1141403
Nieuws

De Britse economie heeft de EU nodig

Volgens de economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg is het onwaarschijnlijk dat het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie zal stappen. De Britse premier David Cameron krijgt wat snoepgoed van de ander lidstaten en weet nu al dat zonder EU de Britse economie een zware klap krijgt. De Britse kiezers zullen snel door hebben dat de EU zonder het VK kan, maar het VK niet zonder de EU.

Een toespraak om kiezers te paaien

Deze week werd het internationale nieuws beheerst door de Britse premier David Cameron. In zijn toespraak over de toekomst van het Verenigd Koninkrijk (VK)  in de Europese Unie (EU) beloofde hij de Britse kiezers om voor het einde van 2017 een referendum uit te schrijven waarbij ze voor of tegen het lidmaatschap van de EU kunnen stemmen. De vraag waarom hij nu al met deze aankondiging komt, is gemakkelijk te beantwoorden.

Binnen zijn eigen Conservative Party is de afgelopen jaren de anti Europa stemming sterk toegenomen. Steeds meer CP-parlementariërs pleiten openlijk voor het vertrek uit de EU. Ze menen dat Brussel te veel macht heeft en dat Engeland beter af is buiten de EU. Daarnaast heeft de partij van Cameron steeds meer last van kiezers die overstappen naar de Independence Party. Deze nationaal gerichte partij wil dat Groot Brittannië nu al uit de EU stapt. Bovendien kampt de Britse premier met een slecht presterende economie en is zijn partij in de opiniepeilingen fors gedaald. Zijn toespraak moet dan ook vooral worden gezien als een doorzichtige poging om kiezers te winnen, zodat hij na de verkiezingen in 2015 met zijn Conservative Party kan blijven doorregeren. Cameron gebruikt zijn anti Brussel opstelling ook als bliksemafleider voor zijn onvermogen om de kwakkelende Britse economie weer op de rails te zetten.

Wat wil Cameron van Europa?

Hoewel niet vaststaat of hij de volgende verkiezingen zal winnen en het dus ook onzeker is of het referendum er wel zal komen, wil Cameron eerst met de ander EU-lidstaten over een andere opzet van de EU gaan onderhandelen. De Britse premier wil een aantal bestaande rechten en bevoegdheden die het VK bij het aangaan van het EU-lidmaatschap aan Brussel heeft overgedragen weer terughalen. In zijn toespraak zegt hij ook dat hij bereid is bij het referendum campagne te voeren voor de handhaving van het Britse lidmaatschap van de EU. Maar dat zal hij alleen maar doen als de EU bereid is een aantal Europese regels af te schaffen die door het VK als lastig worden ervaren, zoals EU-wetgeving op het vlak van de arbeidsmarkt en bepaalde juridische en economische voorschriften.

Ook ander EU-lidstaten, waaronder Nederland hebben al eerder aangegeven dat het nodig is om op nieuw te bezien wat lidstaten het best zelf kunnen regelen en wat juridische en economisch het best op Europees niveau geregeld kan worden. Volgens het regeerakkoord van VVD en PvdA komt dit neer op enerzijds ‘minder Brussel’ en anderzijds ‘meer Brussel’.Dat laatste geldt voor het financiële en economisch beleid. Zo moeten voor het voortbestaan van de euro en het oplossen van de banken- en schuldencrisis alle lidstaten financieel-economisch sterker worden en daarbij naar elkaar toe groeien. Het kabinet Rutte 2 steunt daarom, samen met vrijwel alle andere lidstaten, Europese regelgeving die Brussel op dit terrein meer bevoegdheden geeft om de crisis effectief te lijf te kunnen gaan.

Cameron wil krenten uit de pap

Hoewel de Britse premier in zijn toespraak suggereert dat hij Nederland als bondgenoot heeft is dat pertinent onjuist. Cameron wil een fundamentele verandering van de opzet van de EU die vooral veel extra voordelen moeten opleveren voor het VK. Hij wil een flexibel type lidmaatschap; een EU a la carte. Een EU die het voor de Britten mogelijk maakt zich te onttrekken aan de kernregels van de EU op het vlak van gezamenlijk beleid om zo als VK de krenten uit de pap te kunnen halen. Die krenten zijn minder Europese regels voor het Engelse bedrijfsleven, extra ruimte voor de grote financiële (banken) sector in Londen en minder Brits geld voor Brussel. Door veel lidstaten wordt het VK gezien als een vervelende stoorzender. Een lidstaat die er van oudsher altijd op uit is voor zich zelf uitzonderingsposities te bedingen. Dat is ze vaak gelukt. Zo doet het VK niet mee met de euro, de Europese regels voor begrotingsdiscipline en de zogenoemde grenzeloze Schengenzone.

De Fransen hebben zich vaak verzet tegen de uitzonderingen voor het VK Toch was er altijd een meerderheid in Europa die de Britten hun zin gaf. Veel lidstaten vonden het belangrijk dat het VK als economische grootmacht deel uit maakte van de EU en zagen in de Britten een bondgenoot tegen te veel macht voor de as Berlijn/Parijs. De vraag is of die meerderheid op nieuw bereid is de Britten fundamenteel tegemoet te komen. Die kans is nul. Wel als het gaat om cosmetische aanpassingen die op ondergeschikte terreinen de macht van Brussel wat inperken en wellicht enkele uitzonderingen voor het VK op het juridische vlak. Maar daar zal het bij blijven. Een flexibel EU-lidmaatschap zoals de Britse premier graag wil, zal er niet komen. Dat zou het einde van de EU betekenen zoals we die kennen en waarvoor de lidstaten getekend hebben. Bovendien is er een ruime meerderheid die de Europese economie als economisch machtsblok in de wereld juist wil versterken door meer samen te werken en Brussel daarvoor meer bevoegdheden te geven.

Cameron overschat zijn de positie

Hoewel veel Britten daar anders overdenken is het VK al lang geen economische grootmacht meer. Volgens internationale voorspellingen valt het VK na 2020 zelfs buiten de wereld top tien. Daarnaast is er bij het internationale bedrijfsleven steeds minder belangstelling voor Groot-Brittannië. Dat werd al zichtbaar toen het VK besloot buiten de euro te blijven. Bedrijven uit onder meer Japan, Canada en de VS die bezig waren met de keuze voor een vestigingsplaats lieten het VK toen vallen en kozen voor de eurozone. Mede door de globalisering zien we dat internationale bedrijven vanwege handelsvoordelen en minder valuta risico’s een voorkeur hebben voor een vestigingsplaats binnen een groot economisch machtsblok met een stabiele wereldmunt. Voor de eurozone is dat een gunstige ontwikkeling, voor het VK niet. Door uit de EU te stappen wordt de Britse positie nog slechter.

De onzekerheid die Cameron met zijn toespraak heeft gecreëerd zal het VK banen en economische groei gaan kosten; als het VK uit de EU stapt, verliest het de vrijhandelsvoordelen van de interne markt. Bovendien is de kans groot dat de VK-economie de komende jaren al schade zal lijden. Steeds meer bedrijven uit de opkomende economieën, zoals China, Brazilië, India en Rusland zullen vestigingen in Europa gaan openen. Het ligt voor de hand dat ze het VK zullen mijden. Internationaal opererende ondernemingen houden niet van onzekerheid en gaan zich niet vestigen op een ‘geïsoleerd’ eiland waar de handelsvoordelen van de EU op de tocht staan. Daarnaast is de kans groot dat Engelse bedrijven die hun brood verdienen met de export naar de EU als gevolg van het mogelijke verlies van deze voordelen hun investeringen zullen terugschroeven. Als het VK de EU verlaat wordt het Engelse bedrijfsleven geconfronteerd met handelsbarrières in de vorm van onder meer hoge EU heffingen op import. Het is een illusie dat het VK als buitenstaander deze belemmeringen in afzonderlijke bilaterale onderhandelingen zal kunnen wegnemen.

Het is daarom nauwelijks voorstelbaar dat de Britten uit de EU zullen stappen. Als het referendum tot een nee tegen de EU leidt, raakt het VK zijn vrijhandelsvoordelen kwijt. Dat zou een ramp zijn voor de Britse economie. David Cameron dreigt zijn hand te overspelen. De EU-lidstaten laten zich niet voor het kiezerskarretje van een Britse premier spannen. Ze zullen hem duidelijk maken dat het VK naast de lusten ook de lasten van de vrijhandelszone zal moeten dragen. De Britse kiezers zullen er snel achter komen dat Europa wel zonder het VK kan, maar het VK niet zonder de EU.