Nieuws/Binnenland
113655
Binnenland

Christelijke sekte wordt als staatsgevaarlijk beschouwd

Kremlin jaagt op Jehova’s

Nikolay Ermilov (links) en Grigori Martinov.

Nikolay Ermilov (links) en Grigori Martinov.

SINT-PETERSBURG - Ze gaan keurig in pak met stropdas gekleed, drinken de cappuccino in café Du Nord met een glimlach, maar ze zijn bang. Dat we door de geheime diensten worden afgeluisterd, zeggen de heren, staat vrijwel vast.

Nikolay Ermilov (links) en Grigori Martinov.

Nikolay Ermilov (links) en Grigori Martinov.

„We worden door het Kremlin op één hoop gegooid met extremistische moslims”, zegt Grigori Martinov, één van de 175 duizend Jehovagetuigen die Rusland kent. „Mijn vrouw is bang voor onze zoon, voor mij en haarzelf.” De 35-jarige Nikolay Ermilov valt zijn vijf jaar oudere geloofsbroeder meteen bij: „En dat terwijl we volstrekt apolitiek zijn. We geloven in God, we geloven in de vrede. Maar de autoriteiten willen onze kerk sluiten.”

De afgelopen week vond er in Moskou onder veel belangstelling een proces plaats tegen de Russische Jehovagetuigen. Terwijl de Jehova’s alle geweld verwerpen en dus ook tegen oorlog zijn, schildert de openbare aanklager hen juist af als een gevaarlijke extremistische organisatie. En wil hen verbieden. Martinov en Ermilov – de één werkt voor een bedrijf dat ongedierte bestrijdt, de ander is werkloos ingenieur - volgen het proces vanuit Sint-Petersburg, de plaats waar de Jehova’s hun hoofdkwartier hebben.

Waarom deze aanval? Heeft die te maken met de recente protesten tegen het Kremlin, ontketend door oppositiekopstuk Aleksej Navalny? „Nee, het begon al in 2009”, zegt Martinov, die als zich als tiener in Siberië tot Jehova bekeerde. „In dat jaar begon men onze publicaties als anti-Russisch, als staatsgevaarlijk te betitelen.” Vorig jaar was er een overval van zwart-gemaskerde mannen van de veiligheidsdienst FSB op de Jehovagemeenschap in de zuidelijke stad Stavropol. Ermilov: „Bizar. Zelfs kinderboeken met verhaaltjes uit de Bijbel werden als gevaarlijke lectuur in beslag genomen.”

De Jehova’s hebben al ruim een eeuw hun gemeenschap in Rusland. Onder Stalin werden ze onderdrukt en velen kwamen om in de gevreesde strafkampen. „In de jaren ’80 waren mijn ouders al Jehovagetuigen”, zegt Ermilov. „Maar pas na de val van de USSR in 1991 konden we officieel onze kerkgemeenschap verder uitbouwen.”

Volgens Martinov is de Russisch-Orthodoxe kerk onder Vladimir Poetin zo machtig geworden dat ze andere geloofsrichtingen als concurrent ziet, als niet behorend tot de Russische traditie. En wil patriarch Kirill deze het liefst liquideren. „De Doopsgezinden in Rusland hebben een open brief aan Poetin gestuurd om de huidige een aanval op ons te stoppen. Want ze weten: als wij worden gesloten, dan zijn zij de volgende.”

Voorts zou het beleden pacifisme van de Jehova’s, dat onder andere bestaat uit het weigeren van militaire dienst, het Kremlin een doorn in het oog zijn. Ermilov: „We passen niet in de golf van Russisch patriottisme, die juist met veldtochten wordt geaccentueerd. En daarbij zien ze ons als een vooruitgeschoven post van de Amerikanen, als een vijfde colonne. We zouden geld aannemen uit het buitenland. Maar we leven louter van de gaven van de gelovigen. Hoe het verder gaat? Dit zijn voor ons zeer zware tijden. We rekenen op het gezonde verstand van sommige mensen in het Kremlin. Voor de rest ligt ons lot in handen van God.”