1123400
Nieuws

'De zorgkosten blijven stijgen'

De economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg stellen vast dat de zorgkosten in ons land het komende decennium blijven stijgen. Het huidige beleid is niet afdoende om deze stijging tegen te gaan. Ze delen de visie van het Centraal Planbureau dat de burgers in Nederland de komende jaren een hoger bedrag aan zorgkosten uit de eigen portemonnee moeten betalen.

Deze week publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) het rapport Toekomst voor de zorg; Gezondheid loont. Deze goed doortimmerde studie laat zien dat stijgende zorgkosten een steeds groter beslag op het huishoudbudget leggen en schadelijk zijn voor onze economie. Voor politiek Den Haag bevat het rapport de pijnlijke boodschap dat we het met het huidige beleid niet redden. Voor een houdbaar zorgstelsel is het nodig dat alle Nederlanders in de toekomst in welke vorm dan ook, boven op de collectieve ziektekostenpremies, meer zelf gaan betalen.

Dat kan door een verhoging van eigen betalingen, hogere eigen risico’s en aanvullende particuliere verzekeringen, waarbij lagere inkomens worden ontzien. Dat is volgens het Planbureau de beste rem op de jaarlijks toenemende zorgkosten. Dit idee van het CPB leidde al meteen tot kritiek van deskundigen en belangenorganisaties. Net als sommige politieke partijen menen zij dat hoger eigen betalingen niet nodig zijn omdat met een goede kostenbeheersing, efficiënter werken en het tegen gaan van verspilling in de zorgsector de kosten fors omlaag kunnen. Dit populaire verhaal dat het bij de burgers goed doet, wordt al verteld vanaf het einde van de vorige eeuw, bij het begin van de snelle kostenstijgingen in de zorg.

Besparingen zijn mogelijk

Onderzoeken wijzen inderdaad uit dat er op alle terreinen van de zorg besparingen mogelijk zijn. De dagelijkse praktijk heeft echter keihard duidelijk gemaakt dat deze studies veel meer beloven dan kan worden waar gemaakt. Ook het CPB wijst daarop. Bovendien laten alle solide berekeningen zien dat zelfs bij aanzienlijke kostenbesparingen de zorguitgaven de komende decennia blijven toenemen. En dat brengt schade toe aan onze economie. Daarom zal er hoe dan ook een rem op moeten.

Onze zorguitgaven liggen internationaal gezien erg hoog

Nederland geeft internationaal gezien veel geld uit aan zorg. Dit komt vooral door de hoge uitgaven voor langdurige zorg. Binnen de OESO staat ons land met de totale zorguitgaven per hoofd op de vierde plaats. Uit een internationale vergelijking blijkt ook dat nergens in Europa mensen zo weinig zelf voor hun zorg betalen als in Nederland. Volgens een recent gepubliceerde studie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) betaalt de Nederlander slechts 5,7 procent van de zorgkosten uit eigen zak.

De rest van de kosten wordt betaald uit verplichte collectieve ziektekostenpremies en uit de schatkist. Kijkend naar andere landen gaat de WHO er van uit dat in ons land burgers 15 tot 20% van de kosten zelf zou kunnen betalen; de collectieve premies zullen in dat geval aanzienlijk lager liggen. Nationale en internationale cijfers maken duidelijk dat het te gemakkelijk is het CPB-rapport naar de prullenbak te verwijzen en ook dat de critici met een beter verhaal moeten komen.

Afremmen van de zorgkosten is hard nodig

In 2000 gaven we 8% van ons nationaal inkomen (BBP) uit aan collectief gefinancierde zorg. Nu is dat circa 13% en zonder ingrijpende maatregelen lopen de kosten op tot ruim 30% in 2040. Voor een doorsnee gezin zullen daardoor de uitgaven voor zorg die dit jaar ruim 23% van het bruto inkomen bedragen toenemen tot bijna de helft van dit inkomen. Deze sterke stijging heeft verschillende oorzaken. Van de totale uitgavengroei is ongeveer een kwart het gevolg van de vergrijzing. In 2040 is ruim 22% van onze bevolking 65-plusser, nu is dat 16%. Naarmate mensen ouder worden nemen de kosten van zorg gemiddeld toe.

Maar verreweg het grootste deel van de uitgaven groei wordt veroorzaakt door innovaties in de zorg, veranderingen in de maatschappij, hogere welvaart, epidemiologie (meer chronisch zieken), de organisatie van de zorg en de beperkte mogelijkheden voor een hogere arbeidsproductiviteit.

Ook andere landen in Europa worden met stijgende zorgkosten geconfronteerd, maar ons land loopt flink uit de pas met de kosten voor de langdurige zorg voor ouderen (aangeduid als care): twee tot drie keer zo hoog. Dat is de reden waarom in het regeerakkoord de nadruk ligt op forse bezuinigingen in de care.

Maatregelen om de zorguitgaven te verminderen

Het afgelopen decennium zijn er talloze maatregelen geopperd om tot kostenbesparingen in de zorg te komen. Zonder volledig te zijn. Meer efficiency en een hogere arbeidsproductiviteit in de zorgsector (o.a. minder managementlagen), meer marktwerking, minder ziekenhuizen (specialisatie en concentratie), meer buurtzorg via huisartsen, meer zorg op afstand (e-health), het tegengaan van overbehandeling en verspilling, meer verantwoordelijkheid bij de zorgconsumenten (meer zelfzorg), meer nadruk op gezond leven (preventie).

Nadelen van de stijgende zorgkosten

Het zou een misvatting zijn dat met een combinatie van de hier genoemde maatregelen de groei van onze zorguitgaven voorkomen kan worden. Wat wel mogelijk is deze stijging met een goed doortimmerd pakket maatregelen af te remmen. Maar door de eerder geschetste ontwikkelingen zullen de kosten voor onze zorg toch blijven toenemen. We weten dus nu al dat we in de toekomst een groter deel van ons inkomen aan zorg moeten uitgeven.

De belangrijkste nadelen van stijgende zorgkosten liggen op het vlak van de financiering van onze zorg. Verreweg het grootste deel van de zorguitgaven wordt collectief gefinancierd uit premies en belastingen die vooral door burgers, maar ook door bedrijven worden betaald. Deze belastingen leiden tot een verhoging van de lastendruk op arbeid en dat remt onze economische groei en leidt tot een verslechtering van de internationale concurrentiepositie van ons bedrijfsleven. Daarnaast zullen hogere overheidsuitgaven voor zorg er toe kunnen leiden dat deze ten koste gaan van andere uitgaven, bijvoorbeeld voor onderwijs.

Een effectieve kostenbeheersing is daarom noodzakelijk. We kunnen leren van ervaringen elders. Zo moeten we in ons land veel meer werk maken van het voorkomen van zorgkosten. Door extra nadruk op gezonder leven (preventie, gezondheidsbevordering) is het mogelijk op de korte termijn de kosten te beperken; uit onderzoek blijk dat bijna 50% van de ziektelast vermijdbaar is. Deze aanpak leidt niet alleen tot gezondere mensen, maar ook tot een gezondere beroepsbevolking en lagere verzuimkosten. Dat is ook goed voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid.

Geen straffen, maar beloningen

De afgelopen jaren zijn van verschillende kanten voorstellen geopperd om gezond leven af te dwingen. Zo zouden bijvoorbeeld rokers en drinkers een hogere ziektekostenpremie moeten betalen. Uit een TNS-NIPO enquête blijkt dat ongeveer de helft van de Nederlandse burgers voorstander van zo’n straf is. Nog los van de onredelijkheid en onuitvoerbaarheid van dit idee zal het niet effectief zijn. Niet aan beginnen dus. Beter zijn de voorstellen die liggen op het vlak van een goede voorlichting over gezonde voeding waarmee al op de lagere school wordt begonnen.

Daarnaast kunnen beloningen een bijdrage leveren aan een gezonde levensstijl. Een goed voorbeeld daarvan zien we bij zorgverzekeraar Menzis. Bij deze zorgverzekeraar worden verzekerden die gezonder gaan leven beloond. Mensen die stoppen met roken of gaan sporten kunnen punten sparen die korting geven op hun aanvullende verzekering of op hun eigen risico. Daarnaast zijn er steeds meer werkgevers die, in samenspraak met het personeel, voorzieningen treffen (o.a. fitness, gezond voedsel) die bijdragen aan gezondheid.

Een andere financiering en een meer economische benadering

De huidige financiering van ons zorgstelsel moet op de schop. De lastendruk van de collectieve zorgkosten op arbeid moet verlaagd worden door deze te verschuiven naar de indirecte belastingen. Dit houdt in dat een deel van deze kosten wordt gefinancierd uit hogere heffingen op consumptie (btw en accijnzen). Deze verschuiving pakt per saldo gunstig uit voor onze economie.

Belastingen op consumptie zijn minder schadelijk dan belastingen op arbeid. Daarnaast is het gewenst onze zorgsector niet louter vanuit de kosten te bezien. Het is een innovatieve sector die economisch van groot belang is en werkgelegenheid schept. Bovendien moet het mogelijk zijn met onze ziekhuizen, die tot de beste van de wereld behoren, geld te verdienen op buitenlandse markten

Rick van der Ploeg is hoogleraar economie in Oxford en hoogleraar politieke economie aan de UvA. Van 1998 tot 2002 was hij PVDA-staatssecretaris in het kabinet-kok II. Van der Ploeg studeerde economie aan de Universiteit van Sussex en promoveerde in 1981 bij de Universiteit van Cambridge. Hij heeft circa 100 publicaties op zijn naam staan met onder meer de titels ‘Is de econoom een vijand van het volk?’ en ‘een schaap in wolfskleren.’

Willem Vermeend is internetondernemer en bijzonder hoogleraar Economics and E-Business aan de Maastricht School of Management ( MSM). Daarnaast vervult hij diverse bestuursfuncties en commissariaten bij nationale en internationale bedrijven, waaronder Randstad. Vermeend had ook een actieve rol in de politiek. Vanaf 1994 tot 2002 was Vermeend PVDA-staatssecretaris van Financiën en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de kabinetten Kok I en II. Hij schreef diverse boeken, zoals de Kredietcrisis, de Wij-Economie en de Wereld van het Internet.