Nieuws
1120830
Nieuws

Fraude internetbankieren scherp gedaald

De fraude met internetbankieren is in de tweede helft van vorig jaar scherp gedaald met 60 procent ten opzichte van het eerste halfjaar. Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerde cijfers van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).

Het totale schadebedrag daalde van 24,8 miljoen euro naar 10 miljoen euro. Het is voor het eerst in jaren dat er sprake is van een daling. Volgens NVB-voorzitter Boele Staal komt dat vooral doordat banken geldtransacties veel beter zijn gaan monitoren, 24 uur per dag. „Zo ontdekken we fraude sneller en kan de schade worden beperkt”, legt Staal uit.

In de eerste helft van vorig jaar steeg deze fraudevorm nog met 14 procent. In heel 2010 verviervoudigde de zwendel met het internetbankieren en in 2011 was er sprake van een verdubbeling.

In heel 2012 bedroeg de fraude met internetbankieren 34,8 miljoen euro, iets minder dan in 2011. De schade door 'skimming', het kopiëren van betaalpassen, daalde vorig jaar sterk, met meer dan een kwart tot 29 miljoen euro. Dat schrijft de NVB vooral toe aan de invoering van de chip op de pinpassen.

Cybercriminelen slagen er ook steeds minder in om bankgegevens te stelen met schadelijke software, zogeheten malware. Dat is software die onopgemerkt op iemands computer wordt geïnstalleerd om bijvoorbeeld inloggegevens te onderscheppen. Deze vorm van fraude nam in 2012 licht af tot 22,1 miljoen euro.

Opvallend genoeg komt fraude met bankieren op smartphones vooralsnog niet voor. „Daar zijn bij ons geen gevallen van bekend. We hebben geen reden om aan te nemen dat mobiel bankieren niet veilig is. Kennelijk hanteren consumenten de veiligheidsvoorschriften die daarvoor gelden”, zegt Staal.

In totaal daalde de schade als gevolg van fraude in het betalingsverkeer, waaronder overboekingsfraude en zwendel met gestolen bankpassen, in 2012 met 11 procent tot 82 miljoen euro.

Slachtoffers van internetfraude worden in de regel schadeloos gesteld, tenzij er naar het oordeel van de bank sprake is van „grove nalatigheid”. Omdat over deze definitie veel onduidelijkheid bestaat, voeren de grootbanken momenteel overleg om dit vast te leggen. „Nu wordt het per individueel geval bekeken”, aldus de NVB-topman. Een voorbeeld van grove nalatigheid kan volgens Staal zijn een klant die zijn bankgegevens herhaaldelijk door een oplichter laat ontfutselen via een phishingmail.

De NVB wijst erop dat fraude door internetbankieren relatief gezien beperkt is. Het fraudebedrag van nog geen 35 miljoen euro vorig jaar is een 'schijntje', afgezet tegen de totale omzet van internetbankieren van 3,2 biljoen euro (3200 miljard).