Nieuws/Binnenland
1070280
Binnenland

De goden bezoeken

Bali is bijzonder, dat zie je meteen. Sprookjesachtige tempels, straten vol bloemblaadjes, ja, zelfs de insecten zitten er idyllisch bij. Hoe toeristisch soms ook, op dit eiland is schoonheid nooit ver te zoeken.

Wij ervaren al een beetje Bali op Schiphol. Het grote voordeel van vliegen met de nationale luchtvaartmaatschappij is dat je meteen het juiste sfeertje te pakken hebt. De dames van Garuda Indonesia trakteren ons op een warme glimlach – een échte – en heerlijk eten.

Een rijsttafel in een vliegtuig, wie had dat gedacht? Eenmaal in Indonesië wordt het natuurlijk alleen nog maar mooier. Ruiken we daar nou wierook? Jawel, nog voordat we de douane door zijn, zien we het eerste hindoetempeltje. Stewardesses, piloten en passagiers doen er even snel een gebedje, zonder zich iets aan te trekken van de drukte om hen heen.

 

Zigzaggen

De luchthaven van Bali ligt in het zuiden, ook meteen het meest toeristische gedeelte van het eiland. Plaatsen als Kuta, Sanur, Nusa Dua – ze liggen allemaal hier. En wij staan in de file, zo ongeveer vanaf het vliegveld tot aan ons hotel. Er zijn maar een paar wegen en heel veel auto’s, brommertjes en vrachtwagens.

Alles zigzagt nonchalant tussen elkaar door. Er wordt wel getoeterd, maar boze gezichten zien we niet. We zijn onderweg naar The Balé en dat blijkt een geschenk uit de hemel na zo’n lange reis. Het is alsof we een gigantische spa binnenstappen. Van het klaterende watertje tot de zoemende libellen, alles in dit hotel draagt bij aan een totaal gevoel van zen.

Ook buiten de hotelmuren hangt een ontspannen sfeer, daar veranderen de voorbij knetterende brommertjes niets aan. De omgeving is bezaaid met tempels en beelden. Dames in prachtig geborduurde sarongs lopen af en aan met wierook, bloemen en etenswaar om te offeren. We bekijken het vanaf een eettentje aan de straat.

 

Olifantgod

„Lot of ceremonies, we pray all the time”, zegt onze gastheer. En om zijn punt kracht bij te zetten pakt hij nog maar een stokje wierook. Hij loopt naar een manshoog beeld van Ganesh, de olifantgod, die hij devoot aankijkt. Voor hij terugloopt, prikt hij nog even een bloem achter het oor van de olifant. Behalve bidden is ook mooi maken duidelijk een kunst die in het Balinese bloed zit.

De volgende ochtend verlaten we de witte stranden en de files van het zuiden. Het westen van Bali is nauwelijks toeristisch, maar minstens zo mooi. Om er te komen, doorkruisen we het eiland van zuid naar noord, een prachtige route door eindeloze sawa’s, over slapende vulkanen en langs diepe kratermeren.

Het is op Bali heel gebruikelijk en betaalbaar om een auto met chauffeur te huren. Zelf rijden kan ook, maar hou wel rekening met nogal alternatieve, zo niet afwezige, verkeersregels. Op twee banen rijden hier meestal drie auto’s en inhalen gebeurt roekeloos, ook naast een diep ravijn. Wij hadden waarschijnlijk meer van de rit genoten, als we niet zelf achter het stuur hadden gezeten.

 

West Bali National Park

Onze eerste stop is het West Bali National Park, in het noordwesten, met een breed assortiment aan natuur: mangrove, strand, regenwoud en savanne. We overnachten in The Menjangan, een luxehotel midden in het park met zowel junglelodges als strandvilla’s. Als we ’s morgens vroeg – lang leve de jetlag – een wandelingetje maken komen we aapjes, varanen en reeën tegen. Bij de hoofdweg aangekomen zien we al snel een flinke tempel, even uitrusten aan de voet van de zoveelste Ganesh.

Al snel komt er een man in prachtig Balinees kostuum aanlopen en we verwachten dat hij ons gaat wegjagen. We zijn namelijk niet bepaald zondags gekleed. Niets van dat alles. Of we de begrafenis van zijn oma willen bijwonen, achter de tempel.

Staan we opeens in korte broekjes tussen een flinke familie gehuld in sarong. Maar we worden zo warm welkom geheten, dat we onze outfits al snel vergeten. We krijgen eten, de kinderen drommen om ons heen en iedereen wil met ons op de foto. Van underdressed tot eregast, op Bali is het zo gebeurd.

Om het hoekje van de westpunt is meer moois te beleven. We reizen verder naar Palasari, een piepklein gehucht vlak bij een gigantisch stuwmeer. Hier is bijna geen verkeer, zo ver zijn we van alles verwijderd.

 

Kunstenaarsdorp

We horen alleen vogels en krekels en komen niemand tegen behalve rijstplantende boertjes en traditioneel geklede vrouwen onderweg naar de tempel. Hier en daar ligt een slapende hond. Heerlijk die rust, maar na een paar dagen begint het toch wel weer een beetje te kriebelen. Op naar de volgende stop.

Bali staat bekend als het eiland van de goden en dat komt nergens zo goed uit de verf als in kunstenaarsdorp Ubud. Overal staan Boeddha’s, Ganesha’s en Shiva’s. Soms gloednieuw, soms begroeid met mos, soms bedekt met bloemen. Overal worden yogalessen, meditatieklassen en spirituele lezingen aangeboden. De straten zitten vol restaurantjes, waarvan veel vegetarisch, veganistisch of zelfs gespecialiseerd in raw food.

Gezondheid van lichaam en geest, daar draait het hier om. Maar laten we ook vooral karma niet vergeten. Daar geloven de Balinezen niet alleen in, ze leven er ook naar. We blijken niet genoeg geld bij ons te hebben om onze koffie (met sojamelk) te betalen en kunnen niet pinnen. Geen enkel probleem, het meisje achter de kassa stelt voor dat we morgen terugkomen. Voor haar duidelijk de normaalste zaak van de wereld. Wij hebben dat nog niet vaak meegemaakt en al helemaal niet in een toeristische omgeving.

 

Monkey Forrest Road

Nu we toch in Ubud zijn, gaan we meteen ook maar even naar een yogales. We kiezen voor een klein schooltje op Monkey Forrest Road. In de fontein voor de deur zitten aapjes met water te spelen, op de stoep staan mensen met yogamatjes. Het zaaltje stroomt al snel vol, met toeristen. Naast ons zit een Amerikaanse, achter ons een Australiër en voor ons rekken twee Franse dames zich uit.

De leraar is wel op-en-top Balinees, klein van stuk en met een vredig gezicht. vredig van gezicht. Hij wringt ons in alle mogelijke bochten, om ons anderhalf uur later uitgerekt – maar ook bijzonder ontspannen – de straat weer op te sturen. Daar gaat net de zon onder en bereikt het dagelijkse offerfestijn zijn hoogtepunt.

Terwijl ons klasje naar buiten dromt, het winkelend publiek op koopjes jaagt en de restaurantjes om klandizie leuren, staan de Balinezen rustig te bidden. En daarin ligt misschien wel meteen het geheim van dit bijzondere eiland. Hoe druk het ook wordt, de ceremonie gaat gewoon door.

Reiswijzer Bali

Indonesië heeft een tropisch klimaat met het hele jaar door temperaturen tussen de 25 en 35 graden. De droge periode is van juni tot september, de meeste regen valt tussen december en maart. Op Bali is het ’s zomers zes uur later dan in Nederland, in de winter zeven uur.

Garuda Indonesia is de nationale luchtvaartmaatschappij van Indonesië en vliegt dagelijks van Amsterdam via Jakarta naar Bali. Zie voor meer informatie en boekingen www.garuda-indonesia.nl.

Kijk voor een auto met chauffeur eens op sudrika-balitourtransport.blogspot.com. Zelf rijden kan via de bekende autoverhuurbedrijven, of tegen bodemprijzen bij een lokale verhuurder als www.autobali.com. Hou er wel rekening mee dat je in het laatste geval minder volledig verzekerd bent.

Slapen op Bali

Zuidkust:

The Balé – prachtige oase vol privévilla’s in Nusa Dua – www.thebale.com

Sheraton – aan de boulevard van Kuta – www.sheraton.com/balikuta

Ver weg in het westen:

The Menjangan – verscholen in het West Bali National Park – www.themenjangan.com

Taman Wana – idyllisch aan het Palasari stuwmeer – www.bali-tamanwana-villas.com

Middenin:

The Sungu – slapen in een Balinese tempel, midden in Ubud – www.thesunguresort.com

Mahagiri – basic kamers, maar een uitzicht om nooit te vergeten – www.mahagiri.com

Je eigen villa: Liever meer ruimte? Surf naar www.thebalibook.com en boek een luxe stulpje, helemaal voor jezelf.