1108003
Binnenland

 ‘De rode pluche stoelen, het grote scherm – alles maakte een enorme indruk op mij’

Bioscoopje

Schrijfster/presentatrice Daphne Deckers geeft haar kijk op het leven. Deze keer schrijft ze over naar de film gaan.

Als kind ging ik één keer per jaar naar de film. Dat was een hele happening. Hetzelfde gold voor uit eten. We gingen één keer naar de Chinees; zodra mijn ouders de jaarlijkse belastingteruggave hadden ontvangen. Of we gingen naar Van der Valk − maar dan moesten mijn ouders in een wel heel feestelijke bui zijn. De films die ik als kind in de bioscoop heb gezien, kan ik nu nog opnoemen: Bambi, Dumbo, de Reddertjes. De rode pluche stoelen, het grote scherm, het overdonderende geluid – alles maakte een enorme indruk op mij. Je kon een bakje popcorn kopen en een cola met een rietje, maar mijn moeder vond dat allemaal afzetterij, dus meestal kregen we niks. Maar dat maakte helemaal niet uit, want we kregen een film. In de jaren daarna zag ik films als Indiana Jones, Back to the Future en mijn eerste Bondfilm: For Your Eyes Only. Als iemand me toen had verteld dat ik vijftien jaar later zélf een klein (oké, piepklein) rolletje in zo’n film zou spelen, had ik hem voor gek verklaard. Want een bioscoopfilm − dat was larger than life. Dat was magie.

Inmiddels is er veel veranderd. Het moge duidelijk zijn dat voor de moderne consument de film alleen niet meer voldoende is. De bioscoopganger wil alles kunnen eten wat zijn hartje begeert; van tacochips met gesmolten kaas tot verschillende smaken popcorn in XXL-verpakkingen. Je kunt vazen vol met cola krijgen, tientallen soorten ijs, eindeloos veel krakende chips en ritselende snoepzakken die je tot de rand kunt vullen. Hoe is het toch gekomen dat we niet eens meer een film van een kleine twee uur kunnen uitzitten zonder dat we voortdurend iets in onze mond stoppen? Iedereen slurpt, smakt, graait en kraakt dat het een lieve lust is. Ik ook. En mijn kinderen al helemaal. Voor hen zijn snaaien en filmkijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar ik begrijp dat de bioscopen hun bezoekers ter wille willen zijn. Ze moeten tenslotte concurreren met het ‘thuistheater’ van wandvullende flatscreens, illegale downloads en iTunes. Én met tv-series. Want hoe goed zijn die wel niet geworden de laatste jaren?

Het begon allemaal met toppers als The Soprano’s, 24 en Six Feet Under, gevolgd door een hausse aan wereldwijde successen: Dexter, The Killing, Borgen, Downton Abbey, Game of Thrones. De lijst van series-waar-ik-voor-thuisblijf is eindeloos. Ik heb laatst in een paar weekenden twee seizoenen van de heerlijke wraaksoap Revenge uitgekeken, en ik zit er hélemaal in. (Ik ben Team Aiden, voor de connaisseurs.) Wie had ooit gedacht dat televisiedrama zo verslavend zou worden? En tóch blijf ik van de bioscoop houden. Thuis kijken is verdraaid aantrekkelijk, maar sommige films moet je groot zien. En in het donker, met een zaal vol andere mensen. Dat geeft toch een extra dimensie aan de kijkervaring, vind ik. Een soort gedeelde energie. Een bioscoopje pikken blijft dan ook de ideale date – afgezien van de jongens die het pik-gedeelte iets te letterlijk nemen en hun vriendinnetje ‘verrassen’ door de popcorn op schoot te nemen, en een gat onderin de doos te maken.