Nieuws/Binnenland

OM eist cel voor coke-moeder

Het Openbaar Ministerie (OM) eist dat de 23-jarige Alison R.M. de cel in gaat omdat haar 16 maanden oude zoontje kon snoepen van cocaïne. Het jongetje belandde daardoor zwaargewond in het ziekenhuis. Als het aan de officier van justitie ligt, krijgt de moeder 18 maanden celstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, zo bleek maandag bij de rechtbank in Amsterdam.

Volgens het OM heeft de vrouw „aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig” gehandeld. Justitie verdenkt haar verder van het bewerken, verwerken en bereiden van cocaïne. In haar woning, waar R.M. met haar vriend en kind verbleef, lagen volgens de officier overal open en bloot versnijdingsmiddelen, apparatuur en drugs. „Behalve in het toilet.” Ook in de luiertas zat een zakje met versnijdingsmiddelen. De woning was „een geïmproviseerd drugslab”, stelde het OM. „Dit moest een keer misgaan.”

Het jongetje werd begin oktober vorig jaar met stuiptrekkingen en schuim en bloed uit zijn mond opgenomen op de intensive care. Het gaat inmiddels goed met hem, zei R.M. tijdens de zitting. Het kind glipte op de bewuste ochtend een opslagkast in terwijl zijn moeder in de woonkamer stond te bellen. Toen ze door kreeg dat hij coke had genomen, rende ze de deur uit en vroeg hulp bij een kinderdagverblijf.

De vrouw ontkende dat ze iets te maken had met de drugs. Volgens haar was het haar vriend Marcello die zich hiermee bezig hield en mocht zij zich er niet mee bemoeien. Marcello is na haar arrestatie met de noorderzon vertrokken. Hij staat internationaal gesignaleerd.

Het OM hield bij het bepalen van de eis rekening met de bevindingen van een psycholoog die de vrouw als zwakbegaafd omschreef en haar verminderd toerekeningsvatbaar acht ten aanzien van het incident met haar zoontje. Volgens R.M.'s advocaat is het van belang dat moeder en kind zo snel mogelijk worden herenigd. Hij vroeg bovendien vrijspraak van de drugsdelicten en pleitte ervoor de onvoorwaardelijke celstraf niet langer te laten duren dan haar voorarrest.

De rechtbank doet op 28 maart uitspraak.