1055885
Nieuws

Lastenverzwaringen en nivellering schaden onze economie

De economen Willem Vermeend en Rick van de Ploeg zijn van mening dat er een einde moet komen aan lastenverzwaringen en nivellering. Belastingverhogingen en nivelleringsoperaties maken onze economie kapot en vernietigen banen. Volgens Vermeend en Van der Ploeg moet minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem een meerjarenakkoord met het CDA sluiten waarbij de economie wordt gestimuleerd door lastenverlichting en nivellering achterwege blijft.

Premier Mark Rutte was tijdens het debat in de Tweede Kamer over de Prinsjesdagstukken goed in vorm. Toch slaagde hij er niet in bij de oppositie voldoende steun te krijgen om de kabinetsvoorstellen met een gerust hart door te sturen naar de Eerste Kamer. Bij het einde van het debat werd duidelijk dat Rutte 2 in de Senaat met het ombuigingspakket van € 6 miljard niet op een meerderheid kan rekenen.

Daarom zit minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem nu opgezadeld met de moeilijke opgave om binnen twee weken die steun als nog binnen te halen. Alle fractievoorzitters van de partijen in de Tweede Kamer worden uitgenodigd om met hem aan tafel te gaan zitten. Nu al staat vast dat een aantal van deze gesprekken weinig tijd zullen vergen. Tijdens het Kamerdebat bleek dat de voltallige oppositie het ombuigingspakket van het kabinet naar de prullenbak verwees. Maar ook dat de oppositiepartijen sterk verdeeld zijn; ze presenteerden geen gemeenschappelijk alternatief. Voor zover ze met eigen plannen kwamen, leiden die tot een hoger begrotingstekort en een hogere staatsschuld.

Voor het kabinet is dat niet acceptabel. Met een ombuigingspakket dat uitkomt beneden de € 6 miljard riskeert Rutte 2 een Europese boete van ruim € 1 miljard. Bij alle gesprekken zal Dijsselbloem daarmee beginnen. Dit betekent dat een aantal gesprekken, zoals met de PVV en de SP al op de voorhand weinig zinvol zijn. Geert Wilders kwam nog voor het debat begon met een motie van wantrouwen tegen het kabinet en kreeg daarvoor steun van de SP. De motie werd met een grote meerderheid tegen verworpen.

Kiezen voor het CDA

Kijken we naar partijen die wel alternatieven voor het kabinetsbeleid presenteren dan is het gesprek met CDA-fractieleider Buma het meest kansrijk. Bovendien kan het CDA Rutte 2 aan een meerderheid in de Eerste Kamer helpen. Dijsselbloem zou zich daarom vooral moeten inspannen om een akkoord met het CDA te bereiken. Van oudsher is deze partij bovendien een steunpilaar van het poldermodel; om het recente sociaal akkoord zoveel mogelijk over eind te houden kan het kabinet de hulp van het CDA ook goed gebruiken.

Uit de tegenbegroting van het CDA en de opstelling van Buma tijdens het Kamerdebat komt naar voren dat Rutte 2 met de christen democraten op hoofdlijnen een akkoord kan realiseren als er een einde komt aan de lastenverzwaringen en er gestopt wordt met verdere nivelleringsoperaties. In onze columns hebben wij al eerder betoogd dat de voorgestelde belasting- en premieverhogingen slecht uitpakken voor de economische ontwikkeling van ons land: de groei wordt afgeknepen en er worden banen vernietigd. Deze negatieve effecten zouden voor het kabinet een reden moeten zijn om het beleid te wijzigen en met het CDA in zee te gaan. De politieke vraag is dan wel hoe met behoud van de vereiste € 6 miljard deze verhogingen achterwege kunnen blijven; ze zijn namelijk als opbrengst een onderdeel van dit bedrag.

Snoeien in de overheidsuitgaven

Jeroen Dijsselbloem kan daarom met het CDA alleen een akkoord bereiken als hij verder gaat snoeien in de overheidsuitgaven.  De besparingen die hij daar weet te realiseren, kunnen worden ingezet om de nivellerende lastenverzwaringen weg te poetsen. Volgens de Miljoenennota bedragen de uitgaven van de rijksoverheid in 2014 € 267 miljard. De twee grootste posten zijn sociale zekerheid met € 78,6 miljard en zorg met € 77,8 miljard; samen meer dan de helft. De afgelopen jaren zijn deze uitgaven, vooral voor zorg, fors opgelopen. Door de al afgesproken bezuinigingen zal de toekomstige stijging worden afgeremd, maar dat is volstrekt onvoldoende.

Deze posten remmen de groei, leiden tot een verlies aan banen en verdringen essentiële uitgaven voor een versterking van onze economie, zoals uitgaven voor onderwijs, onderzoek en innovaties. Het kabinet ontkomt er niet aan met aanvullende voorstellen te komen om deze uitgaven in te perken. Kijken we naar de zorg dan loopt Nederland Europees gezien volledig uit de pas. In de meeste landen liggen de eigen bijdragen en het eigen risico veel hoger; wij zullen hoe dan ook snel die richting op moeten gaan.

Op het terrein van de sociale zekerheid behoren we qua uitgaven tot de Europese koplopers. Dit uitgavenniveau is onmogelijk vol te houden en gaat ten koste van economische groei en werkgelegenheid. Daarom zou Dijsselbloem hierover met het CDA in het kader van het dekkingsplan voor lagere lasten gezamenlijke afspraken moeten maken; voor onze economie is het beter deze uitgaven te beteugelen dan de lastendruk te verhogen. Een afspraak wordt gemakkelijker als niet alleen naar 2014 wordt gekeken, maar tevens naar latere jaren.

Links en rechts verschillen van opvatting over nivelleren

Tijdens het debat kwam de nivellering weer op tafel. Kort gezegd gaat het daarbij om het verkleinen van de inkomensverschillen tussen hogere en lagere inkomens met het behulp van fiscale maatregelen. Zwart wit gesteld, is Rechts in de politiek tegen nivellering en Links voor. Rechts ziet vooral nadelen. Hard werken en extra verdienen, wordt door meer progressie in de loon- en inkomstenbelasting afgestraft. Nivelleren pakt slecht uit voor de werkgelegenheid, remt economische groei en tast de internationale concurrentie van Nederland aan. Nivelleren wordt door Rechts ook gezien als een vorm van jaloezie.

Links is van oordeel dat een maatschappelijk aanvaardbaar belastingstelsel gekenmerkt wordt door het draagkrachtbeginsel. Anders gezegd het stelsel moet er toe leiden dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat kan door een progressief belastingtarief over inkomens te heffen. Als de overheid in het kader van bezuinigingen van alle burgers ‘offers’ vraagt dan is het volgens Links redelijk de bezuinigingspijn op basis van draagkracht te verdelen. Dat kan door de progressie te versterken en hogere inkomens langs die weg meer belasting te laten betalen.

Bovendien is het economisch verstandig de koopkracht van lagere inkomens zoveel mogelijk in stand te houden. Verreweg het grootste deel van hun inkomen wordt besteed aan dagelijkse boodschappen en andere uitgaven en dat is goed voor de economische groei. Bij hogere inkomens is dat minder het geval, ze hebben een veel hogere spaarquote. Verhogingen en verlagingen van de loon- en inkomstenbelasting voor deze inkomensgroep zal vooral effect hebben op de besparingen van deze groep en minder op de bestedingen.

Wie heeft gelijk?

Als het gaat om een (te) sterke progressie dan kloppen de nadelen die Rechts aanvoert. Ze worden bevestigd in de praktijk en door internationale studies. Ook uit een studie van het Centraal Planbureau blijkt dat invoering van een hoger toptarief in onze inkomstenbelasting (van 52% naar 60%) groei en banen kost en zelfs tot minder inkomsten voor de schatkist zal leiden. Links heeft gelijk als het gaat om de economische voordelen van het extra stimuleren van de koopkracht van lagere inkomens.

Kijken we naar de voorstellen van Rutte 2 dan zien we dat in deze kabinetsperiode bij de meeste inkomens met een belastbaar jaarinkomen boven €56.000 de werkelijke belastingdruk over de top van hun inkomen zal oplopen richting 60%. Gezien de eerder gemelde schadelijke economische effecten moet de coalitie deze voorstellen schrappen.

Nederland wil een eerlijke verdeling

Uit opinie-onderzoek blijkt dat er in Nederland een breed maatschappelijk draagvlak bestaat voor een eerlijke verdeling van de bezuinigingspijn op basis van draagkracht. Je kunt Links dan ook moeilijk verwijten dat dit op de politieke agenda wordt gezet. Maar de wijze waarom de coalitie dat uitwerkt, is schadelijk voor groei en werk. En ons land heeft juist banen nodig, ook voor lagere inkomensgroepen. Daarnaast behoort Nederland nu al tot de landen met de kleinste inkomensverschillen; er is geen dringende noodzaak nu nog verder te gaan. Aan de andere kant kent ons land wel een scheve vermogensverdeling en worden grotere vermogens in ons land in vergelijking met andere landen laag belast.

Wie lagere inkomens tegemoet wil komen, moet dat niet doen door dit te betalen uit de opbrengst van een hogere belastingdruk op hogere inkomens, maar anders. De minst schadelijke methode is deze te financieren uit de ruimte die ontstaat door te bezuinigen op improductieve overheidsuitgaven. Daarnaast zou bij een belastingherziening de belastingdruk op grotere vermogens op het niveau van andere Europese landen gebracht kunnen worden, zonder dat dit leidt tot belastingvlucht. De opbrengst kan worden gebruikt voor een verlaging van de belastingdruk op arbeid.