Nieuws/Binnenland
1105068
Binnenland

ACHTERGROND

Het gevecht tegen water

Filters zijn het eerste middel dat wordt ingezet in de strijd tegen vervuiling van de brandstoftank. Het tweede middel is het toevoegen van chemische bestanddelen, de zogenoemde additieven. ,,Vroeger deed zwavel het werk, nu moeten we onze brandstof een handje helpen’’, aldus brandstofdeskundige Marc Kooijman.

Motorproblemen in de pleziervaart worden, vergeleken met tien jaar geleden, steeds vaker veroorzaakt door de gevolgen van water in de brandstoftank. Want water is de voedingsbodem voor bacteriegroei. Vele redders, zoals de KNRM, constateren dat de door bacteriesmurrie verstopte brandstofleidingen, steeds vaker de oorzaak zijn van motorproblemen, waardoor watersporters hun hulp nodig hebben.

MilieuwetgevingDie verandering heeft te maken met strengere milieuwetgeving van het afgelopen decennium. Diesel bevatte in het verleden zwavel. Dat was motortechnisch een prima middel. Het was in staat water aan zich te binden – het te laten oplossen - en het werkte tegelijkertijd als smeermiddel.  

Plantaardige oorsprongHelaas is zwavel ook bijzonder slecht voor het milieu en daarom heeft de wetgever besloten het te verbieden. Daarvoor in de plaats is in het geval van diesel een keur aan niet-fossiele oliën met een plantaardige oorsprong gekomen. Bij benzine deed verder het milieuvriendelijkere ethanol zijn intrede.

TweedelingProbleem is alleen dat de moderne ethanol in benzine water aantrekt. En dat de niet-fossiele oliën die aan diesel worden toegevoegd niet,  zoals zwavel dat wel deed, water aan zich weten te binden. Waardoor je in de praktijk een tweedeling in je tank krijgt:  de brandstof boven, het water onder.

Bacteriële smurrieDaardoor krijgt bacteriegroei een kans, en ontstaan er in je tank schimmels en plakken bacteriële smurrie, die vervolgens, zeker in het geval van dieselmotoren, de filters en leidingen verstoppen. Arjan de Boer van Outboard Service Leiden kan erover meepraten. Hij repareert buitenboordmotoren en heeft de afgelopen jaren een verschuiving gezien. 

Verontreinigde brandstof,,Waar ik tien jaar geleden voornamelijk reparaties aan ontstekingen had, en dan had je dus echte schade, ben ik tegenwoordig negentig procent van de tijd bezig met het schoonmaken van carburateurs die zijn vervuild vanwege verontreinigde brandstof.’’ Wat ook niet meehelpt is dat percentage ethanol in benzine in de praktijk schommelt tussen de vijf en de vijftien procent. Hoe hoger het percentage, hoe meer kans op watervorming en dus bacteriegroei.

AdditiefEr zijn vele additieven op de markt, overigens zijn ze praktisch allen giftig, die helpen om bacterievorming in je brandstof tegen te gaan en het water in de brandstof te helpen oplossen. ,,Als de motor heel regelmatig wordt gebruikt, zijn ze niet echt nodig’’, aldus De Boer. ,,Bij regelmatig gebruik van de motor vind ik ze niet zo nuttig, want als je steeds nieuwe brandstof inneemt, krijgt bacterievorming weinig kans. Maar loopt het seizoen op het einde en wordt er steeds minder gevaren dan ontstaat met die moderne viertakt motoren snel watervorming. Dan is zo’n additief verstandig.’’

ZeezeilersMarc Kooijman uit Dordrecht, importeur van het additievenmerk Bardahl, constateert dat de watersporters die het meeste risico lopen op brandstofproblemen, de zeezeilers zijn. ,,Zeilers laten hun motoren sowieso relatief weinig uren per seizoen draaien. Dus bacterievorming krijgt meer kans.’’

Op zee wordt verder door de zwaardere zeegang de tank soms flink door elkaar geschud, waardoor bacteriesmurrie gaan wervelen. Dan raken filters en leidingen gemakkelijk verstopt. En wanneer er op zee motorproblemen zijn, kunnen de reddingsdiensten in de Noordzee minder makkelijk te hulp schieten dan op binnenwater.

Beroepsschepen,,De schepen in de beroepsvaart zijn wat dit betreft de tegenpool van de zeezeilers. Bij  beroepsschepen wordt veel gevaren en veel getankt en is condens en watervorming en daardoor bacteriegroei juist nauwelijks een probleem.’’ Kooijman raadt aan om bij elke tankbeurt een additief in de tank toe te voegen.

Hoe vaak additieven worden toegevoegd is aan de booteigenaar zelf. Het is ook afhankelijk van de plaats waar brandstof wordt getankt. Bij tankbeurten op plaatsen waar condens in de tank op het tankstation wordt vermoed, moet het vaker gebeuren. 

Opmars brandstoffilters an additievenMaar hoe dan ook; door de opmars van milieuvriendelijkere brandstof krijgt de brandstofbacterie weer meer kans dan vroeger. Daardoor komen zowel brandstoffilters als chemische additieven voor de tank de komende jaren weer meer dan ooit in de belangstelling te staan.