Nieuws/Binnenland
1124313
Binnenland

Sea Shepherd doet aangifte tegen walvisschip

Antiwalvisvaartgroep Sea Shepherd heeft opnieuw in Nederland aangifte gedaan tegen de bemanning van een schip van de Japanse walvisvaartvloot. De activisten probeerden in februari voor de kust van Antarctica te voorkomen dat de walvisvaarder Nisshin Maru kon bijtanken, maar zouden volgens de aangifte zijn aangevaren en vanaf het Japanse schip zijn bestookt met explosieven. Een van de schepen raakte zo zwaar beschadigd dat het noodsignaal 'May Day' moest worden gegeven. Dat heeft hun advocaat Liesbeth Zegveld donderdag laten weten.

Volgens haar heeft het schip de Nisshin Maru zich schuldig gemaakt aan zeeroof, geweld tegen bemanningsleden, het vernielen van schepen en een poging tot doodslag. De aangifte gaat over incidenten op 20 en 25 februari en is ingediend bij het functioneel parket van het Openbaar Ministerie (OM). De bemanning van de schepen van de milieuactivisten heeft beelden gemaakt van de incidenten.

Sea Shepherd demonstreert al jaren tegen de Japanse walvisvaart en probeert met allerlei acties te voorkomen dat de Japanse walvisvaarders de walvissen aan boord kunnen halen. „De schipper van de Nisshin Maru viel de schepen aan door ze meerdere keren aan te varen, met waterkanonnen de machinekamers vol te laten lopen en zo de motoren te saboteren en explosieven te gooien”, vertelt Zegveld. „En dat terwijl in de buurt een schip vol brandstof lag.”

De schepen van Sea Shepherd - de Bob Barker en de Steve Irwin - varen onder de Nederlandse vlag. Daarom moet de Nederlandse justitie tot vervolging overgaan. Na een soortgelijke aangifte in 2010 besloot het OM dat vervolging niet opportuun was. „Deze keer zijn de slachtoffers echter opvarenden van Nederlandse schepen. Het OM moet nu zijn verantwoordelijkheid nemen en kan niet meer stellen dat er onvoldoende Nederlands belang is om vervolging in te stellen of dit om andere redenen te weigeren”, betoogde Zegveld.

Ze vindt dat Nederland er alles aan moet doen om schipper Tomoyuki Ogawa en de rest van de bemanning van het Japanse schip hier te vervolgen. „Nederland moet daarvoor pogingen ondernemen op grond van de rechtshulprelatie met Japan. Mocht dat niet tot het gewenste resultaat leiden, dan dient berechting bij verstek plaats te vinden”, schrijft de advocaat in haar aangifte.