Nieuws/Binnenland
1140736
Binnenland

Caracas: Swingende metropool

Toeristen die in de Venezolaanse hoofdstad Caracas landen, reizen meestal zo snel mogelijk door naar de adembenemende palmstranden, Amazonewatervallen en Andestoppen van het Zuid-Amerikaanse land. Zonde, want de Stad van de Eeuwige Lente heeft méér te bieden dan chaotische betonjungle. Wij ontdekten een swingende metropool vol lekker eten en tropische natuur.

Onze dag begint met een tegenvaller: Caracas doet zijn bijnaam (Stad van de Eeuwige Lente) vanochtend geen eer aan. Het miezert in de tropische valleistad en de naastgelegen Ávila-berg is compleet in nevelen gehuld. Toch springen we in een taxi naar het kabelbaanstation Ávila Mágica. De chauffeur vrolijkt ons op met wat harde salsa, de muziek die je trouwens overal hoort in Venezuela.

Zijn taxi is een brullende Buick uit de jaren zeventig. Het Venezolaanse wagenpark is door de bizar lage benzineprijzen een attractie op zich. Het wemelt in de straten van het olieland van dit soort sierlijke Amerikaanse benzineslurpers. Even later zweven we in een comfortabele cabine de imposante groene berg op. Bij het eindpunt op 2150 meter hoogte is het zo’n tien graden kouder. Het is nog altijd een graad of vijftien, maar dat blijkt voor de locals reden genoeg om de ijzers onder te binden.

IJspiste

Er ligt een heuse tropische ijspiste in het gezellige Ávilapark. Nadat we de Venezolanen wat onwennige rondjes hebben zien krabbelen, wandelen wij door om te genieten van het naaldwoud, de frisse berglucht en de straatartiesten in het park. Op heldere dagen schijn je hier een prachtig uitzicht op de Caribische Zee te hebben. De nevel gooit roet in het eten, dus storten we ons maar op de culinaire opties op de berg. Er is fondue en Duitse worst te koop, maar wij kiezen voor een Venezolaanse koek-en-zopie: soep met arepa, het nationale maïsbroodje, gevuld met vlees en kaas. Smullen!

 

 

 

Tijd om weer af te zakken naar de stad, waar we het koloniale centrum willen bezoeken. Het is de laatste jaren flink opgeknapt en er zijn veel monumenten en musea te vinden. Ietwat eentonig is het oude stadshart wel. Bijna alle cultuur staat namelijk in het teken van Simón Bolívar, de Venezolaan die begin 19e eeuw vijf Zuid-Amerikaanse landen van het Spaanse juk verloste. Zo kuieren we van het Bolívar-standbeeld op Plaza Bolívar naar het praalgraf en geboortehuis van de grote held van president Hugo Chávez.

Sokken

Het geboortehuis stelt weinig voor, maar het naastgelegen Bolivariaanse museum is een bezoekje waard. We bewonderen de zwaarden, kanonnen en vergeelde sokken van Bolívar en worden aangesproken door een sympathieke suppoost, Iván. Hij wil weten wat wij Europeanen zo eng vinden aan ’dictator’ Chávez. Iván: „Chávez wil met zijn Bolivariaanse revolutie de kant op van een land als Nederland. Hij is de eerste leider die serieus belasting heft en investeert in zorg en onderwijs. Voor Zuid-Amerikanen is dat revolutionair, maar voor jullie toch niet?" Onze Iván vergeet er wel wat dingen bij te vertellen, maar het lijkt ons beter om er geen lange politieke discussie over te beginnen. We willen tenslotte de stad ontdekken!

 

 

 

We zeggen gedag en pakken de metro (veilig, vlot en goedkoop) terug naar de wijk van ons hotel, Altamira.

De overgang van het 'rode' centrum naar deze anti-Chávez-buurt is groot. Hier zie je geen posters van Bolívar en Ché Guevara op straat, maar shopping malls, fastfoodketens en mooie vrouwen met uitdagende siliconenboezems. De zon schijnt gelukkig weer en er wordt geflaneerd en geflirt dat het een lieve lust is. We duiken La Estancia in, één van de vele stadsparken waar je lekker uit kunt blazen.

Na een tussenstop aan het einde van de middag bij de bekende arepa-tent El Budare de la Castellana (24 uur per dag lekker Venezolaans fastfood) lopen we naar Fuente de Soda El León. Op het grote terras van deze bar, mooi gelegen naast een fontein, genieten we van een ijskoud Polar-biertje en de zwoele Caribische avond.

Nachtleven

Caracas staat bekend om zijn bruisende nachtleven, variërend van dure jetsetclubs (shoppingcentre San Ignacio, Las Mercedes) tot salsaschuren in de volksbuurten van de stad (zie www.salsacaracas.com). Wij besluiten in onze wijk te blijven en belanden in El Puto Bar. Dat klinkt als een bordeel, maar het is een gezellige alternatieve pub, met veel live-optredens van bands en dichters. We drinken een glas goede rum en lopen tevreden terug naar het hotel.

Wie de juiste plekjes op zoekt, merkt dat de heksenketel Caracas ook best relaxed kan zijn!

Reiswijzer

Prijzen voor een vliegretour Amsterdam-Caracas beginnen bij 600 euro (bij de Spaanse prijsvechter Air Europa). Ook Lufthansa, Air France, TAP en Alitalia vliegen met één tussenlanding op Caracas. Er zijn geen directe vluchten. De reistijd is circa 14 uur. Vanaf Caracas’ internationale luchthaven Maiquetía rijden er bussen naar de stad. Een taxi kost 250 tot 300 bolivars (rond 50 euro volgens de officiële wisselkoers, zie kader Tips).

Zie verder voor algemene toeristische informatie: www.venezuelaturismo.gob.ve/en/ Een dagelijks geactualiseerde uitgaansagenda vind je op www.rumbacaracas.com; uitgaansagenda in het Engels: www.worldtravelguide.net/caracas/nightlife

Salsafeesten in Caracas? Kijk op www.salsacaracas.com; wandelpaden en tips om de Ávila-berg te beklimmen: www.el-avila.com/

Eten

De migrantenstad Caracas is een culinair walhalla. Vooral de Spaanse, Italiaanse en Arabische keuken zijn goed vertegenwoordigd. En de Venezolaanse natuurlijk: El Budare de La Castellano (Av. Principal La Castellana) serveert dag en nacht lokale snacks als de arepa (hartig gevuld maïsbroodje) en de cachapa (zoete pannenkoekjes). Luxer zijn paellarestaurant La Estancia (www.restaurantlaestancia.com) en grillvleesspecialist Lee Hamilton (Av. San Felipe, hoek El Bosque). La Montanara (Calle Caroní/Calle Madrid in de wijk Las Mercedes) is één van de beste pizzeria’s. Heerlijk zijn ook de shoarmapannenkoeken van El Mesoncito de Altamira (hoek Av. Avila en Francisco De Miranda), even verderop weg te spoelen bij de verse sapjesbar La Holandesa (Av. Luis Roche).

 

 

Slapen

Caracas staat bekend als onveilig, maar daar merk je weinig van in de oostelijke wijken Altamira, Las Mercedes, El Rosal, La Castellana en Sabana Grande. Tip: overnacht in één van deze buurten. Het centrum van de stad is ruiger en de buitenwijken zijn ronduit gevaarlijk.

Vijfsterrenhotels: Lidotel (www.lidotel.com.ve) en Eurobuilding (www.eurobuilding.com.ve).

Vier sterren: Hotel Ávila (www.hotelavila.com.ve), gebouwd door Nelson Rockefeller. Het ligt wat afgelegen (op een kwartier van het centrum), maar dat wordt gecompenseerd door de mooie groene omgeving.

Drie sterren: Hotel La Floresta. Ietwat sjofel, maar gunstig geprijsd en ideaal gelegen aan het relaxte plein rond metrostation Altamira.

Tips

Geld is een heikel punt in Venezuela. Het land is erg aan de prijs voor reizigers die hun geld lokaal pinnen. De officiële koers van de Venezolaanse munt (1 euro = 5,5 bolívars) twee tot drie keer zo laag is als de zwarte straatkoers. Veel reizigers nemen daarom contante dollars of euro’s mee. Wij ook en het wisselen ging makkelijk, via de hotelreceptie nota bene. Zie www.lechugaverde.com voor de actuele zwarte dollarkoers (maar reken op een iets lagere koers).

Taxi’s in Caracas rijden zonder meter. Om niet afgezet te worden, is het handig om bij de hotelreceptie te vragen naar het gebruikelijke tarief voor de beoogde rit en dit vooraf met de chauffeur af te spreken.

Een visum hebben toeristen niet nodig in Venezuela (tot drie maanden verblijf). Ook inentingen zijn niet verplicht. Vaccinaties tegen DTP, hepatitis A en gele koorts worden wèl aangeraden.

Beste reistijd: Caracas kent het hele jaar door een stabiel, mild tropisch klimaat.

Uitstapjes

Een leuke trip voor een halve of hele dag is een bus pakken naar Colonia Tovar, een tropisch Duits bergdorp op zestig kilometer van Caracas. De bewoners leefden tot 1960 in isolement en spreken – naast Spaans – nog een zeldzaam 19e-eeuws dialect uit het Zwarte Woud. Obers in klederdracht serveren braadworst, Schwarzwalder kersentaart en lokaal gebrouwen Tovar-bier. De curieuze enclave trekt in weekenden veel Venezolaanse toeristen.

Geen zin in culturele of sportieve uitspattingen? Dan kunt u op een half uur van Caracas ook op een klassiek Caribisch palmstrand gaan liggen. De betere stranden liggen ten noordoosten van de stad, bij Macuto en La Guaira (de vertrekhaven van de ferry naar vakantie-eiland Isla Margarita). Surfers kunnen zich amuseren op de woeste golven van Playa los Caracas.