Nieuws/Binnenland

Vijftien jaar geëist voor coffeeshopmoord

Omdat de Duitse Turk Mo G. (42) in maart afgelopen jaar voor een coffeeshop in Heerlen zijn landgenoot en voormalige familievriend Ali Gökpinar (40) met schoten door hoofd en hals op brute wijze liquideerde, eiste justitie gisteren voor de rechtbank in Maastricht vijftien jaar cel tegen hem.

Alle gebeurtenissen van die bewuste 26 maart waren duidelijk vastgelegd door vijftien beveiligingscamera’s van coffeeshop Brothers. Alhoewel Mo G. stellig beweerde alleen vrienden met de eigenaars te zijn, bleek uit de in de rechtbank vertoonde beelden dat hij wel degelijk een rol speelde binnen de coffeeshop. Zo had hij sleutels van bijna alle deuren en was duidelijk te zien dat hij een pak geld van een van de bazen kreeg en dit telde, vermoedelijk omdat G. in de wiethandel zat.

Zelf wilde de man hier echter niks over verklaren.  Net zoals G. zich bijster weinig kon herinneren over de dag zelf, dit tot grote verbazing van de rechters. Dat hij al geruime tijd ruzie had met het latere slachtoffer Ali G., dat wist hij nog wel. Maar de reden waarom, was de vijftiger blijkbaar ontschoten. Getuigen verklaarden tegenover de recherche dat het tweetal een conflict had over een geleend bedrag van 170.000 euro rond een vastgoedproject.

Rond zes uur die avond kwam het tot een confrontatie voor de coffeeshop. Toen Ali Gökpinar met wat vrienden zijn voormalige kompaan Mo G. in een naastgelegen portiek aanviel met een ploertendoder, ontstond er een vechtpartij op de stoep waarbij G. om zich heen sloeg met een sneeuwschep en Gökpinar uiteindelijk met meerdere schoten van het leven beroofde.

,,Ik wilde hem uitschakelen, hij bedreigde mij”, zo verklaarde G. Zijn advocaat Arthur Vonken pleitte voor noodweer en dus vrijspraak. De officier van justitie sprak van echter moord. ,,Hier is sprake geweest van een koelbloedige afrekening. Uit alles blijkt dat verdachte de moord rustig heeft voorbereid en dat hij de confrontatie uit de weg had kunnen gaan. De camerabeelden dienen in deze als duidelijk bewijs, hij heeft gehandeld met voorbedachten rade.”

Uitspraak op 31 mei.