1115437
Nieuws

Hoog tijd voor een reddingspakket

Afgelopen donderdag maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat de werkloosheid in ons land op het hoogste punt staat van de afgelopen dertig jaar. Op dit moment telt Nederland 643.000 mensen zonder werk. Niet alleen het aantal werklozen neemt toe, maar ook het tempo waarin werknemers ontslagen worden. Het CBS gaf aan geschrokken te zijn van de onverwachte snelheid waarmee de werkloosheid oploopt. In januari en februari kwamen er per maand 21.000 werklozen bij, in maart was dat 30.000. De werkloosheid neemt vooral toe in de bouw en de detailhandel, maar ook in de sectoren handel en de gezondheidszorg gaan banen verloren. De sterkste stijging zien we bij de leeftijdsgroep 25 tot 45 jaar. De onverwacht snel oplopende werkloosheid is het gevolg van het gecombineerde effect van een groter aantal werkzoekenden en de terugloop van het aantal banen. Door faillissementen zijn al veel banen verloren gegaan en de verwachting is dat de komende maanden het aantal ontslagrondes bij grotere bedrijven nog zal toenemen.

Hoop de grond ingeboord

Deze week sprak premier Mark Rutte tijdens het debat in de Tweede Kamer de hoop uit dat het sociaal akkoord zou bijdragen aan een herstel van vertrouwen in de economie en consumenten zou aanzetten tot meer bestedingen. Maar door de onheilspellende cijfers van het CBS is deze optimistische verwachting de grond in geboord. Vorige week schreven wij dat een dergelijk akkoord op de langere termijn een positieve bijdrage kan leveren aan het economisch herstel, maar zeker niet op de korte termijn. Bovendien heeft de uitkomst van het Kamerdebat geen bijdrage geleverd aan een verbetering van het consumentenvertrouwen. Integendeel, pas dit najaar wordt duidelijk of het kabinet met een extra bezuinigingspakket zal komen. Gaan we af op nieuwste ramingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voor de Nederlandse economie, dan staat nu al vast dat Rutte 2 een fors ombuigingspakket zal moeten presenteren van rond de 5 miljard euro om het begrotingstekort in 2014 onder de Europese eis van 3 procent BBP te houden. Dit pakket betekent een nieuwe klap voor de Nederlandse economie.

Een pas op de plaats is nodig

Het is opvallend dat de coalitie kost wat het kost in 2014 wil voldoen aan de 3 procent. Vrijwel alle economen, internationale economische denktanks en zelfs het strenge IMF dringen aan op een pas op de plaats. Verdere bezuinigingen beschadigen de economie en leiden tot een vernietiging van banen. Ze remmen de economische groei af. En we hebben juist extra groei nodig om het tekort effectief te kunnen terugdringen. Daar komt nog bij dat de kans meer dan groot is dat Brussel ook in 2014 water bij de wijn zal doen en zeker niet zal vast houden aan de 3 procent. De tegenvallende prognoses voor de Europese economie en de begrotingscijfers van de lidstaten van de EU die deze week zijn gepubliceerd maken duidelijk dat de overgrote meerderheid van de eurolanden volgend jaar boven de 3 procent zal uitkomen. Op grond daarvan ligt het voor de hand dat Brussel niet strikt zal vasthouden aan de norm van 3 procent, maar landen vooral zal beoordelen op basis van hun hervormingsagenda. Daarbij moet het gaan om een concreet pakket aan hervormingen dat op termijn zal leiden tot een tekort onder de 3 procent richting begrotingsevenwicht. Op basis van eerdere doorrekeningen van de Nederlandse agenda op dit vlak is het aannemelijk dat ons land, ook zonder een extra ombuigingspakket, in de jaren na 2014 daaraan zal voldoen. Gezien de huidige economische malaise, waarbij de gemiddelde werkloosheid in Europa is opgelopen tot boven de 10 procent is het strikt handhaven van de Europese norm niet alleen onzinnig, maar ook een bedreiging voor de Europese economie.

Veel landen proberen met forse bezuinigingspakketten en lasten verzwaringen binnen de 3 procentnorm te blijven en zien in de praktijk dat deze aanpak desastreus uitpakt: de economische neergang wordt versterkt en de werkloosheid loopt op. De nadruk ligt nu veel te veel op begrotingsnormen die afbreuk doen aan de economische ontwikkeling. Binnen de eurozone neemt de roep toe om een meer flexibel criterium dat bijdraagt aan extra economische groei.

Rutte 2 moet met een reddingspakket komen

De dramatische cijfers van het CBS maken duidelijk dat het sociaal akkoord en de uitkomst van het Kamerdebat op de korte termijn geen oplossing bieden voor de snel stijgende werkloosheid. Rutte 2 zal hoe dan ook met onorthodoxe stimulerende maatregen moeten komen om een verder vernietigingen van banen tegen te gaan. Het moet gaan om een tijdelijk pakket dat op de op de korte termijn effecten sorteert. Het belangrijkste probleem van Nederland is het lage bestedingsniveau. Door koopkrachtverlies, oplopende werkloosheid en een laag consumentenvertrouwen houden de burgers de hand op de knip. Daar komt nog bij dat ook de bedrijfsinvesteringen achterblijven. Veel bedrijven zijn vanwege de onzekere economische toekomst terughoudend en kunnen bovendien moeilijk aan bankkrediet komen.

Op de korte termijn kan de economie vooral worden opgepept met maatregelen die de bestedingen van burgers bevorderen, bijvoorbeeld door lagere lasten. Effectief zijn ook extra overheidsuitgaven om bijvoorbeeld de bouwsector aan te jagen en fiscale stimulansen voor het bedrijfsleven waardoor bedrijfsinvesteringen bevorderd worden. Vanwege onze ongezonde overheidsfinanciën zijn er echter onvoldoende overheidsmiddelen beschikbaar om de Nederlandse economie met dergelijke groei-impulsen aan te jagen.

Maar ook met een gebrek aan middelen is het mogelijk met een pakket te komen dat de groei aanjaagt en de werkgelegenheid bevordert. Dat kan met de inzet van twee type maatregelen. Tijdelijk fiscale stimulansen die geen structureel beslag op de begroting leggen en waarvan het verleden heeft geleerd dat ze effectief zijn en stimulansen die de lopende begroting niet belasten. Het pakket dat wij voorstellen ziet er volgt uit. Met ingang van 1 juli 2013 worden de bedrijfsinvesteringen gestimuleerd met een 100% vervroegde fiscale afschrijving die loopt tot 31 december 2014. Om de bouwsector aan te jagen wordt het recent ingevoerde verlaagde btw-tarief (6%) op de arbeidskosten bij verbouwingen en renovaties van bestaande woningen in deze periode ook toegepast op nieuw te bouwen huizen. Daarnaast moet het kabinet met een speciale staatslening komen waarmee de economie wordt gestimuleerd.

Een speciale staatslening om de economie aan te jagen

In een eerdere column wezen wij op onze economische geschiedenis. Die leert dat je ook buiten de rijksbegroting een mogelijkheid hebt om een vastgelopen economie weer vlot te trekken. Dat kan door in samenwerking met het bedrijfsleven, in de vorm van publiek private samenwerking (PPS), goed renderende projecten te gaan uitvoeren. Bijvoorbeeld investeringen in lokale en regionale energieparken waar duurzame energie wordt opgewekt. Investeringen in (tol)wegen, snelle railverbindingen, openbaar vervoer en supersnel internet kunnen eveneens mooie rendementen opleveren. Met dergelijke projecten is het mogelijk jaarlijkse rendementen van gemiddeld 4%-5% te realiseren. Laten we zo snel mogelijk starten met een investeringsbedrag van 10 miljard euro. In de PPS-vorm komt dan 5 miljard voor rekening van het bedrijfsleven en de ander 5 miljard wordt opgebracht door de rijksoverheid. Dit bedrag komt niet uit de schatkist, maar wordt gefinancierd uit een speciale staatslening. Omdat de Nederlandse staat zeer goedkoop kan lenen (1-2 procent ) gaat het hier om een voordelige investering voor de staatskas: tegenover de lage rente lasten staan veel hogere opbrengsten. Weliswaar neemt onze staatsschuld door deze lening wat toe, maar daar tegenover staan wel goed renderende staatsbezittingen. Bovendien hoeft ons land zich (nog) geen zorgen te maken over de staatsschuld. Nederland behoort in de wereld tot de landen met de laagste overheidsschuld.

We benadrukken dat bij een dergelijke PPS opzet het bedrijfsleven niet alleen bijdraagt in de financiering, maar ook knowhow meebrengt die binnen de overheid in onvoldoende mate aanwezig is. Daarnaast zijn er andere voordelen: een verbetering van onze infrastructuur, meer duurzame energie en extra economische groei en werkgelegenheid, vooral in de bouw.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg