Nieuws/Binnenland
1107734237
Binnenland

Gemiddeld 10 procent meer loon voor basisschoolleraar na akkoord

DEN HAAG - Basisschoolleraren gaan er gemiddeld 10 procent op vooruit, wat neerkomt op een gemiddelde stijging van 5300 euro per jaar, zo meldt het ministerie van Onderwijs. Dat is de uitkomst van onderhandelingen tussen het ministerie, onderwijsvakbonden en de PO-raad voor primair onderwijs.

Door de verhoging verdient een docent op de basisschool evenveel als in het voortgezet onderwijs. De verhoging gaat met terugwerkende kracht vanaf januari in. Voor het dichten van deze zogeheten loonkloof, waar al jarenlang discussie over is, trekt het kabinet ongeveer 920 miljoen euro uit. Het ministerie benadrukt dat het om een gemiddelde stijging gaat, maar dat alle basisschoolleraren er minstens 4 procent bij krijgen. Schoolleiders gaan er ook op vooruit, volgens het ministerie met minimaal 5 procent en gemiddeld 11 procent.

„Hier hebben de collega’s jarenlang actie voor gevoerd”, aldus bestuurder van de Algemene Onderwijsbond (AOb) Thijs Roovers in reactie op het gelijktrekken van de lonen in het basis- en voortgezet onderwijs. De eer gaat volgens hem naar „alle leraren en ondersteuners, die in de regen en de modder steeds weer hebben gedemonstreerd. Zonder hen was dit nooit gelukt.”

CNV Onderwijs noemt het dichten van de loonkloof een „historische stap.” Voorzitter Daniëlle Woestenberg: „Hier hebben we al sinds 2017 voor geijverd. Dit betekent erkenning en waardering van het waardevolle werk in het primair onderwijs.” De PO-Raad heeft het over „ontzettend goed nieuws.”

Over de gemiddelde stijging van 10 procent willen de bonden zich niet uitspreken. Roovers van de AOb: „Niet iedereen gaat er maandelijks fors op vooruit. Het hangt af van in welke salarisschaal je zit, op welke trede en van welke functie je hebt.” De AOb komt met een „instrument” waarmee medewerkers hun nieuwe salaris kunnen achterhalen. Ook CNV Onderwijs wil „wegblijven” van het noemen van percentages. „Niemand is een gemiddelde.”

Met de VO-raad voor het voortgezet onderwijs zijn ook afspraken gemaakt over het verlagen van de werkdruk in het voortgezet onderwijs. De raad maakt samen met de bonden afspraken hoe de 300 miljoen euro die er voor wordt uitgetrokken besteed moet worden. Verder komt er meer ruimte voor ontwikkeling en bijscholing. Minister Dennis Wiersma (Onderwijs) trekt daar nog eens 118 miljoen euro voor uit.

Voorzitter van de VO-raad Henk Hagoort zegt over de investeringen: „geld lost niet alles op.” In verdere gesprekken moeten zaken zoals het aantrekkelijker maken van het beroep van leraar worden uitgewerkt.

De afspraken die vrijdag werden gepresenteerd staan los van de reguliere cao-onderhandelingen, over onder meer de inflatie. Die gaan vanaf eind mei weer van start, aldus de AOb.