend zijn kleding in de befaamde hoofdstedelijke kunstenaarswerkplaats verkoopt. Enkele jaren geleden zette hij zijn modelabel Clemens + August in de markt. Zijn sobere collecties presenteert en verkoopt hij slechts enkele keren per jaar in popupstores op exclusieve locaties in de kunstwereld.

„In Nederland werkt hij alleen met ons”, zegt Bregje van Woensel, fondsenwerver bij De Ateliers. „Hij verkoopt zijn kleding niet alleen vanuit ons pand, maar werkt ook samen met een van onze kunstenaars aan zijn presentatie. Dat zijn prettige manieren van samenwerken, waarbij twee brands – want De Ateliers is ook echt een merknaam geworden – elkaar versterken.”

De Ateliers in Amsterdam zou je als het Nyenrode voor de beeldende kunst kunnen omschrijven. „Net als zij excelleren wij in talentontwikkeling”, zegt directeur Dominic van den Boogerd. Maar waar de internationaal vermaarde, voor en door kunstenaars geleide werkplaats voorheen een gesloten bastion was, staat de deur nu gastvrij open. Vooral voor (jonge) zakenmensen die geïnteresseerd zijn in eigentijdse kunst en verzamelen. „Wij brengen de kunstenaars zo in contact met hun toekomstige publiek.”

Minder afhankelijk

De kunstwereld weet – noodgedwongen door de crisis en de bezuinigingen van de overheid op cultuur – steeds beter de weg naar het particuliere geld te vinden. „Om minder afhankelijk te zijn van subsidies zijn wij zeven jaar geleden begonnen met het betrekken van ondernemers en verzamelaars bij ons instituut. Daartoe hebben wij het Ateliers Support Fund opgericht”, legt Van den Boogerd uit.

De zakenmensen en kunstverzamelaars die in dit fonds stappen, ondersteunen niet alleen financieel De Ateliers, waar ruim twintig beginnende kunstenaars onder begeleiding van gerenommeerde vakgenoten werken. Ze komen ook op atelierbezoek en gaan in gesprek met de kunstenaars. „We nodigen hen uit voor dinertjes, waarbij ook vooraanstaande kunstenaars als Marlene Dumas of Anton Corbijn over hun werk spreken. Jongere schilders, beeldhouwers of fotografen geven die avond een introductie op hun werk”, legt Van Woensel uit.

„Wij merken dat succesvolle mannen en vrouwen uit het bedrijfsleven het ontzettend leuk vinden om met jonge kunstenaars te spreken. Juist omdat die kunstenaars een andere logica volgen dan zij gewend zijn in het zakenleven”, vult Van den Boogerd aan.

Talentontwikkeling

De nieuwe mecenassen, die zich voor ten minste vijf jaar aan het fonds verbinden en elk jaar een fiscaal gunstige donatie doen van bijvoorbeeld €10.000, krijgen bovendien de kans om als eersten werk aan te kopen. „Maar pas nadat de kunstenaars hun werkperiode hebben afgesloten. We maken er geen kunsthandel van. Talentontwikkeling staat voorop, ook voor kunstenaars die zeer interessant werk maken dat niet of nauwelijks verkoopt”, zegt de directeur streng.

Verzamelaars die jong talent als eerste willen ontdekken, zijn bij De Ateliers aan het juiste adres. De werkplaats, die vijftig jaar geleden werd opgericht uit onvrede met het klassieke kunstonderwijs in Nederland, heeft een geweldige reputatie op dit vlak. Topkunstenaars zoals Toon Verhoef, Aernout Mik, Rob Birza, Erik van Lieshout en Robert Zandvliet zijn mede hier gevormd.

„De Nederlandse kunstmarkt is heel nieuwsgierig naar jonge kunst. Want die is betaalbaar en daar houden Hollanders van”, legt Van den Boogerd uit. „Daarnaast zijn Nederlandse verzamelaars internationaal georiënteerd en staan ze open voor nieuwe ontwikkelingen. Innovatieve kunst heeft hier daarom een goede voedingsbodem. Kunstenaars die hier bij ons begonnen zijn, zie je vaak later terug op bijvoorbeeld de Biënnale van Venetië.”

Ook bedrijfscollecties, zoals die van ING en AkzoNobel, participeren in het fonds van De Ateliers. Van Woensel benadrukt dat alle donaties geheel ten goede komen aan de stipendia voor deelnemende kunstenaars. „Het gebouw is van onszelf en we hebben maar vier man personeel. Al het geld komt echt bij de kunstenaars, het gaat niet op aan de energierekening. Dat is belangrijk voor onze mecenassen.”