Nieuws/Binnenland
113587
Binnenland

Nederlanders getuige van aanslag

Midden in een nachtmerrie

Loes Hermans was aan het inchecken toen de truck langsdenderde.

Loes Hermans was aan het inchecken toen de truck langsdenderde.

STOCKHOLM - De aanslag midden in Stockholm betekende ook voor de Nederlandse toeristen in de stad een nachtmerrie. „Mensen renden met doodsangst in de ogen ons hotel in”, vertelt getuige Loes Hermans.

Loes Hermans was aan het inchecken toen de truck langsdenderde.

Loes Hermans was aan het inchecken toen de truck langsdenderde.

Hermans was net aan het inchecken in haar hotel, toen de vrachtwagen achter haar rug door de straat denderde. „Hij kwam van de heuvel naar beneden. Je zag bovenaan de bandensporen nog staan, dus hij heeft echt heel veel vaart gemaakt”, vertelt ze.

De truck reed tegen verkeersborden en een geparkeerde auto aan, zag Hermans. Een stofwolk rolde achter het gevaarte aan. Samen met haar zus en moeder was ze getuige van de chaos. „Misschien dat mensen daardoor nog waren gealarmeerd. In eerste instantie hoop je nog dat het een ongeluk is, maar het was ons al snel duidelijk dat het om een aanslag ging. Een stuk verderop kwam de vrachtwagen tegen het winkelcentrum tot stilstand. Je zag direct zwarte rookwolken.”

Op straat voor het hotel van het Nederlandse drietal ontfermden mensen zich over de slachtoffers. „Ik heb niet kunnen zien of ze dood of gewond waren. Maar de hulpverleners waren er snel. Daarna moesten wij naar binnen.”

In de eerste seconden na de aanslag reageerden mensen nog kalm, zegt Hermans. „Ik denk dat niemand in eerste instantie echt doorhad wat er gebeurde. Maar al snel renden mensen in doodsangst ons hotel binnen.”

Anderen renden door, de hoek om. Daar stond Danique Almering met haar vriendin, hun koffers nog in de hand. „We waren net aangekomen van het vliegveld en waren op weg naar ons hotel.”

De 23-jarige vrouw uit Utrecht had niets gezien van de aanslag, maar wist al snel dat er iets mis was. „Ineens kwamen er allemaal mensen aangerend. Winkelpersoneel was in totale paniek, mensen huilden. We wilden achter de medewerkers aan een hotel in, maar dat mocht niet.”

De paniek sloeg toe, vertelt ze, nog altijd bijkomend van de tocht door de stad. „Mijn moeder belde uit Nederland dat er een aanslag was. Wij wisten niet meer waar we heen moesten. We zijn teruggegaan naar het station, maar daar schreeuwde een agent dat we weg moesten, omdat het een mogelijk doelwit was.”

De vriendinnen renden uiteindelijk over de brug de stad uit, hun koffers achter zich aan slepend. „We durfden de metro niet te pakken, dat leek ons te gevaarlijk.” Uiteindelijk kwamen ze aan in hun Airbnb. Net als Hermans bleven ze binnen, zoals de autoriteiten opdroegen. Hermans stelde in eerste instantie het thuisfront gerust. „Je bent natuurlijk enorm geschrokken, het is zo onwerkelijk dat dit gebeurt.”

Andere toeristen mochten hun hotel niet eens meer uit. Voor de Nederlanders Rutger en Onno bleven de deuren van het Grand Hotel in de stad vanaf het einde van de middag gesloten. „Ik ben nog even buiten gaan kijken. Toen hoorde ik ook zeker twee schoten. Maar daarna moesten we echt naar binnen. Ik heb verder staan kijken vanaf het balkon”, vertelt Rutger Katz. „We zitten op zo’n 700 meter van de plek. Aan de ene kant is het spannend, maar het is natuurlijk verschrikkelijk als je bedenkt dat er mensen dood zijn.”