Nieuws/Binnenland

Onduidelijkheid over verdwenen 'zoutzuurlijk'

De vier mannen die worden verdacht van het laten verdwijnen van het lijk van de 24-jarige Alan Gergeri in de zogeheten zoutzuurmoorden, hebben maandag voor de rechtbank in Maastricht tegenstrijdige verklaringen afgelegd.

Volgens de 54-jarige Ron van K. heeft hij samen met de 59-jarige vader Huub L. en diens zonen Maurice (22) en Michel (27) besloten om het lijk, dat in een vrieskist lag, in een garage in Landgraaf op te lossen in zoutzuur en in het Belgische Gellik door het riool te spoelen. In het riool zijn microsporen van bot en huid gevonden, maar het is niet meer te achterhalen of deze van een mens of dier afkomstig zijn.

Huub ontkende bij de rechtbank dat hij een rol heeft gespeeld bij de verdwijning van Gergeri. Hij was geschokt toen hij terugkwam van vakantie en het lijk van de Irakees thuis aantrof. Volgens Ron van K. had hij zakelijke redenen om de familie L. te helpen bij het laten verdwijnen van het lichaam van Gergeri. Ze runden samen onder meer een hennepplantage.

Gergeri werd in 2009 vermoord door Maurice. Hij bekende maandag dat hij de Irakees in een opwelling heeft gedood door zijn keel door te snijden en hem met een pikhouweel te bewerken. Maurice beweert dat hij tussen zijn 14e en 17e is misbruikt door het slachtoffer. Met die gedachte kon hij niet meer leven. Volgens de aanklager handelde Maurice met voorbedachten rade. Dat zou blijken uit brieven waarin hij zijn moordplannen aankondigde. De familie van Gergeri eist 45.000 euro smartengeld als compensatie voor het feit dat ze haar dierbare niet kan begraven.

Het Sittardse gezin L. wordt er ook van verdacht de 29-jarige Mohammed Al Jader uit Schinveld te hebben doodgeschoten. Hij was de vriend van dochter Rachelle. Hij zou telkens geld hebben geëist, omdat hij op de hoogte was van de criminele zaken van de familie. Zijn lichaam zou eveneens in zoutzuur zijn opgelost en door het riool zijn gespoeld. De rechtbank in Maastricht buigt zich dinsdag over deze moordzaak.