Nieuws/Binnenland
1122823
Binnenland

Aan de schandpaal bij de belastingrechter

Een dame die bij de belastingrechter procedeert over haar WOZ-beschikking, trekt geen aandacht. Maar als het de koningin blijkt te zijn die voor haar paleizen een WOZ-waarde van 1 euro bepleit, is het voorpaginanieuws.

Als iemand procedeert over invoerrechten nadat hij door het groene kanaal op Schiphol is gelopen, wordt niemand daar warm of koud van. Dat wordt anders als het een lid van de Eerste Kamer is die een pentekening van Rembrandt onbelast in Nederland probeert te krijgen. We nemen het voor lief als de belastingrechter een bedrijf op de vingers tikt voor een constructie waarbij voor een school kunstmatig een aftrek van btw is gecreëerd. Maar als het om een gemeente blijkt te gaan die met een stichting een opzetje heeft gemaakt om bijna 1,5 miljoen euro aan btw te besparen, trekken we de wenkbrauwen wel op.

Dit zijn waargebeurde zaken die op de tafel van de belastingrechter zijn beland. De procedures speelden in de beslotenheid van de rechtzitting en leidden tot geanonimiseerde uitspraken. Alleen omdat het belastingzaken waren. Alle rechtspraak in Nederland is openbaar, behalve die van de belastingrechter. Zijn zittingen zijn niet toegankelijk voor het publiek en in zijn uitspraken zijn de namen van de belastingplichtigen weggelakt. Allemaal om de privacy van de belastingplichtige te beschermen.

Zittingen bij de strafrechter zijn echter openbaar om de verdachte zich publiekelijk te laten verantwoorden voor zijn daden. Zou dit dan ook niet moeten gelden voor belastingrechtspraak?

Openbaarheid van een zitting bij de belastingrechter is, afgezien van de menselijke nieuwsgierigheid, niet nuttig of noodzakelijk. Het volk, de media en de politiek lopen niet warm voor vraagstukken over standstillbepalingen, vermogensetikettering bij quasi-ondernemers en integratieheffingen. Wat de uitspraken van de belastingrechter betreft, ligt het wat anders. Er zijn situaties denkbaar waarin het publiekelijk aan de kaak stellen van maatschappelijk onbetamelijk fiscaal gedrag zinvol en noodzakelijk is. Het recht op privacy zou dan moeten vervallen ten gunste van transparantie van de fiscale procedure als de belastingplichtige zelf of zijn activiteiten geheel of gedeeltelijk met belastinggeld zijn gefinancierd.

In dat geval dient de openbaarheid van de belastingrechtspraak niet alleen tot publieke controle over de overheidsfunctionarissen of -organisaties, maar heeft het met naam en toenaam vermelden van de partijen in een fiscale procedure ook een preventief effect. De vragen over de anonimiteit van fiscale procedures werd een paar jaar terug tegen het licht gehouden bij een conceptwetsvoorstel tot invoering van openbaarheid van belastingrechtspraak. Het concept riep vanuit de belastingadviespraktijk vooral negatieve reacties op. Sindsdien ligt het voorstel dood voor de kast.

De belastingrechter blijkt inmiddels wel steeds vaker zijn uitspraken waarin publiekrechtelijke lichamen partij zijn ongeanonimiseerd te publiceren. Ik juich dit toe. Er is heel veel voor te zeggen om de zitting besloten te houden en in de rechterlijke uitspraken 'naming and shaming' uit te sluiten, maar naamsvermelding kan soms nodig zijn is om te controleren of met betrekking tot het vastgoed van een staatshoofd belastingen worden ontweken, een parlementslid een smokkelaar is en een gemeente met belastinggeld speelt.

Monique Ligtenberg

Hoofdredacteur Fiscaal up to Date