Nieuws/Binnenland
1061159
Binnenland

Inspectie: geen vertrouwen meer in Ibn Ghaldoun

Het doek lijkt te vallen voor de enige islamitische middelbare school in Nederland. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs heeft dinsdag laten weten de bekostiging van scholengemeenschap Ibn Ghaldoun per 1 november van dit jaar te stoppen. Hij ziet geen toekomst meer in de school waar voor de zomer door leerlingen maar liefst 27 eindexamens uit de kluis gestolen werden.

De Onderwijsinspectie publiceerde dinsdag een onderzoeksrapport over het bestuurlijk handelen van de school. De conclusie was dat de Rotterdamse middelbare school het niet gaat redden. De problemen beslaan zoveel terreinen en zijn zo groot dat er niet binnen 2 jaar de noodzakelijke verbeteringen doorgevoerd kunnen worden. „De situatie bij Ibn Ghaldoun is zeer uitzonderlijk”, zegt Dekker. Het personeel en de ouders van de leerlingen van de school worden dinsdag bijgepraat.

Bestuursvoorzitter Ayhan Tonca is ervan overtuigd dat zijn school blijft bestaan. „Wij gaan er alles aan doen om de school niet te laten sluiten. Dat onze leerlingen les blijven krijgen, is het belangrijkste.” Volgens Tonca worden er op dit moment diverse gesprekken gevoerd over de toekomst van Ibn Ghaldoun. „Het kan zijn dat we eventueel onder een andere vlag verder gaan, of op een andere manier een nieuwe start maken.” De school voert al langere tijd besprekingen met de vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in Rotterdam en omgeving (CVO) om zich daar bestuurlijk bij aan te sluiten.

Ibn Ghaldoun heeft al jaren te kampen met slepende kwesties, zoals grote financiële problemen, onbevoegde en gebrekkig Nederlands sprekende docenten, een gesloten en slechte bedrijfscultuur, achterblijvende onderwijsprestaties en slechte panden. Er worden taallessen gegeven door docenten die daar niet de juiste diploma's voor hebben, op de lessen Arabisch na, die worden door eerstegraads bevoegde docenten gegeven.

In het rapport oordeelt de inspectie genadeloos over de gemeente Rotterdam. Die zette Ibn Ghaldoun in gebouwen die vanwege de slechte kwaliteit inmiddels door andere scholen waren verlaten. De inspectie oordeelde dat de gebouwen zo slecht zijn dat ze zelfs onder het „kwalitatieve minimum“ voor goed onderwijs zitten. De gemeente vroeg als verhuurder bijvoorbeeld tonnen voor onderhoud.