Nieuws/Binnenland
1089898
Binnenland

Het is een 'eiland van schoonheid'

Corsica: Genieten van de rust

Met doodsverachting werpen wielrenners zich van de Col de Bavella op Corsica af. Met 40 kilometer per uur komen ze om de bocht. Mijn reisgids raadt fietsen op het eiland ten zeerste af, levensgevaarlijk. Terwijl onze Renault Clio met een doffe bonk in een groot gat in de weg terechtkomt, schudden we ons hoofd van verbazing. Moet hier vandaag de eerste etappe van de 100e Tour de France langskomen?

Je kunt ongelooflijk veel doen op Corsica. Je kunt zeilen, zwemmen, paardrijden, bergbeklimmen, skiën, snorkelen, diepzeeduiken, abseilen, canyoning, kayaking… Maar wij zijn hier om juist wat te laten. We hebben elkaar beloofd dat we deze vakantie nu eens niet van hot naar haar zullen trekken. Dus hier zitten we, op het terras van Bar Plage in Santa Giulia met een glas Corsicaanse rosé in de hand, te genieten van een prachtig uitzicht op het witte strand en het onwaarschijnlijk blauwe water van de baai. Want een tweede belofte was dat we dan wel naar een plek zouden gaan waar we nog nooit zijn geweest. Nou ja, nog nooit geweest…

Boek

In mijn verbeelding heb ik het eiland al tientallen jaren geleden bezocht. Toen las ik het boek dat nu voor me ligt naast het glas rosé. 'Corsicaans Avontuur', geschreven door de inmiddels allang overleden Anthony van Kampen. Niet alleen werd ik als tiener gegrepen door het dramatische verhaal van de Nederlandse toeriste Mary Kingma, die rond 1960 op de Monte Cinto een fatale liefde opvatte voor de herder Nicolaï, maar ook door de beschrijving van het betoverende woeste eiland Corsica. Een halve eeuw na Anthony van Kampen is Corsica nog steeds een Ile de la Beauté, een eiland van schoonheid. Nergens anders zie je zo veel tinten groen. De makers van de pretparken moeten hier hun inspiratie hebben gevonden in deze rotsformaties, de klaterende beekjes en watervallen.

 

 

Een wandeling door de maquis, de soms manshoge begroeiing, is adembenemend. Het geurt er in het voorjaar naar tijm, rozemarijn, munt. Bloeiende sedum, brem, zelfs wilde pioenen ontwaren we op weg naar de Piscia di Gallo. Un sentier facile, staat er aan het begin van de geel gestreepte route. Dat houdt dus op Corsica een klim- en klautertocht in over hobbelige keien, gladgesleten rotsen en stapstenen tussen snelstromend water. Het maakt de oerman in het gezelschap los, maar wij vrouwen denken alleen maar: stel dat ik val? Stel dat ik mijn enkel verzwik? Klopt de route, verdwalen we niet? Maar de beloning is ongeëvenaard. Voorbij een opeenstapeling van levensgrote rotsblokken, voorbij een oude schuilplaats voor de bergers, de herders, spuit het water van de beek tientallen meters naar beneden. Indrukwekkend machtsvertoon van de natuur.

Maquis

Lieflijk is niet de goede beschrijving voor dit landschap, want wie zich in de geschiedenis van Corsica verdiept, weet dat er ook het nodige bloed aan de maquis kleeft. Het Franse verzet heeft er zijn naam, maquisards, aan ontleend. O, ironie, want de Corsicanen hebben zich vanuit diezelfde struiken tot op heden tegen de in hun ogen Franse overheersing verzet. Ook al heeft het grootste deel van de Corsicanen zich inmiddels bij de status-quo neergelegd. Nu is er alleen nog een kleine, hardnekkige minderheid die zich bezighoudt met het zwart maken van het Franse deel met dubbele plaatsnamen. En dat heel wat verkeersborden doorzeefd zijn met kogels is niet te wijten aan Corsicaans afhankelijkheidsstreven of een vendetta die tot voor kort nog onderdeel was van de Corsicaanse cultuur, maar meer aan het baldadige gedrag van jagers. Er is veel Zuid-Frans aan Corsica (vooral de prijzen) maar de geïsoleerde ligging en de slechte infrastructuur heeft voorkomen dat het in de greep is geraakt van het massatoerisme. In juli en augustus persen de bezoekers zich in een lange file over de bochtige en nauwe tweebaansweggetjes, maar daarbuiten is Corsica voornamelijk voor de iets meer dan een kwart miljoen Corsicanen die er wonen, de steenbokken, halfwilde paarden, koeien en zwarte varkens waarvan de Corsicanen hun heerlijke ham en worst - prisuttu en coppa - maken.

Drie weken voor de start van de honderdste Tour de France is er in het gezellige havenplaatsje Porto Vecchio niets te merken van enige vorm van opwinding. Er prijkt een wielrenner op de gevel van het Hotel de Ville, er hangt een grote gele Tourballon en in de wind wapperen wat desolaat vlaggetjes in de vorm van gele, groene en bolletjestruien boven de straten. Op het plein onder de prachtige Zuid-Amerikaanse boom Le Bel Ombra is het wel druk. maar dat komt omdat er onder aanvuring van de plaatselijke deejay door het vrouwelijk schoon van Porto Vecchio massaal een dans wordt uitgevoerd. Er wordt gefotografeerd alsof Rihanna een optreden verzorgt.

Heilige maagd

Even verderop worden we in Bonifacio, schilderachtig gelegen boven aan de krijtrotsen, eeuwen teruggeworpen in de tijd. Ook daar een optreden, deze keer van meisjes. Maar de aanbidding geldt hier geen popidool maar een vrouw van innerlijke schoonheid. Onder leiding van een paar strenge grijze dames wordt de heilige maagd toegezongen in de uit de twaalfde eeuw stammende Sainte Maria Majeure. De devotie waarmee onder de afbladderende fresco’s wordt gebeden weegt ruim op tegen de valse noten. Marie, mere de dieu, priez pour nous pauvres pecheurs! En dan gaat het, priester en Maria voorop naar buiten, in een straf tempo tegen de wind in door de smalle straatjes.

 

 

Onder de bogen van de historische huizen om het kerkplein, waar de notabelen van Bonifacio zich in de 15e eeuw verzamelden voor overleg hoe zich te weren tegen de Franse belegeraars, vouwt de oude baas van restaurant L’Archivolto zijn krantje op. Ongetwijfeld de zoveelste Mariaprocessie voor hem. We laten ons verleiden om bij hem aan tafel te schuiven. Na de vin d’orange, een Corsicaans aperitief van eau de vie, rosé, suiker en jus d’orange krijgen we de schaal met zojuist gevangen vis gepresenteerd. Lotte, heerlijk!

Oké, we hebben geen heel actieve vakantie gehad, maar de natuur en de horeca hebben onze zintuigen geen rust gegund. Tot onze grote genoegen. In ieder geval zijn ónze gebeden in Corsica wel verhoord.

Reiswijzer

De oppervlakte van Corsica is ongeveer een kwart van Nederland. Maar je vergist je snel in de afstanden. Wie heel Corsica wil zien, kan zijn vakantie het beste in tweeën delen, het noorden vanuit de regio Calvi of Ajaccio, het zuiden vanuit Bonifacio of Porto Vecchio.

Openbaar vervoer is per bus; buiten een onregelmatig rijdend boemeltreintje van Ajaccio naar Bastia is er geen spoorverbinding.

Transavia vliegt 2x per week op Ajaccio, maar er zijn meerdere mogelijkheden met een overstap vanuit o.a. Nice en Genua.

Met de auto kan er per veer worden overgestoken. Ook van Corsica naar het alleen door een smalle zeestraat gescheiden Sardinië.

Eten

De Corsicanen zijn trots op hun keuken, die het beste biedt van de Franse en Italiaanse kookkunst. Maar houd ook ruimte in uw koffer over voor de heerlijkste siropen, likeuren, jams en kruidenmelanges. Corsica heeft zeer goed drinkbare eigen wijnen van o.a. Fuimicicoli en E Prove. Probeer naast de vin d’orange als aperitief ook eens vin de myrthe als digestief.

 

 

Mysterieus

Op de drukke route van de Middellandse zee, deden al heel wat zeevarende volken Corsica aan. Een van die niet meer traceerbare volken, de Torréens, lieten duizenden jaren geleden tussen de rotsblokken waaronder ze woonden mysterieuze menhirs en beelden achter. Je treft ze aan bij Alta Rocca en bij Filitosa aan de rivier de Taravo. De theorie is dat deze beelden die vaag de contouren hebben van menselijke gezichten en zelfs van een zwaard, bedoeld waren om vijandige indringers schrik aan te jagen.