Nieuws/Binnenland
1160167
Binnenland

Sabir K. vecht uitlevering bij rechter aan

De Nederlandse terreurverdachte Sabir K. gaat de goedkeuring voor zijn uitlevering aan de Verenigde Staten in een kort geding aanvechten bij de rechter. Volgens zijn advocaat André Seebregts loopt K. een groot risico om in de VS te worden behandeld op „een manier die in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens”.

Seebregts wijst nadrukkelijk op de manier waarop de laatste terreurverdachte die door Nederland werd uitgeleverd aan de Verenigde Staten, daar is behandeld. „Deze Wesam al Delaema werd in de gevangenis in Washington onder zulke erbarmelijke omstandigheden vastgehouden dat de rechtbank Rotterdam zijn straf na terugkomst in Nederland aanzienlijk heeft ingekort.”

„Vervolgens hebben de Amerikanen gereageerd dat ze niets verkeerds hebben gedaan”, concludeert de advocaat. „Er was niets mis met de behandeling van Al Delaema, vinden ze. Dat stelt niet gerust ten aanzien van hetgeen Sabir te wachten staat. Ook het sentiment tegen terreurverdachten is in de VS niet verbeterd. Er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat Sabir beter zal worden behandeld dan al Delaema.”

Al Delaema zat in de beruchte DC Jail, op slechts een paar kilometer van het Witte Huis. Daar werd hij volgens eigen zeggen lange tijd geïsoleerd onder de grond opgesloten. Daar zag hij het eerste half jaar nooit daglicht en werd hij naar eigen zeggen gemarteld. Zo werd zijn cel onder water gezet en ging regelmatig lange tijd het brandalarm aan, waardoor slapen onmogelijk was.

„Verder heeft Sabir een post traumatisch stress syndroom opgelopen tijdens zijn gevangenschap in Pakistan, waar de Amerikanen mogelijk de hand in hebben gehad. Die is niet redelijk te behandelen in de Amerikaanse gevangenis”, meent de raadsman. „Er zijn zoveel aanwijzingen dat de Amerikanen betrokken zijn geweest bij de martelingen die mijn cliënt in de gevangenis in Pakistan heeft moeten doorstaan, dat de minister die eerst moet onderzoeken om een goed oordeel te kunnen vellen”, benadrukt Seebregts. „Want als dat inderdaad het geval is, mag mijn cliënt ook om die reden niet aan de VS worden overgedragen. Dan heeft Amerika al hun rechten op uitlevering verspeeld.”

Voor de Hoge Raad was dat laatste argument geen juridische reden om voor de uitlevering te gaan liggen.