Nieuws/Binnenland

Nog 17 weduwen Sulawesi eisen vergoeding

Nog eens 17 weduwen van mannen die in de jaren veertig door het Nederlands-Indisch leger standrechtelijk zijn geëxecuteerd op Sulawesi, willen een schadevergoeding van 20.000 euro. Hun advocaat Liesbeth Zegveld meldde maandag dat de weduwen een beroep doen op de regeling die het ministerie van Buitenlandse Zaken onlangs in het leven heeft geroepen.

Die regeling houdt in dat soortgelijke gevallen in aanmerking komen voor eenzelfde vergoeding als die de weduwen van tien slachtoffers uit Zuid-Sulawesi en weduwen van het bloedbad in Rawagedeh op Java kregen. Daardoor hoeven de hoogbejaarde vrouwen in principe geen ellenlange juridische procedures te doorlopen.

Bij monde van de Nederlandse ambassadeur in Jakarta heeft Nederland op 12 september algemene excuses gemaakt voor de executies door het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) tijdens de koloniale oorlog, vlak na de Tweede Wereldoorlog. De weduwen van Zuid-Sulawesi waren daarbij niet aanwezig, omdat zij een reis naar Jakarta niet aankonden. Volgens Zegveld is hiermee „brede erkenning dat het niet incidenteel fout is gegaan”. „Deze weduwen zijn niet een uitzondering, er was een patroon van standrechtelijke executies. Het was militair-politiek beleid om op deze manier orde op zaken te stellen.”

Voor de weduwen van de tien slachtoffers zijn de procedures nu afgelopen. Voor 7 kinderen van geëxecuteerde mannen nog niet; ook zij eisen geld en spijt van de staat.