Nieuws/Wat U Zegt

’We zijn zoals altijd weer te laat met ingrijpen’

Uitslag stelling: Praat conflict uit

„Er moet een eind komen aan het geweld in Syrië, desnoods met hulp van Amerika, Frankrijk en Groot-Brittannië.” Zo denken verschillende deelnemers aan de Stelling van de Dag over het conflict dat deze week vele honderden onschuldige volwassenen en kinderen het leven heeft gekost. Anderen denken daar echter heel anders over. Zij zeggen: „Het is een intern conflict waar het Westen zich niet mee moet bemoeien.”

De meningen over de rol van de Verenigde Naties in de burgeroorlog die zich momenteel voltrekt in Syrië, zijn dan ook duidelijk verdeeld. Twee derde van de respondenten vindt dat de Syrische bevolking in de steek gelaten wordt nu de VN-veiligheidsraad niet tot overeenstemming is gekomen over een onderzoek naar de mogelijke gifgasaanval in de hoofdstad Damascus. Dertig procent denkt dat er niet veel meer gedaan kan worden. „Het is een wespennest waar het Westen zijn handen niet in moet steken.” „Het is een burgeroorlog. Daar mág het buitenland zich niet eens mee bemoeien.” Iemand anders vraagt zich af waarom een conflict niet gewoon uitgepraat kan worden. „Waarom worden toch altijd maar weer de wapens opgepakt als groeperingen het niet met elkaar eens zijn?”

Verschil

Verschillende deelnemers aan de Stelling van de Dag signaleren dat er klaarblijkelijk verschil bestaat tussen landen waar wel of niet wordt ingegrepen bij een intern conflict. „Waarom wel interventie in Libië en niet in Syrië”, zo vraagt iemand zich af. „Het is beschamend hoe de wereld toekijkt bij dit conflict, maar kennelijk valt er weinig te halen en is dat de reden om afzijdig te blijven.”

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties is het klaarblijkelijk niet eens met de uitspraak van de Veiligheidsraad. Hij wil dat er onmiddellijk een onderzoek wordt gestart voordat alle sporen van de gifgasaanval zijn verdwenen. Driekwart van u denkt echter niet dat dit ook daadwerkelijk zal gebeuren.

U bent er overigens wel een voorstander van dat het vetorecht, waarvan Rusland en China in dit geval gebruik hebben gemaakt, verdwijnt. Bijna zeventig procent noemt dit een achterhaald principe, terwijl twintig procent wel degelijk vindt dat grote landen meer recht van spreken hebben dan kleine landen.

Helpende hand

Eén van de opties om de helpende hand te bieden vanuit het Westen is de opstandelingen van betere wapens te voorzien. Bijna zeventig procent van u lijkt dat geen goed plan. „Dan loopt de strijd helemaal uit de hand”, zo vreest u. Ook het inzetten van grondtroepen kan niet op uw sympathie rekenen. Slechts een kwart van de deelnemers aan de Stelling is daar een voorstander van met als reden dat er in deze oorlog al veel te veel slachtoffers zijn gevallen.

Inmiddels zijn meer dan een miljoen kinderen hun vaderland Syrië ontvlucht. Een inzamelingsactie via de televisie om deze kinderen te steunen lijkt niet veel zin te hebben. Meer dan de helft van de deelnemers voelt hier niets voor. „De Arabische wereld heeft een eigen hulporganisatie, de Rode Halve Maan. Dat is de aangewezen organisatie om ter plekke hulp te verlenen.”

Eén van u vat de ambivalente gevoelens van tal van deelnemers samen: „Ik vind het een verschrikkelijk conflict maar vind het moeilijk om een kant te kiezen. Het is een geloofsstrijd waarbij ik betwijfel of de goede van de slechte kant te onderscheiden valt.”