Nieuws/Binnenland

Voor- en nadelen premiepensioeninstelling

Sinds 2011 is de weg vrij voor een nieuwe soort pensioenregeling in Nederland: de premiepensioeninstelling (ppi). Veel aanbieders van deze regeling richten zich op het mkb. Maar wat zijn precies de voor- en de nadelen voor werkgevers? 

Een ppi is een pensioenuitvoerder die door iedereen kan worden opgericht, Naast verzekeraars en pensioenfondsen kunnen nu bijvoorbeeld ook banken, werkgevers- en werknemersorganisaties en vermogensbeheerders een pensioenregeling beginnen. Zij hebben daar wel een vergunning voor nodig. Ook verzekeraars en pensioensfondsen hebben een vergunning nodig als ze zich willen richten op deze nieuwe tak van sport. Tot nu toe zijn er zes vergunningen verstrekt, aan de Goudse, Brand New Day, Nationale Nederlanden, Robeco, TKP en Be Frank. Van Aegon en APG is bekend dat ze een vergunning hebben ingediend.

Beleggingsrendement

De kern van een ppi is dat werkgever en werknemer samen een premie inleggen die eenmalig wordt vastgesteld. De ppi belegt de premie naar goeddunken. De hoogte van het uiteindelijke pensioenkapitaal hangt af van de hoogte van de inleg en van het beleggingsrendement. Als de werknemer met pensioen gaat moet hij of zij met dat kapitaal zelf een levenslange uitkering kopen bij een verzekeraar. De ppi regelt niets voor nabestaanden. Een partnerpensioen moet apart geregeld worden bij een verzekeraar. Ook arbeidsongeschiktheid moet apart verzekerd worden.

Voordelen

Voor werkgevers zitten er veel voordelen aan een ppi. Vooral voor kleine ondernemers is het aantrekkelijk dat een bedrijf met twee werknemers al welkom is bij een premiepensioeninstelling en dat deelname relatief simpel en transparant is. Het administratieproces is eenvoudig en de documenten en gegevens zijn continu beschikbaar via internet voor zowel de werkgever als de werknemer.

Omdat het administratieproces zo eenvoudig is, zijn ook de kosten lager dan bij een pensioenregeling via een verzekeraar of pensioeninstelling. BeFrank, een samenwerking van Binck Bank en Delt Loyd en de eerste aanbieder op de Nederlandse ppi-markt, schat de kosten per werknemer per jaar op circa 120 euro. Dat is ongeveer de helft van de kosten bij een collectieve pensioenregeling.

Het vaste premiebedrag en het feit dat de werknemer zelf verantwoordelijk is voor de beleggingsrisico’s is ook een grote plus voor veel werkgevers. Bij ‘ouderwetse’ pensioenregelingen kregen zij nogal eens te maken met onverwachte premiestijgingen door de vergrijzing, schommelende dekkingsgraden, lage kapitaalmarktrente en hoge inflatie.

Een ander groot voordeel is dat ppi’s een korte opzegtermijn (vaak van twee maanden) hanteren en geen vaste looptermijn van bijvoorbeeld vijf jaar. Werkgevers kunnen dus makkelijk overstappen als concurrenten lagere kosten aanbieden. De premiepensioeninstelling speelt daarmee in op de toenemende behoefte aan flexibiliteit.

Nadelen

Maar natuurlijk zitten er ook minder rooskleurige kanten aan de nieuwe pensioenregeling. Zoals gezegd mogen de ppi’s zelf geen risico voor arbeidsongeschiktheid en overlijden verzekeren. Dit moet ergens anders onder worden gebracht. Bij de vergelijking van pensioenmogelijkheden moet je als werkgever dus wel álle kosten goed op een rij zetten en er voor waken geen appels met peren te vergelijken.

Ook het feit dat de regeling nieuw is en er relatief nog weinig aanbieders zijn, kan werkgevers er van af doen zien om voorlopig over te stappen op een ppi. De angst bestaat dat er een vergelijkbare concurrentiestrijd ontstaat als destijds bij spaarbanken, met het faillissement van enkele premiepensioeninstellingen als gevolg. De komende jaren moeten uitwijzen of dit doemscenario werkelijkheid wordt maar voor werkgevers die niet van risico’s houden, kan het verstandig zijn de kat nog even uit de boom te kijken.