Nieuws/Binnenland
1045815
Binnenland

Dijsselbloem: weinig ruimte sociale partners

Sociale partners moeten „geen grote verwachtingen“ hebben dat zij de afspraken tussen kabinet en drie oppositiepartijen (D66, SGP en ChristenUnie) over de begroting van volgend jaar nog drastisch kunnen wijzigen. Dat maakte minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën zondag duidelijk in Buitenhof.

„De hoofdlijn staat wel want anders blijven we aan het heronderhandelen”, zei de bewindsman. Wat er nu is afgesproken, wordt in wetgeving omgezet. Vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers kunnen wel lobbyen voor wijzigingen tijdens de behandeling van de wetsvoorstellen in de Tweede Kamer, aldus de minister.

In het begrotingsakkoord staan wijzigingen van het sociaal akkoord dat het kabinet in het voorjaar sloot met werkgevers en werknemers. Toen werd onder meer afgesproken hervormingen van de WW en ontslagrecht later uit te voeren.

Vooral D66 wilde die hervormingen naar voren brengen. Er is nu afgesproken dat de aanpassing van het ontslagrecht 6 maanden eerder ingaat. Een onderdeel van de WW-ingreep uit het sociaal akkoord wordt een jaar naar voren gehaald: al vanaf 2015 moet een werkloze na een half jaar een baan onder zijn niveau accepteren.

Volgens Dijsselbloem staat het sociaal akkoord nog overeind en zullen vakbonden de veranderingen begrijpen. De FNV en het CNV spreken maandag over het begrotingsakkoord. CNV-voorman Jaap Smit zei vrijdagavond voorzichtig positief te zijn over het begrotingsakkoord.

Dijsselbloem heeft tijdens de onderhandelingen met de oppositie „meerdere” keren gedacht dat het mis zou gaan. Het kabinet begon na Prinsjesdag de gesprekken, behalve met PVV en SP. Andere partijen vielen in de loop van het proces af.

Het kabinet heeft de oppositie nodig omdat de coalitie van VVD en PvdA geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer. Als er volgend jaar weer bezuinigd moet worden, gaat hij „met prioriteit” met D66, SGP en ChristenUnie praten. „Mijn meest geliefde oppositiepartijen.”

Hij zag dat het afgelopen half jaar de sfeer in de Kamer „onnodig verhardde”. Het ging „niet meer over de inhoud”, maar de sfeer werd: „we gaan u volledig wegstemmen”. In het vervolg moet het kabinet volgens hem „voortijdig” de samenwerking gaan zoeken in de Tweede Kamer.