Nieuws/Binnenland
1145407
Binnenland

Drie slimme tips | Obligatiefondsen

Beleggingsfondsen die in obligaties beleggen zijn er in alle soorten en maten. Er zijn fondsen die zich richten op staatsobligaties, op bedrijfsobligaties, op risicovollere high yield obligaties (obligaties met een hoge effectieve rentevergoeding), op kortlopende obligaties (geldmarktrentefondsen) of op inflation linked obligaties waarbij de rente meestijgt met de inflatie.

 Uitgezonderd de meer risicovollere obligatiefondsen mikken de meeste fondsen op stabiele rente-inkomsten. Beleggers zitten doorgaans in obligatiefondsen vanwege het lagere risico op forse koersdalingen. Met de rentevergoeding kunnen ze hun inkomen met een stabiele inkomstenbron aanvullen. De laatste paar jaren zijn er echter steeds risicovollere varianten op de markt gekomen die beleggers uizicht bieden op hogere rendementen, maar die ook een hoger risico met zich meebrengen. Daarmee is niet langer elk obligatiefonds een stabiele keuze.

 

1. Kosten nog belangrijker

Is het altijd raadzaam naar de kosten van een fonds te kijken, bij obligatiefondsen geldt dat des te meer vanwege de lagere rendementen dan bijvoorbeeld bij aandelen. Obligaties hebben een richtlijn-rendement van zo'n 6%. Een beheervergoeding van 1,5% neemt dan al snel een forse hap uit het rendement. Zeker bij fondsen die in zeer korlopende obligaties beleggen, met een bescheiden rendement, kan eentiende procent kosten uw belegging maken of breken.

 

2. Let op de marktrente

Voor de waarde van obligaties is een oplopende rente een ramp. De vaste rentecoupon op de oblihgatie wordt dan minder waard en daardoor daalt de waarde van de obligatie. De rentegevoeligheid van een kortlopende obligatie is veel minder groot dan van een langer lopende obligatie. Obligatiefondsen kunnen de rentegevoeligheid sturen door een bepaalde mix van kortlopende en langlopende obligaties in portefeuille te nemen. Obligatiefondsen zullen de gemiddelde looptijd aan hun beleggers duidelijk maken. Ze hebben daarvoor als graadmeter de duration: de gewogen gemiddelde looptijd van de ontvangen rentebetalingen en de uiteindelijke aflossing. De duration is in feite de gemiddelde tijd dat een belegger op zijn geld moet wachten, op de aflossing aan het eind van de looptijd van de lening én op de tussenliggende rentebetalingen.

Is de gemiddelde duration van een obligatiefonds 5 jaar, dan daalt de koers van de particpaties iin het fonds met 5% als de rente met 1% stijgt. Daalt de rente met 1% dan stijgt het fonds 5% in waarde. De rekenformule is dat 1% daling/stijging van de rente leidt tot een stijging respectievelijk daling van de obligatiekoers met een percentage ruwweg gelijk aan de duration. Van beleggingsfondsen in staatsobligaties ligt de duration op rond de 4 tot 5 jaar.

 

3. Aan wie leent u?

 

De huidige crisis heeft een specifiek risico dat obligatiebezitters lopen, vol op de kaart gezet: creditrisk. Dat is het risico dat het bedrijf, instelling of overheid die de obligaties heeft geplaatst, de rentebetalingen niet meer kan voldoen. In het ergste geval gaat de schuldenaar failliet en kunnen obligatiehouders ook de aflossing van de lening op hun buik schrijven. Beleggers in een obligatiefonds kunnen er natuurlijk van op aan dat de beheerder van het fonds dit risico goed managed. Echter, er fondsen die alleen in bepaalde obligaties, in bepaalde landen of regio's mogen beleggen. Dat beperkt de uitwijkmogelijkheid van de beheerder, die altijd in bepaalde markten moet beleggen. Zo hebben obligatiefondsen die in de eurozone beleggen, flinke klappen gehad op het deel van hun portefeuille dat in Griekse, Italiaanse en Spaanse leningen zat.  Als belegger moet je dan zelf het risico inschatten of je nog wel in deze markten wilt beleggen. Indien niet, dan kun je een dergelijk fonds beter verkopen.