Nieuws/Binnenland
1082202
Binnenland

China riskeert verval in Japans coma-scenario

 Na enkele tientallen jaren het Japanse exportwonder te hebben gekopieerd, bestaat nu het gevaar dat China in het zelfde economische coma belandt, waar de Japanners nu al twintig jaar proberen uit te komen. De Chinezen hebben het zelfde pad gevolgd als de Japanners in de jaren zestig, vertrouwen op exportgeoriënteerde groei en grotendeels met forse bankkredieten betaalde investeringen.

Japan is begin jaren negentig in een situatie van deflatie geraakt die tot op de dag van vandaag voortduurt, de yen was zo duur geworden dat de exportmachine begon te haperen. In China is de groei nog sneller gegaan, met als gevolg een trek naar de steden en gigantische overinvesteringen in onroerend goed. Tegelijk verliest de Chinese industrie nu snel zijn kostenvoordeel door stijgende lonen, precies zoals in Japan is gebeurd. Dat proces vindt plaats in alle sectoren van de economie, van elektronica, auto’s tot textiel.

China heeft ten minste 8% groei nodig om de trek naar de steden te kunnen financieren en 1,4 miljard mensen tevreden te houden. Geconfronteerd met dalende groeicijfers zijn president Xi Jinping en premier Li Keqiang vastbesloten om een financiële crisis te vermijden, compleet met wijdverspreide faillissementen en massale werkloosheid.

En daar komt nog een probleem bij, de Chinese bevolking vergrijst sneller dan de Japanse. „Dat demografische element wordt te veel weggeschoven, maar het is heel belangrijk. Ik ben uiteindelijk bang voor deflatie”, aldus een analist van Morgan Stanley in Hongkong. Deflatie lijkt ver te zoeken in een economie die nog altijd met 7,5% groeit en waar de inflatie op 2,7% per jaar staat.

Maar economen waarschuwen dat de situatie in China erg lijkt op die in Japan in 1989, twee jaar voor de crash. Net als Japan leunt China zwaar op de banken om investeringen in de exportindustrie aan te jagen. In ruil werd de rentevoet zo gemanipuleerd dat er voor de banken een riante winst ontstond. Die leenden echter aan bedrijven met het minste risico, de grote conglomeraten in staatseigendom.

Om ook het mkb te bedienen deed China wat ook Japan in de jaren tachtig deed, de financiële sector liberaliseren en het bedenken van nieuwe kredietinstrumenten. Hierdoor leenden de banken nog meer en wakkerde de vastgoedbubbel aan. In 2009 werd het nog erger, toen de regering voor honderden miljarden euro’s stimuleerde. Waar Japan de kredietverlening tussen 1980 en 1990 zag stijgen van 127% van het bbp naar 176%, was dat in China van 105% in 2000 tot 187% verleden jaar, aldus JP Morgan.

China’s grote probleem nu is dat elke nieuw geïnvesteerde yuan minder groei oplevert, al 18 maanden dalen de producentenprijzen. Het gevaar zit erin dat de groei zo laag wordt dat reeksen bedrijven gaan omvallen en een schok veroorzaken in het hele financiële systeem.

Uiteindelijk is het vermoedelijk de éénkindpolitiek die China op het Japanse pad van deflatie brengt, de Chinese werkende bevolking daalt al, de helft van de bevolking zit reeds in de steden. Chinezen die op het platteland zijn achtergebleven zijn 40 of ouder, geen leeftijd meer om nog een carrière in de stad te beginnen. Dat is precies wat er in de jaren negentig in Japan is gebeurd, met als resultaat lagere consumptie en een stagnatie.