Nieuws/Buitenland
1047848
Buitenland

Duitse ministers dragen kamp Kunduz over

Met een ceremonie heeft Duitsland zondag het bevel over het belangrijkste kampement in Kunduz officieel overgedragen aan de Afghaanse autoriteiten. Eind deze maand moeten de 900 Duitse militairen er weg zijn, waarmee na 10 jaar een einde komt aan de Duitse militaire inzet in de gevaarlijke provincie.

„Kunduz is de plaats waar ons leger voor het eerst gevochten heeft, waar het moest leren vechten”, zei de Duitse minister van Defensie Thomas de Maizière. Volgens de minister is in Kunduz een grens verlegd, „niet alleen voor het leger, maar ook voor de Duitse maatschappij”. In Afghanistan kwamen in totaal 54 Duitse militairen om het leven, van wie de meeste in Kunduz.

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft het Duitse leger nergens zoveel geweld te verduren gehad. „Vergeten zullen we deze plaats nooit”, sprak De Mazière. Ook zijn collega Guido Westerwelle (Buitenlandse Zaken) was voor de plechtigheid naar Afghanistan afgereisd.

Duitse militairen waakten in Kunduz ook over de veiligheid van Nederlanders. Het vertrek van het Duitse leger was mede een reden voor Nederland om de politietrainingsmissie daar afgelopen zomer af te ronden.

Het Duitse leger houdt voorlopig wel manschappen in Afghanistan. In Mazar-i-Sharif blijven in eerste instantie 300 militairen paraat staan. Volgend jaar moet de gevechtsmissie van de NAVO in Afghanistan helemaal ten einde zijn, maar ook na die tijd willen de Duitsers 600 tot 800 militairen in Afghanistan houden. Zij moeten Afghaanse collega's trainen. Op dit moment bevinden zich nog zo'n 4000 Duitse militairen in het Aziatische land.