1093955
Binnenland

Turkse hel voor Nederlander

Niet alleen tegen demonstranten op het Taksimplein in Istanbul gebruikte de Turkse politie onlangs keihard geweld. De Nederlander Hans Koops weet er inmiddels ook alles van.

Net door de douane op de luchthaven van Izmir was de zwaar zieke Koops al in gedachten bij zijn heerlijke huurhuis aan de kust. Zijn dagdroom werd ruw verstoord nadat een agent in burger hem op de schouder tikt. Het is het begin van een dagenlange nachtmerrie van vernedering, uitputting en zware mishandeling. Daarna wordt hij zonder pardon het land uitgegooid.

Nierkanker

Hij vecht nu voor zijn recht en zijn gezondheid. En Turkije durft hij niet meer in omdat daar een veroordeling voor drugssmokkel dreigt. „Terwijl ik alleen medicijnen bij me had. Ik wil dolgraag weer naar mijn vriend en huisdieren, maar niemand helpt me.” Koops (53) lijdt al jaren aan nierkanker en hiv. Een lokale advocaat kan de arbeidsongeschikte man niet betalen en bij het ministerie van Buitenlandse Zaken krijgt hij nul op het rekest. „Eigen schuld, dikke bult krijg ik te horen in Den Haag”, vertelt een wanhopige Koops.

Hij komt in een achtbaan van ellende terecht als de agent in zijn bagage een flinke lading medicijnen aantreft. „De agent sprak alleen Turks. Ik dacht dat het wel los zou lopen, totdat de man mijn verzegelde potjes met medicinale cannabis onder ogen kreeg. Zij beschuldigden me van drugssmokkel en negeerden mijn medische verklaring in het Engels. Terwijl ik daar eerder Turkije zonder problemen mee binnenkwam”, vertelt Koops. „Ik mocht niet naar de wc. Er kwam een advocaat bij, maar die deed niets en blijkt achteraf namens mij papieren te hebben ondertekend waarvan ik de inhoud niet kende.” Na vingerafdrukken en foto’s wordt de onfortuinlijke Nederlander naar een gevangenis gebracht.

Applaus

Hier wordt hij in een kleine, smerige cel gegooid waarin bijna dertig man opgepropt zitten. „Ik kreeg applaus toen ze hoorden dat ik van drugssmokkel werd verdacht. Er werd open en bloot marihuana gerookt. Zelf had ik nauwelijks te drinken en geen medicijnen. Als ze hadden geweten dat ik hiv-patiënt ben, hadden ze me afgemaakt. Homoseksualiteit bestaat niet in Turkije.” Familie in Nederland alarmeert het Nederlands consulaat in Istanboel. De onjuiste mededeling van de Turkse autoriteiten aan onze diplomaten dat de ’heer Koops nog dezelfde dag is uitgezet’, wordt voor zoete koek geslikt. ,,Dat is toch schandalig!”

Een bezoek de volgende dag aan een arts in het ziekenhuis Sifa Hastane brengt hem verder in de problemen. „Zij verklaarde gelukkig dat ik doodziek was, medische hulp nodig had en meteen moest worden vrijgelaten. Telefonisch heb ik mijn zorgverzekeraar Agis om hulp gesmeekt, maar die hield de boot af. De politie kon dat allemaal niet waarderen. In de arrestantenbus kreeg ik de handboeien extreem strak om en werd keihard tegen de benen getrapt”, aldus Koops, terwijl hij de door de arts getekende verklaring laat zien.

Hel

Eenmaal terug in gevangenis staat hem nóg een pijnlijke verrassing te wachten. „Ik werd bij de onderdirecteur gebracht. Hij schold me uit voor ‘vuile leugenaar’, schopte en sloeg me overal behalve in mijn gezicht. Dat duurde met tussenpozen ongeveer tien minuten. Ik was in de hel beland. Die nacht in mijn cel plaste ik bloed.’’ Zijn medegedetineerden waarschuwen de bewaarders. Die vinden hem kermend van de pijn op de grond. ,,Opnieuw in het ziekenhuis werd door de politie een arts opgetrommeld die me kerngezond verklaarde”, vertelt Koops, die 25 jaar conducteur en perronchef was bij de NS.

Koops wordt daarna door de Turken gedwongen op een vlucht naar Nederland gezet. In Turkije dreigt nu voor hem een forse celstraf, ondanks dat Koops kan aantonen dat het om een vergissing gaat. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is van alles op de hoogte, maar wil zich „niet mengen in de rechtsorde van een ander land”. Een zegsman laat weten dat het ,,ministerie zeer met de heer Koops meevoelt. We hebben echter alles voor hem in het werk gesteld”. De Turkse ambassade in Den Haag weigert commentaar.