Nieuws/Binnenland
1141291
Binnenland

Rechtbank oordeelt over milieuzaak Shell

De rechter in Den Haag doet woensdag uitspraak in een rechtszaak tegen Shell over olievervuiling in Nigeria. De zaak is aangespannen door Milieudefensie en vier Nigerianen. Het is voor het eerst dat een Nederlands bedrijf zich voor de Nederlandse rechter heeft moeten verantwoorden voor milieuschade in het buitenland, aldus Milieudefensie.

De Nigerianen menen dat Shell verantwoordelijk is voor de olievervuiling in hun dorpen. Het bedrijf zou de leidingen niet op tijd vervangen en het onderhoud en de beveiliging zouden slecht zijn. Ze eisen schoonmaak van hun akkers en visvijvers en verbetering van het onderhoud en de beveiliging van de olieleidingen. Ook willen de Nigerianen, van wie er volgens Milieudefensie inmiddels een overleden is, schadevergoeding.

Tijdens een rechtszitting in oktober vorig jaar zei Shell dat het niet aansprakelijk is voor de olievervuiling in de drie Nigeriaanse dorpen. Volgens de oliegigant is de olie bovendien al opgeruimd. Bovendien vindt het bedrijf dat het niet als enige verantwoordelijk kan worden gehouden voor vervuiling. Deze wordt volgens het bedrijf grotendeels veroorzaakt door criminaliteit zoals sabotage, oliediefstal en illegale raffinage. Die diefstal uit Shell-leidingen zou neerkomen op 150.000 vaten per dag. Ook in deze zaak is de vervuiling volgens het bedrijf veroorzaakt door sabotage.

Volgens Milieudefensie heeft de oliemaatschappij veel te lang gewacht met het vernieuwen van leidingen. Ook zou Shell traag reageren op meldingen van lekkages. Daardoor loopt volgens de milieuclub jaarlijks een hoeveelheid olie weg gelijk aan de ramp met de olietanker ExxonValdez in 1989, waarbij bijna 42 miljoen liter ruwe olie in zee terechtkwam. Als Shell begin deze eeuw de oude pijpleidingen had vervangen, was het waarschijnlijk niet zover gekomen, aldus Milieudefensie.

Shell vindt dat „de oplossing van de problemen in de Nigerdelta niet ligt in het voeren van rechtszaken, maar in samenwerking tussen overheid, lokale bevolking en oliemaatschappijen”.

Woensdag velt de rechtbank tijdens een openbare zitting een oordeel over de zaak. Beide partijen kunnen daartegen in beroep.