Nieuws/Binnenland
11528
Binnenland

Regisseur Robert Jan Westdijk terug met intieme speelfilm

’Dit voelde als thuiskomen’

Zusje heeft eindelijk een broertje gekregen. Met Waterboys – vanaf aanstaande donderdag te zien in de bioscoop – keert regisseur Robert Jan Westdijk (52) terug naar de intimiteit van zijn gelauwerde debuutfilm uit 1995. Met evenveel humor, maar net wat meer warmte. „Dit voelde als thuiskomen”, vertelt de cineast tijdens een interview in Amsterdam.

Filmregisseur Robert Jan Westdijk won met Zusje (1995) zijn eerst Gouden Kalf. Na het neergesabelde De eetclub (2010) brengt hij met Waterboys een warmer, menselijker verhaal op het witte doek.

Filmregisseur Robert Jan Westdijk won met Zusje (1995) zijn eerst Gouden Kalf. Na het neergesabelde De eetclub (2010) brengt hij met Waterboys een warmer, menselijker verhaal op het witte doek.

Filmregisseur Robert Jan Westdijk won met Zusje (1995) zijn eerst Gouden Kalf. Na het neergesabelde De eetclub (2010) brengt hij met Waterboys een warmer, menselijker verhaal op het witte doek.

Filmregisseur Robert Jan Westdijk won met Zusje (1995) zijn eerst Gouden Kalf. Na het neergesabelde De eetclub (2010) brengt hij met Waterboys een warmer, menselijker verhaal op het witte doek.

In Waterboys – Westdijks eerste film sinds het neergesabelde De eetclub (2010) – wordt detectiveschrijver Victor (Leopold Witte) door zijn vrouw het huis uitgezet, terwijl zoon Zack (Tim Linde) vrijwel gelijktijdig zijn relatie ziet stranden. Bij gebrek aan onderdak gaat hij met zijn vader mee op een promotietour naar het Schotse Edinburgh, waar ook Victors favoriete band blijkt op te treden. De reis drijft hun toch al moeizame relatie op de spits.

Wat heb jij met The Waterboys, de Britse band waar jouw nieuwe film z’n titel aan ontleent?

„In 2012 bezocht ik voor het eerst van mijn leven een concert van ze. Rijkelijk laat eigenlijk, want ik was al fan sinds ik op mijn 22e met mijn beste vriend op vakantie ging naar Italië. Tijdens de lange autorit schalde het Waterboys-album This is the sea uit de speakertjes van zijn Fiat Panda. Eenmaal aangekomen, verhuisde dat cassettebandje naar de walkman waar ik in die dagen mee rondliep. Sindsdien ben ik de band altijd blijven volgen. De muziek die zij maakten, hielp me door moeilijke perioden in mijn leven heen, ook bij relatieproblemen. Ik kende hun nummers dus goed, maar tijdens dat concert kwamen ze toch op een heel nieuwe manier bij mij binnen. Een belachelijk overdonderende ervaring, die ik later besloot te gebruiken. ”

Hoe persoonlijk is het verhaal over een losbol van een schrijver en zijn veel te serieuze zoon?

„De grote lijnen zijn verzonnen, maar in de personages zit veel van mij. Zowel in vader Victor als in zoon Zack. Ik heb allerlei dingen uitvergroot, maar wel allerlei persoonlijke details gebruikt. Zo ben ik misschien ook een beetje een kinderachtige vader, net als Victor. Tegen mijn kinderen, die nu 18 en 15 zijn, heb ik bijvoorbeeld ooit gezegd: ’Maar we zijn toch vrienden!’ Ze corrigeerden me meteen: ’Nee pap, je bent onze vader!’ Ook Victors manier van praten, zijn soort humor, zijn muzikale voorkeur en de dingen die hem bezighouden zijn op mij terug te voeren. Terwijl ik mezelf zeker ook in Zack herken. Die wat naïeve, emotionele kwetsbaarheid van hem, die had ik ook toen ik zo oud was als hij.”

In hoeverre zie jij jouw relatie met je vader terug in de film?

„Victor vindt zijn zoon nogal een watje en ik heb zelf heel lang het gevoel gehad dat mijn vader zo ook over mij dacht. Toen ik hem dat onlangs vroeg, ontkende hij dat trouwens: hij zei dat-ie altijd heel trots op mij is geweest. Fijn om te horen, maar als zoon ook best lastig te geloven. Daarbij voelt zo’n ogenblik van toenadering vaak heel vluchtig. Het mooie is dat je in een film zulke momenten langer kunt uitspinnen en je die warmte kunt koesteren.”

Lieten The Waterboys zich gemakkelijk overhalen om aan de film mee te werken?

„Nadat ik had uitgezocht hoe ik Mike Scott kon bereiken, de oprichter en leadzanger van de band, heb ik heel zorgvuldig een mailtje gecomponeerd waarin ik mijn plannen voor de film toelichtte. Uiteindelijk heb ik met hem afgesproken in Dublin, waar hij tegenwoordig woont. Binnen een uur had hij niet alleen toegezegd dat we met camera’s bij een optreden mochten zijn, hij opperde zelfs om speciaal voor de film een concert te organiseren. Dat is uiteindelijk ook gebeurd.”

Voor filmbegrippen is Waterboys voor een heel bescheiden bedrag gemaakt, maar dat zie je er totaal niet aan af. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

„Door heel zorgvuldig te plannen. Door allerlei steun uit onverwachte hoek. En door Waterboys met een heel klein team te maken: voor de opnames in Schotland waren we maar met z’n dertienen. Inclusief de acteurs, die net zo hard met de lampen sjouwden als de crew. Die grote onderlinge betrokkenheid voelt heel bijzonder. Zo wordt het maken van een film een avontuur dat je samen beleeft. Dat had ik destijds ook met Zusje.”

Wat zijn de reacties van jouw directe omgeving op deze persoonlijke film?

„Mijn vrouw was betrokken bij elke stap die ik zette en kan de film nu dromen. Mijn eigen zoon wilde ’m eerst eigenlijk niet zien, maar concludeerde uiteindelijk opgelucht: ’dit gaat helemaal niet over mij’. Mijn pa vroeg wat bedremmeld of hij echt zo’n rotvader was geweest, wat ik gelukkig direct kon ontkrachten. Aan mijn moeder, die al lang ziek was en in augustus van dit jaar overleed, heb ik Waterboys kort voor haar dood kunnen laten zien. Liggend op haar bed, met een beeldscherm aan het voeteneind. Ze was heel enthousiast, maar had net als vroeger bij Zusje ook bruikbaar commentaar. Bovendien vond ze heel stellig dat dit het soort films is dat bij mij past. Geen spektakelstukken, maar menselijke verhalen. Kwetsbaar zonder weeïg te zijn, met veel humor, warmte en slechts een paar personages. En ik moet zeggen: ik denk dat zij gelijk had.”