Nieuws/Buitenland

Inspecteurs verzamelen 'waardevolle gegevens'

De VN-inspecteurs die maandag begonnen met het onderzoek naar mogelijke gifgasaanvallen in de buurt van de Syrische hoofdstad Damascus, hebben waardevolle gegevens verzameld. Dat heeft een woordvoerder van de VN gezegd. Hoewel de experts nog met hun onderzoek bezig zijn, staat het voor de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, vast dat het bewind in het Arabische land vorige week gifgas heeft gebruikt.

De inspectie verliep maandag niet zonder problemen. Sluipschutters namen het konvooi van de onderzoekers onder vuur. Eén wagen werd uitgeschakeld. De regering en de rebellen gaven elkaar de schuld van het incident.

De inspecteurs kwamen ruim een week geleden in Damascus aan om eerder gebruik van gifgas in de burgeroorlog te onderzoeken. Woensdag meldden rebellen dat ze aan de rand van Damascus waren aangevallen met chemische wapens. Dat was vooral in Ain Tarma, Jobar en Zamalka aan de oostelijke rand van de stad in de regio die al-Ghouta wordt genoemd. Dat is een vruchtbaar landbouwgebied langs de oostelijke en zuidelijke rand dat de hoofdstad van de woestijn scheidt.

De inspecteurs zijn maandag voor zover bekend naar Mouadamiya geweest, een voorstad ten zuidwesten van de hoofdstad. In die plaats, waar vooral soennieten wonen, zouden ook chemische wapens zijn gebruikt.

Westerse mogendheden, vooral de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk, denken inmiddels hardop na over een militaire actie tegen het bewind van president Bashar al-Assad buiten de VN om. Kerry zei dat de Amerikaanse president Barack Obama het bewind van Bashar al-Assad verantwoordelijk zal houden voor het „morele onfatsoen” om chemische wapens tegen de eigen bevolking te gebruiken en riep andere landen op dat voorbeeld te volgen. Volgens de bewindsman moet de actie van de regering in Damascus „het geweten van de wereld schokken”.

Rusland, de belangrijkste bondgenoot van Assad, bekijkt de houding van het Westen met grote argwaan. Het vreest dat de VS opnieuw aanvallen uitvoeren zonder een uitspraak van de VN af te wachten, zoals in maart 2003 gebeurde toen de Amerikanen en Britten Irak binnenvielen om dictator Saddam Hussein te verdrijven.