Nieuws/Binnenland
1121250
Binnenland

Voetgangers steken gewoon over

India: Altijd onderweg

India is een feest voor neus, oog en vooral… oor! Land van kruidige curry's, fikkende vuilnisbelten en verstikkende roetdampen. Van mannen met rode tulbanden en aardappelrooisters in oranje galagewaden. En vooral van alom aanwezig, nooit dimmend getoeter. In India bestaat een mens niet zonder claxon. Blow horn! Please!

Uit de tuktuk gluren tien paar ogen nieuwsgierig naar buiten. Een peutertje slaapt, het hoofdje achterover geknikt. Benen bungelen uit de achterkant van het vehikel. Gids Govind Agrawal lacht om de verbazing over deze 'sardientjes-in-blik’: „Ooit heb ik 37 man uit een jeep zien komen…”

Het knetterende motortje van de tuktuk stoot roetdampen uit. Op de N8, de nationale snelweg die Delhi met Jaipur verbindt, loopt het verkeer als in een trechter muurvast. Het is de mooiste file die een mens zich kan indenken. Elke centimeter asfalt wordt benut. Valt er een gat? Gas! Of het nou past of niet. En toettoet-toettoet-toettoet alles claxonneert. Tot aan viertonig toe. Een kakofonie die op de westerse lachspieren werkt.

Beschermheilige

Chauffeur Dipak is wat verlegen met de hilariteit, verklaart met zachte stem: „In India zeggen we: Good brakes, good horn, good luck.” Dipak zelf heeft om zich voor ongeluk te behoeden een beeldje van Ganesha op zijn dashboard geplakt. De god met het olifantenhoofd is de beschermheilige van de reiziger.

Geen luxe. „Deze weg, naar Bombay, is altijd een gekkenhuis. Je móet toeteren.” Claxonneren om in te halen, links of rechts, om van rijrichting te veranderen, om een ander voor te laten gaan, of gewoon omdat iedereen het doet. Achterop alle vrachtwagens en kleine laadbakjes staat het in sierletters geschilderd: Blow horn. Of: Horn please! En natuurlijk zitten alle auto’s onder de butsen en krassen.

 

 

Voor een beeld van het dagelijkse leven in India hoeft de toerist alleen maar de weg op. Want Indiërs zijn onderweg, altijd en allemaal. En dat maakt van het wegenstelsel één idiote chaos. Vrolijk en paniekerig, sloom en geagiteerd, vermakelijk en potsierlijk. Trek voor een ritje van 277 kilometer om te beginnen maar zes uur uit. Een mens komt ogen tekort.

Want op de vluchtstrook ligt een man heerlijk te pitten. Op brommertjes zitten standaard drie mensen, of meer. De rijder, achter hem een mannelijke passagier en helemaal achterop zit een vrouw met een baby in haar arm. Ze zit nog schrijlings op de duozit ook! De bestuurder slingert zich een weg door de drukte. Peppeppep, toetert hij. De mannen dragen spencers, een hot item in het straatbeeld van India, de vrouw draagt een knalgeel gewaad, geborduurd met gouddraad.De kop hautain in de hoogte trekt een kameel met lange, slungelige passen een platte kar. De drijver jaagt hem op met een korte zweep. Langs de weg loopt een Gandhi-achtige asceet in een witte dhoti, een witte lap die als een luier tussen de benen is opgetrokken. Zijn kudde langorige schapen sjokt schouder aan schouder voor hem uit. Statig loopt een vrouw met een takkenbos op haar hoofd. En voetgangers steken gewoon over, verstand op nul. Als ze wachten tot het kan, bereiken ze de overkant nooit. Een klasje in Engelse uniformpjes met stropdasjes, marcheert uptempo naar school.

Glitterslingertjes

Pimp je truck is hier uitgevonden. Nergens is meer aan te zien hoe Tata Motors ze ooit heeft bedoeld. Heilige koe nummer twee is beschilderd met een overdaad aan rood-geel-groen-blauw-oranje-paars. Zijden sjaaltjes wapperen naast glitterslingertjes, tierlantijntjes en bloemetjes. Aan de bumper hangen siervelgen als conservenblikken aan een trouwauto. Truck met tulband: vrachtwagens zijn zo zwaar beladen dat het witte dekzeil als een soufflé uitstulpt. De vele bandenstalletjes langs de weg doen goede zaken.

Betonblokken markeren de weghelften, hier en daar onderbroken om af te slaan. Eén chauffeur is de file zat. Hij gaat de andere weghelft op om spookrijdend zijn weg te vervolgen. En hij is lang niet de enige. Anderen kiezen de berm als uitvalsbasis, stofwolken benemen het zicht. Een fietser vervoert drie gasflessen, op een ander rijwiel zijn schoenendozen tot twee meter hoog en breed opgetast. Het geheel wordt bijeengehouden door touw, de fietser trapt stoïcijns voort.

 

 

India zou booming zijn, de derde van de BIC-landen die de westerse economie links en rechts inhalen. Rondom Delhi plopt wel wat hoogbouw op, maar onderweg is er geen schijn van een economische groei. „Die geldt maar voor 1 procent van de bevolking”, zegt gids Vinnie bitter. „En zeker niet voor de middenklasse.” Een fotowinkeltje verkoopt zelfs nog Kodakrolletjes. Maar niets is wat het lijkt, want iedereen schiet kiekjes met zijn mobieltje.

Een koe wandelt op de snelweg, de dame heeft vrij baan. Een man heeft domicilie gekozen in de middenberm van de N8. De ruimte tussen de twee vangrails heeft hij overdekt met een allegaartje van zeil en karton. Hij stookt een vuurtje om zijn potje op te warmen, terwijl het verkeer links en rechts aan hem voorbij raast. Zijn eigen niemandsland, waar geen agent komt.

Ja, wat beweegt de Indiër. Gids Govind vat het kort samen: „Leven en laten leven. Het is je karma of je rijk of arm wordt geboren. Dat komt omdat je goed of slecht hebt geleefd in een vorig leven. En dat is nou eenmaal zo. Mensen zijn ook niet meer of minder gelukkig en niet jaloers op een ander.”

Aalmoes

In de stad tellen de stoplichten af vanaf 180 seconden. Dat geeft de uitgemergelde vrouw die smekend op de autoruit bonst een eeuwigheid om te bedelen. Haar dochtertje, met pluizige klitten in het haar, doet niet voor haar onder, slaat al net zo vasthoudend met vlakke hand op het glas. Als de seconden zonder aalmoes verstrijken, worden ze agressiever.

De dood hoort bij het leven. Over de stoep wordt een brancard overdekt met bloemetjes gedragen. Een lijk dat gecremeerd gaat worden. De kapper knipt en scheert op straat. Een fakir fluit twee cobra’s uit een mandje, ze sissen vervaarlijk. Om zijn nek kronkelt een python. Elke straathoek heeft zijn eigen Freek Vonk. Traditie en het moderne leven gaan hand-in-hand. Een man met ultrahippe bril heeft de tandhalzen rood van de paan, een verslavend mengsel met betelnoot. Die wordt na het kauwen als een ferme klodder uitgespuugd. De voeten van de marmeren pilaren in de stad kleuren er rood door.

 

 

Tijd voor de tweede poot van de Gouden Triangel Delhi-Jaipur-Agra. De chaos is weer compleet, het zit Indiërs in de genen. In het vliegtuig terug volgt daar nog een mooi staaltje van als de KL 872 net is geland op Schiphol. Terwijl iedereen met handbagage klaar staat om het toestel te verlaten, probeert een Indiër dwars tegen de stroom in naar achteren te gaan. Hij klimt over rolkoffertjes, wurmt zich langs boomlange passagiers en slaakt paniekkreten: „Mijn tas is daar! Mijn moeder zit achterin!” Langs de N11 van Jaipur naar Agra fikt het vuilnis kilometers lang. Hier en daar scharrelt een koe op zoek naar iets eetbaars. Dipak slalomt er behendig omheen. „Rijden is vermoeiend.” Op de snelwegen zitten de vrouwen niet achter het stuur: „Veel te gevaarlijk!”

De derde poot van de triangel, van Agra naar Delhi, is één teleurstelling. Een hotelmanager tipt chauffeur Dipak over de fonkelnieuwe snelweg die nog door niemand wordt gebruikt. Helaas. Door eindeloze groene weiden gaat het, met honderd kilometer per uur. Geen kip op de weg, geen stalletje in de berm, geen mens te bekennen. Het moest niet mogen in India. Stop de vooruitgang, stop de vaart der volkeren!

Reiswijzer

Wij vlogen met KLM naar Delhi. Onze nationale luchtvaarttrots vliegt samen met partner Delta Air Lines dagelijks rechtstreeks naar Delhi en Mumbai in India. Kijk op klm.nl voor meer informatie. Ons landarrangement werd verzorgd door Kuoni, al meer dan twintig jaar op rij verkozen tot dé beste specialist in verre reizen (www.kuoni.nl).

Algemene informatie over reizen naar India vind je o.a. op tourism.gov.in en

www.tourisminindia.com en verder is er op het internet nog veel meer over dit bijzondere land te vinden.

Vliegenvanger

Gaat de service in India heel ver, in de Trident-hotels gaan ze nog een stukje verder. Bij de entree houden mannen met tulbanden, krulsnorren en een trits gouden knopen hoffelijk de deur open. Binnen staat een batterij personeel te popelen om koffertjes en tasjes uit handen te nemen. Elke minuut van de dag wordt met een glimlach gevraagd of het verblijf wel gerieflijk genoeg is en of de airco niet te warm is en of je niet liever wilt zitten als je net even staat. En of het smaakt, dat vragen ze met acht man sterk elk drie keer per hap. Het is ma'am voor en ma'am na.

,,Neem toch een toetje, ma'am." En zo nee, of er dan nog wensen zijn. ,,Echt niet? Zeker weten van niet?" Bijna irritant, maar in het Trident Gurgaon in New Delhi, een droom van een hotel, krijgt de lach de overhand. 'Knetter' horen we, en nog eens 'knetter'. Met zwierige balletsprongen beweegt een jongen door de hoge hal. Uniform aan, in zijn wit gehandschoende knuist een elektrische vliegenmepper. Backhand, forehand, pats-pats, niet het allerkleinste insect ontsnapt aan zijn racket. Winning serve!

 

Lees HIER het verslag van de winnaar van de Reiskrantreporterwedstrijd naar India; Danielle Meester.

 

 

 

 

         

 

 

 

Deze reportage is mede mogelijk gemaakt door KLM, Kuoni en Trident Hotels.