Nieuws/Binnenland
1138882
Binnenland

Hof buigt zich over herdenking Vorden

Was het terecht dat de rechtbank in Zutphen burgemeester Henk Aalderink van de gemeente Bronckhorst vorig jaar verbood om bij de dodenherdenking in het dorp Vorden langs het graf van Duitse soldaten te lopen? Daarover moet het hoger beroep dat maandag bij het gerechtshof in Arnhem dient, uitsluitsel geven.

Het plaatselijke Comité 4 Mei vond het vorig jaar na 67 jaar tijd worden om ook stil te staan bij de Duitse soldaten die in Vorden zijn gesneuveld. Maar Federatief Joods Nederland (FJN) was het daarmee niet eens, spande een geding aan en won. De rechter oordeelde dat het risico te groot was dat mensen tijdens de herdenking zonder na te denken achter de burgemeester aan zouden lopen en zo ongewild eer zouden betonen aan de omgekomen Duitsers.

Burgemeester Aalderink kwam in beroep, omdat hij wil dat „het helder wordt in hoeverre een rechter zich mag bemoeien met het handelen van een burgemeester bij openbare gelegenheden.” Hij wil een principe-uitspraak. Ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en het ministerie van Binnenlandse Zaken willen bestuursrechtelijke duidelijkheid over wanneer een gemeenteraad het voor het zeggen heeft en wanneer een rechter zich daarin mag mengen.

Aalderink gaat maandag naar de zitting in Arnhem, maar wil er vooraf niet veel over zeggen. Het gaat volgens hem niet om hemzelf, om zijn gemeente en zelfs niet om de omstreden herdenking, maar om het principe.

Op welke wijze de dodenherdenking in Vorden dit jaar wordt gehouden, is nog niet bekend. Volgens een woordvoerster van de gemeente Bronckhorst wacht ook het Comité 4 mei op de uitspraak in hoger beroep.