Nieuws/Binnenland
114313576
Binnenland

Lichaam vermoorde Haagse ambtenaar na 77 jaar geïdentificeerd

Nu staat er nog’ onbekende Nederlander’ op het graf van Kees Kreukniet, maar daar komt verandering in. Links onderin de plaquette in het Haagse stadhuis ter nagedachtenis aan Kreukniet en 44 andere ambtenaren die omkwamen in de oorlog.

Nu staat er nog’ onbekende Nederlander’ op het graf van Kees Kreukniet, maar daar komt verandering in. Links onderin de plaquette in het Haagse stadhuis ter nagedachtenis aan Kreukniet en 44 andere ambtenaren die omkwamen in de oorlog.

DEN HAAG - Na 77 jaar is er een einde gekomen aan de onzekerheid over het lot van de in de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde Haagse ambtenaar Cornelis Pieter (Kees) Kreukniet. Zijn familie had altijd begrepen dat de wegens verzetsdaden opgepakte ambtenaar was overleden aan een longontsteking tijdens zijn gevangenschap in het beruchte Oranjehotel in Scheveningen. Dat blijkt niet waar. De 50-jarige verzetsman werd gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte, zo weten zij nu, en gedumpt in een massagraf. „Het is triest dat zijn echtgenote, ouders en broers nooit echt afscheid hebben kunnen nemen.”

Nu staat er nog’ onbekende Nederlander’ op het graf van Kees Kreukniet, maar daar komt verandering in. Links onderin de plaquette in het Haagse stadhuis ter nagedachtenis aan Kreukniet en 44 andere ambtenaren die omkwamen in de oorlog.

Nu staat er nog’ onbekende Nederlander’ op het graf van Kees Kreukniet, maar daar komt verandering in. Links onderin de plaquette in het Haagse stadhuis ter nagedachtenis aan Kreukniet en 44 andere ambtenaren die omkwamen in de oorlog.

Kees Kreukniet was tijdens de oorlog als ambtenaar van de gemeente Den Haag betrokken bij het verspreiden van ’Ons Ochtendblad’, een illegaal nieuwsbulletin geboren bij de Dienst der Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting. Hij liep op 9 oktober 1944 tegen de lamp bij een inval in de drukkerij van het blad en belandde in het Oranjehotel, de beruchte nazigevangenis in Scheveningen, waar veel verzetsstrijders werden opgesloten. Zijn familie heeft altijd begrepen dat hij daar is overleden aan een longontsteking. Van zijn stoffelijk overschot ontbrak sindsdien ieder spoor.

Na uitgebreid speurwerk van de Stichting WO2 Sporen en de Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL) zijn de stoffelijke resten van Kreukniet na al die decennia geïdentificeerd. Het lichaam van de Haagse ambtenaar werd in 1944 samen met acht andere fusilladeslachtoffers in een massagraf gedumpt op de Waalsdorpervlakte, blijkt nu. Al in 1947 kwam er informatie over dit massagraf naar buiten na verhoren met Duitse agenten. Van het merendeel van de lichamen in dit graf kon de identiteit worden achterhaald, maar van twee niet. Een van de lichamen van die onbekende doden blijkt van Kreukniet, is onomstotelijk vast komen te zijn.

Archieftijger Ronald Klomp van WO2 Sporen heeft sinds vorig jaar de samenwerking met de BIDKL rondom de identificatie van Waalsdorpervlakte-slachtoffers geïntensiveerd. Hun gezamenlijke missie is het identificeren van zoveel mogelijk slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. „Deze samenwerking werpt nu al zijn vruchten af”, zegt Klomp. Zo werd al eerder het lichaam van de Haagse postbode Marinus Henkes gevonden, die ook werd gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. „Wij beschikken over een uitgebreide database van archiefstukken en Defensie heeft toegang tot andere bronnen. Onze boodschap is dat het oplossen van oorlogsvermissingen heel vaak gezocht kan worden in gedegen historisch onderzoek en dat dna-onderzoek daar zeker in bijdraagt.”

Puzzelstukjes

Samen zochten de BIDKL en WO2 Sporen naar overleden personen met onbekende graflocatie waarvan de overlijdensdatum overeenkwam met het data waarop de verschillende fusillades plaatsvonden. Al snel leidde het spoor naar Kreukniet en vielen langzaam de puzzelstukjes op zijn plaats.

„In het zogeheten overbrengingsrapport van het lichaam naar het erehof van Begraafplaats Rusthof in Amersfoort stond dat hij een overhemd droeg van Flebo met het winkelmerk van de Gebroeders Else erin. Zij hadden twee winkels in de Vlierboomstraat en Stevinstraat in Den Haag”, vertelt de onderzoeker. „Ook de lengte kwam overeen. Bovendien woonde Kreukniet aan de Pippelingstraat, dat om de hoek ligt van de Vlierboomstraat.” Verder bleek na onderzoek dat Kreukniets leeftijd overeenkwam met het ongeïdentificeerde lichaam. Iets eerder werd het andere onbekende slachtoffer uit dit massagraf geïdentificeerd. „Dat was Nicolaas (Niek) Corstanje van een andere verzetsgroep”, vertelt de onderzoeker.

Strafmaatregel

Defensie nam in 2012 al dna af van het toen nog ongeïdentificeerde lichaam van Kreukniet ’als ultieme poging om de identiteit te achterhalen’. De stoffelijke resten werden hierna herbegraven op Nationaal Ereveld Loenen. Om onomstotelijk te bewijzen dat het in dit geval om om Kreukniet ging, zocht de BIDKL naar een levende nabestaande. Die werd gevonden en het dna kwam overeen.

„Het is triest dat zijn echtgenote, ouders en broers nooit echt afscheid hebben kunnen nemen. Het graf is de laatste tastbare herinnering”, zegt Klomp. „Ook werd door de familie aangenomen dat de doodsoorzaak een longontsteking was voor waarheid aangenomen.” Hij vermoedt dat het lichaam expres niet werd vrijgegeven als strafmaatregel. Kreukniets naam siert wel op een plaquette in het stadhuis op de vierde etage samen met 44 andere namen van in de oorlog gesneuvelde ambtenaren. „De Haagse ambtenaar krijgt nu ook eindelijk een steen met zijn naam op Nationaal Ereveld Loenen”, aldus Klomp.

De gemeente Den Haag is blij dat er nu duidelijkheid is voor de nabestaanden. „Kees Kreukniet was tijdens de Tweede Wereldoorlog werkzaam bij de gemeente Den Haag als adjunct-kassier bij de dienst Gemeentewerken”, zegt een gemeentewoordvoerder. „Samen met zijn collega’s zorgde hij dat het verzetsblad ’Ons Ochtendblad’ met een oplage van 3.500 werd gestencild. De medewerkers van de dienst der Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting schreven de teksten voor het blad en zorgden voor de verspreiding. Originele exemplaren van ’Ons Ochtendblad’ zijn in de bibliotheek van het Haags Gemeentearchief bewaard gebleven. Juist nu er steeds minder ooggetuigen zijn is het ontzettend belangrijk dat wij deze oorlogsverhalen doorgeven aan de komende generaties.”

Veilig betalen
14 dagen bedenktijd
webshop logo
Meer van De Telegraaf Webshop
Veilig betalen
14 dagen bedenktijd
webshop logo
Meer van De Telegraaf Webshop