1138198
Nieuws

Alarm over oplopende werkloosheid

Volgens de economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg moet de snel oplopende werkloosheid op de korte termijn vooral worden aangepakt met snelle om-en bijscholingsprogramma's, Voor de langere termijn moet de oplossing komen van innovaties die de economische groei aanjagen.Daarom moet Nederland innovatiever worden.

In veel Europese landen luiden de alarmklokken over de snel oplopend werkloosheid. Ook in ons land worden we daarmee geconfronteerd. Begin vorig jaar had Nederland met een werkloosheid van lager dan 5 procent nog één van de laagste percentages in de Europese Unie. Dit jaar dreigen we boven de 8 procent uit te komen. Van alle kanten worden oplossingen aan gedragen, zoals speciale subsidieregelingen en vormen van deeltijd WW voor mensen die werkloos zijn of dat dreigen te worden zoals bepaalde groepen jongeren en oudere werknemers.

De ervaringen met dit soort instrumenten in zowel ons land als in andere landen laten zien dat ze tijdelijk kunnen helpen, maar geen structurele oplossing bieden en ook veel overheidsgeld kosten. Volgens de meeste economen zou de oplopende werkloosheid in Europa het best aangepakt kunnen worden met een grootscheepse vraagexpansie: ofwel door belastingen te verlagen of door overheidsinvesteringen te verhogen die panklaar zijn om uitgevoerd te voeren. Het merendeel van Europese landen, waaronder ons land, is van mening dat op dit moment de overheid vanwege de hoge begrotingstekorten en staatsschulden daarvoor geen financiële ruimte heeft. Maar stil zitten kan ook niet. Daarom zal gezocht moeten worden naar maatregelen die zoveel mogelijk buiten de schatkist om gefinancierd kunnen worden. In dat kader kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van de gezamenlijke scholingsfondsen van werkgevers- en werknemersorganisaties.

 

Het meest effectief zijn snelle markgerichte om- en bijscholingsprogramma’s. Het gaat daarbij vooral om opleidingsprogramma’s voor mensen die werkloos dreigen te worden of pas kort werkloos zijn. De bedoeling is dat ze zo snel mogelijk worden ‘omgeschoold’ voor werkzaamheden in sectoren waar nu en in de toekomst nog relatief veel vraag is, ondermeer in de techniek, de zorg, delen van het onderwijs en in sfeer van het internet. Daarnaast moeten we maatregelen treffen die er toe leiden dat we over voldoende ambachtslieden kunnen beschikken: ons land heeft nu een groot gebrek aan deze vakmensen.

 

 Innovaties zijn van cruciaal belang

Verreweg de beste methode om de werkloosheid op termijn aan te pakken is economische groei waardoor er extra arbeidsplaatsen worden gecreëerd. Wereldwijd wordt innovatie beschouwd als de motor van de economie. Landen die internationaal tot de koplopers behoren op het terrein van innovaties boeken de hoogste scores als het gaat om extra werkgelegenheid. Zo zien we dat Europa steeds verder achterblijft bij de VS.

Omdat de Nederlandse innovatiemotor ook niet goed draait, moeten we ons zorgen maken; er worden te weinig nieuwe banen gecreëerd. Daarom moet Nederland innovatiever worden. Voor onze toekomstige welvaart is dat hard nodig. Om de innovaties in ons land een impuls te geven moeten er ten minste zes verbeteringen worden gerealiseerd: meer en beter ondernemerschap, een effectievere samenwerking tussen onderwijs- en onderzoeksinstellingen en het bedrijfsleven, meer gebruik maken van innovatieve ICT en internet, een sterkere nadruk op het succesvol wegzetten van innovaties in de markt, het stimuleren van technische opleidingen en het ontwikkelen van inspirerende toekomstvisies.

Voor onze welvaart zijn we sterk afhankelijk van de prestaties van de export. Daarvoor is in ieder geval meer en beter ondernemerschap nodig en voortdurende innovaties. Om geld te blijven verdienen op de wereldmarkt moeten bedrijven regelmatig met nieuwe producten en diensten komen. Dat doen we niet goed genoeg. Uit de zogenoemde Eu- Innovation Scoreboard blijkt dat ons bedrijfsleven achterblijft bij andere landen, zoals Zweden, Finland en de VS. Nederlandse ondernemers lopen internationaal ook achter als het gaat om de inzet van het internet voor bedrijfsdoeleinden; daardoor laten ze omzet en winsten liggen. Bovendien lopen ze de kans marktaandelen te gaan verliezen.

De praktijk leert dat innovatie teamwork vereist. Daarbij gaat het om een adequate samenwerking tussen middelbaar, hoger onderwijs, universiteiten, onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven. In Nederland komt deze samenwerking onvoldoende van de grond. Daarnaast is er dringend behoefte aan meer technisch opgeleide werknemers en meer ondernemerschap. Al op de lagere school zou aan kinderen op een speelse manier uitgelegd moeten hoe leuk techniek kan zijn en wat ondernemen is. November 2012 hebben de fracties van VVD en PvdA in de Tweede Kamer daarvoor een terecht pleidooi gehouden.

De kwaliteit van ons onderwijs moet omhoog

Het Nederlandse onderwijs staat weliswaar internationaal goed aangeschreven, maar is geen koploper. Voor een plaats in de internationale voorhoede moet de kwaliteit omhoog. Voor een versterking van onze economie moet ons onderwijs ook ‘ondernemender’ worden. Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van het onderwijs in hoofdzaak wordt bepaald door de hoge kwaliteit van goed opgeleide leraren en docenten die leerlingen en studenten weten te inspireren. We kunnen leren van de aanpak van de Scandinavische landen die wereldwijd tot de koplopers behoren. Het valt ook op dat in die landen de maatschappelijke status van leraren en docenten hoger ligt dan in ons land. Ook in Duitsland zien wij dat. Deze landen maken duidelijk dat de best renderende overheidsuitgaven, zeker op de langere termijn, investeringen in het onderwijs zijn. In het belang van onze welvaart moet de Nederlandse politiek daar meer werk van maken.

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg