Nieuws/Binnenland

Lege centra

Toen ik begin jaren zeventig van de vorige eeuw in een universiteitsstadje in de Verenigde Staten woonde, had het oude centrum van de plaats als winkelgebied al helemaal afgedaan. Alleen de lokale bank hield er nog kantoor. Voor boodschappen moest je naar de winkelcentra aan de snelweg net buiten de stad.

Elders was het precies hetzelfde, verlaten stadscentra en grote ‘shopping malls’ aan de randen, omgeven door reusachtige parkeerterreinen. Er waren levendige discussies over het weer aantrekkelijk maken van de binnensteden, maar er veranderde niets.

Alleen steden die om andere, vaak kunsthistorische redenen een aantrekkelijk centrum hadden, bleven bezoekers trekken.In Europa gebeurde iets later hetzelfde, al was Nederland al te vol om zomaar overal megacentra neer te zetten, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk wel gebeurde. De reden voor het vertrek van winkels uit de binnensteden was dezelfde als in Amerika: de opkomst van de auto als het favoriete vervoermiddel van het welvarender wordend publiek. Niets heeft de ruimtelijke orde van landen zo beïnvloed als de auto.

Nu, veertig jaar na de autorevolutie, moeten de overgebleven winkels in de binnensteden een tweede omwenteling verwerken, die van het internet. Weer zijn de bestedingspatronen van consumenten ingrijpend aan het veranderen. Toen in de jaren negentig de internethausse aanzwol, werd er gesproken over een ’nieuwe economie’. Niets zou meer zijn als voorheen. Macro-economisch kwam dat uit, maar op een heel andere manier dan de bedenkers van de term zich hadden voorgesteld. Op de groei van de jaren negentig volgden crises en krimp. Maar voor de detailhandel is er wel degelijk sprake van een ’nieuwe economie’.

Consumenten hebben hun aankoopgedrag dramatisch gewijzigd en die wijziging is een direct gevolg van de popularisering van het internet. Van de gewone boodschappen tot aan exclusieve artikelen, van tandenstokers tot bankstellen – steeds meer wordt via internet gekocht.

Daarbovenop komt nog eens de economische crisis. De omzet van de detailhandel is nu 8% lager dan vijf jaar geleden, qua volume zelfs 14%. Het resultaat is in vrijwel iedere binnenstad te zien. De klassieke winkelstraten staan vol met bordjes ‘Te Huur’. Leegstand heeft een zichzelf versterkend effect. De overblijvers krijgen minder bezoek en zien zich op den duur ook gedwongen te vertrekken of de zaak te sluiten.

Weer dreigen de binnensteden een stuk minder aantrekkelijk te worden.Om het probleem erger te maken is er de laatste jaren ook fors bijgebouwd. Sinds 2008 is het winkelvloeroppervlak uitgebreid met 1 miljoen vierkante meter, tot 7,8 miljoen nu. Er liggen plannen voor nog eens 2,5 miljoen meter aan nieuwbouw.Je kunt nog zo liberaal zijn, maar zo’n ontwikkeling is niet in het algemeen belang, zeker niet in een land waar ruimte een schaars goed is.

Regionale overheden moeten hier de regie nemen en zich afvragen waar ze wat willen hebben. Mij dunkt dat het tijd wordt om de woonhuizen in de binnensteden, die in de twintigste eeuw in winkels werden getransformeerd, hun oorspronkelijke functie weer terug te geven. Voor de klassieke detailhandel is daar niet veel toekomst meer.