Nieuws/Binnenland

Ophef Israël over negatief Nederlands advies

Israël heeft maandag verontwaardigd gereageerd op het bericht dat de Nederlandse regering ingenieursbureau Royal HaskoningDHV heeft geadviseerd te stoppen met de bouw van een waterzuiveringsinstallatie in Jeruzalem, omdat dit project in door Israël bezet gebied zou staan.

De installatie waar Royal HaskoningDHV samen met de gemeente Jeruzalem aan werkt, zuivert rioolwater dat door het Kidron-bassin via Oost-Jeruzalem richting de Dode Zee loopt. Nederland en de Europese Unie beschouwen dit als door Israël bezet gebied.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dergelijke projecten te ontmoedigen, maar voegt eraan toe dat het Nederlandse bedrijven niet verbiedt eraan te beginnen.

„Dit is waanzin. De meer dan 200.000 mensen die in dit gebied wonen -B- en dat zijn vooral Palestijnen B- hebben vreselijk veel last van de ernstige vervuiling van de Kidron-rivier”, zegt Naomi Tsur, locoburgemeester van Jeruzalem. „Waterverontreining is een probleem dat geen grenzen kent. Ik zit al 5 jaar met de Palestijnse Autoriteit om de tafel om te werken aan een oplossing die alle bewoners ten goede komt, waar de toekomstige grenzen ook komen te liggen. Het project waar Royal HaskoningDHV aan werkt, is in ieders belang.”

Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken reageert verwonderd op het advies. „Er lijkt geen enkele juridische grondslag voor zo'n negatief advies door Nederland”, aldus woordvoerder Yigal Palmor. „Vorig jaar spande een Palestijnse organisatie op dezelfde gronden een zaak aan tegen het Franse bedrijf Veolia dat de tramlijn door Jeruzalem bouwde. Ze verloren op alle fronten, omdat de Franse rechter oordeelde dat de tram alle inwoners van de stad ten goede komt, zonder onderscheid te maken. Dat lijkt me bij deze waterzuiveringsinstallatie duidelijk ook het geval.”

Royal HaskoningDHV liet weten „altijd volgens de wet en regelgeving” te werken. „We zijn bezig met betrokken partijen om te kijken wat dit betekent voor de voortgang van het project. Volgende stappen in het project nemen we pas als duidelijkheid is over de ontstane situatie.”