1133076
Nieuws

Stimuleren van bedrijfsleven loont

De economen Willem Vermeend en Rick Van der Ploeg zijn van mening dat economische groei en werk vooral van het bedrijfsleven moeten komen. Daarom moet het kabinet Rutte 2 zich richten op het stimuleren van bedrijfsinvesteringen en niet extra moet ombuigen om aan de 3 procentsnorm van Brussel te voldoen. Nieuwe bezuinigingen en lastenverzwaringen leiden tot een verdere neergang van onze economie.

Al weer een recessie

Deze week maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat het sinds 2009 de derde keer is dat de Nederlandse economie in een recessie zit. Van een recessie is sprake als de economie twee opeenvolgende kwartalen krimpt. Over het gehele jaar 2012 kromp onze economie met 0,9 procent. Vergelijken we 2011 met 2012 dan zien we naast deze krimp een verontrustend beeld. Door de gedaalde koopkracht gaven huishoudens 1,4 procent minder uit. Bedrijven hadden last van de crisis, waardoor de investeringen met 4,7 procent krompen. In 2012 gingen er 63.000 banen verloren. Er verdwenen vooral arbeidsplaatsen in de zakelijke en financiële dienstverlening, de bouwsector en in de overheidssector. Een klein lichtpuntje is onze export; de uitvoer lag ruim 3 procent hoger.

De cijfers van het CBS maken ook duidelijk dat 2013 voor het kabinet Rutte 2 een jaar vol problemen zal worden, vooral financieel. Naast de miljarden die gemoeid zijn met de nationalisatie van SNS, krijgt de schatkist ook een klap te verduren van het woonakkoord dat minister Blok met de oppositie sloot. Dit akkoord slaat de komende vijf jaar een gat van in totaal 1,25 miljard in de overheidsbegroting. Waar dat bedrag ‘gevonden’ moet worden is nog niet duidelijk.

Begrotingstekort gaat richting 4 procent

Volgende maand publiceert het Centraal Plan Bureau de nieuwste ramingen over de Nederlandse economie en de overheidsfinanciën. Gezien de CBS-cijfers, de al geïncasseerde tegenvallers en de nog steeds stijgende werkloosheid is het aannemelijk dat het begrotingstekort dit jaar richting de 4 procent zal gaan. Kijkend naar de jongste prognoses voor de Europese economie is er bovendien geen reden voor veel optimisme over onze economische groei. Hoewel een toenemend aantal economen en politici verwacht dat in de tweede helft van dit jaar de groei in Europa aantrekt, zal de gemiddelde groei van onze economie in 2013 lager zijn dan 1 procent. Dit is zeker het geval als onze export wordt aangetast door een dure euro. Deze lage groei betekent ook tegenvallende belastinginkomsten voor de schatkist.

VVD en PvdA moeten er dus rekening mee houden dat Nederland in 2013 niet zal voldoen aan de Europese begrotingsnorm: een overheidstekort van maximaal 3 procent BBP. Extra bezuinigingen of belastingverhogingen om aan deze norm te voldoen, zijn in dit tijdsgewricht onverstandig. Ze tasten de groei verder aan en leiden tot een versnelling van de oplopende werkloosheid. Bovendien is de kans groot dat een nieuwe bezuinigingsronde in de Eerste Kamer zal sneuvelen.

Omdat het er naar uit ziet dat door de schuldencrisis een toenemend aantal landen, waaronder Frankrijk, problemen heeft om aan de 3 procent te voldoen, hoeft het kabinet Rutte 2 zich geen zorgen over Brussel te maken. In de Europese wandelgangen wordt er van uitgegaan dat lidstaten met een solide meerjarenplan uitstel krijgen tot 2014. Los daarvan komt het kabinet steeds meer onder druk te staan om met maatregelen te komen die de economie aanjagen en de werkloosheid verminderen. Met het huidige beleid is de kans daarop klein.

Met alleen hoop zal onze economie niet herstellen

De coalitie van VVD en PvdA hoopt op een oplevende wereldhandel en gaat er van uit dat het beleid van Rutte 2 zal bijdragen aan een herstel van het vertrouwen bij burgers en bedrijven in onze economie. Zo verwacht het kabinet dat het woonakkoord een positief effect zal hebben op de bouwsector. Hoewel het aannemelijk is dat er sprake zal zijn van een lichte stimulans, wordt de bouw tegelijk hard geraakt door bezuinigingen op de infrastructuur.

Wegenbouwers verliezen werk doordat de overheid voor meer dan 650 miljoen aan bouwplannen schrapt en 500 miljoen aan opdrachten op de lange baan schuift. Daardoor levert het kabinet zelf een bijdrage aan de recessie. Dit wordt onderstreept door de ongekend diepe val van de overheidsinvesteringen: de CBS-cijfers laten zien dat deze investeringen in het vierde kwartaal van 2012 met bijna 13 procent gekrompen zijn ten opzichte van het derde kwartaal.

Door de nieuwe recessie neemt van alle kanten de roep toe om een kabinetspakket waarmee de economische groei wordt gestimuleerd en de werkloosheid teruggedrongen. Maar met een lege schatkist liggen effectieve maatregelen niet voor het oprapen. In Europa willen sommige politieke partijen ( in ons land Groen Links) de werkloosheid bestrijden door het herverdelen van werk. Door het beschikbare werk beter te verdelen, zouden mensen die nu werkloos thuis zitten aan een baan geholpen worden. Deze herverdeling zou gerealiseerd moeten worden via een kortere werkweek, door arbeidsduurverkorting. Als mensen die nu een baan hebben verplicht minder gaan werken dan leidt dat volgens deze politici tot nieuwe vacatures voor mensen die nu werkloos zijn.

Dit is een naïeve gedachte. Dat hebben we in de jaren tachtig al pijnlijk ondervonden. Arbeidsduurverkorting leidde er toen toe dat de kennis en vaardigheden van goed gekwalificeerd werknemers minder beschikbaar was. In verschillende bedrijfssectoren ontstond er een te kort aan goed opgeleidde vakmensen; door deze schaarste kregen deze sectoren ook te maken met hogere loonkosten. Bovendien konden de nieuwe vacatures veelal niet worden vervuld door mensen die werkloos waren. Ze hadden niet de juiste kwalificaties. Deze arbeidsduurverkorting was schadelijk voor onze economie en hielp werklozen niet aan werk. Het leidt slechts tot herverdeling van ‘armoede’ en maakt de economie zwakker, niet sterker.

Voor groei en werk heeft het kabinet het bedrijfsleven nodig

Voor extra werkgelegenheid waardoor de werkloosheid kan afnemen, moeten we bij het bedrijfsleven zijn. De economische geschiedenis leert dat goeddraaiende ondernemingen de motor van onze economie zijn. Dat is onze banenmachine. Maar door de economische malaise hapert deze motor. Ondanks een gebrek aan financiële middelen zou Rutte 2 samen met de werkgevers moeten bezien hoe we deze machine weer volop kunnen laten draaien. Daarbij kan het kabinet putten uit succesvolle maatregelen uit het verleden, zoals een vermindering van de administratieve lasten, vereenvoudiging van regelgeving, versnelling van aanbestedingsprocedures en de invoering van een tijdelijke 100% vrije afschrijving voor bedrijfsinvesteringen. Daarnaast leert het verleden ook dat met extra investeringen in onze infrastructuur de economie wordt aangezwengeld.

Deze investeringen komen niet ten laste van de overheidsbegroting, maar worden gefinancierd uit een speciale staatslening die de schatkist per saldo geld oplevert. Daarbij moet het gaan om de financiering van goed renderende projecten zoals investeringen in lokale en regionale duurzame energieparken. Ook investeringen in (tol)wegen, snelle railverbindingen, waterwerken, luchthavens, openbaar vervoer en super snel internet kunnen voldoende rendementen opleveren. Deze projecten worden door het bedrijfsleven uitgevoerd en leiden daar tot behoud van werk of extra banen.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg