Nieuws

'Vermogende wil meer schenken wegens AWBZ'

Een derde van de vermogende Nederlanders past hun schenkingsgedrag aan, door vooral eerder en meer te schenken, zo blijkt uit onderzoek van ING Bank. Ze proberen hiermee de vermogensafhankelijke AWBZ-bijdrage te verlagen, die ze betalen als ze bijvoorbeeld in een verzorgingstehuis terechtkomen. „Opvallend is dat ze vooral meer aan kleinkinderen willen geven.”

Volgens Karien van Gennip, directeur ING Private & Personal Banking, zal de kabinetsaanpak van de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) voor een „fors effect op de hoogte van schenkingen” zorgen.

Meer dan de helft van de vermogende Nederlanders heeft al geschonken en blijft dat doen. Vaker aan de kleinkinderen. „Wellicht omdat ze al eerder geld aan de ouders van het kleinkind hebben geschonken, of omdat ze vrezen dat vooral kleinkinderen zware tijden staan te wachten, bijvoorbeeld een veel duurdere studie.” Kinderen steken een schenking meestal in de eigen woning, zo blijkt verder uit het onderzoek.

 

De Belastingdienst verplicht dit zelfs voor grote belastingvrije schenkingen. Per jaar mogen ouders een kind tot 5141 euro belastingvrij schenken. Eenmalig kan dit worden opgerekt naar 51.407 euro aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar, mits zij dat geld gebruiken voor financiering of verbouwing van de woning of voor aflossing van de hypotheek. Per 1 oktober kan iedereen elkaar op die voorwaarde zelfs eenmalig tot 100.000 euro schenken. Liefst 70 procent van de schenkers wil niet wachten totdat ze in een AWBZ-instelling zitten. Ze willen eerder schenken, om zo hoogte van de AWBZ-bijdrage aanzienlijk te kunnen drukken.

 

Dat kan ook via een testament. Als één van de ouders sterft, gaat het wettelijke erfdeel van de kinderen vaak eerst naar de langstlevende ouder. Het is inmiddels gebruikelijk om in testamenten op te nemen dat kinderen dit geld direct kunnen opeisen als die ouder in een verzorgingstehuis zit, vertelt een woordvoerster van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. „Zo wordt het vermogen van de langstlevende ouder kleiner, zodat hij of zij een lagere AWBZ-bijdrage betaalt.”