Nieuws/Binnenland
1160447820
Binnenland

Ruim zestig horecaondernemers sluiten zich aan bij kort geding tegen dichte deuren

Den Haag - Ruim zestig ondernemers stapten dinsdag naar de rechter om de sluiting van de horeca aan te vechten. De rechtbank in Den Haag behandelde daar een kort geding tegen de Nederlandse staat. Rond 16.00 uur volgt de uitspraak.

Verslaggever Marouscha van de Groep is in de rechtbank en doet live verslag. Volg haar tweets onderaan dit bericht.

Het kabinet maakte vorige week bekend dat restaurants, lunchrooms en cafés voor een maand hun deuren moeten sluiten om de uitbraak van het coronavirus terug te dringen. Afhaal blijft wel mogelijk. De maatregelen zijn „willekeurig en disproportioneel”, oordelen de ondernemers. Zij namen de gang naar de rechter na een oproep van Michael Meeuwisse, eigenaar van bodega De Posthoorn aan het Lange Voorhout in Den Haag.

Bij de spoedprocedure werd de rechter gevraagd om de vorige week afgekondigde wekenlange sluiting van restaurants met onmiddellijke ingang op te heffen. „Volledige sluiting van minimaal 4 weken is voor de horecaondernemingen desastreus en in veel gevallen fataal”, zei advocaat Simon van Zijll dinsdagochtend in de rechtbank. „Een experiment waar geen goede gronden voor te vinden zijn.”

’Ingrijpend’

„De maatregelen, zeker ook die voor de horeca, zijn zonder meer ingrijpend. Dat realiseert de Staat zich ook. Maar als er geen ingrijpende maatregelen worden genomen moet de reguliere zorg nog verder worden afgeschaald. Ook het leveren van acute zorg zal dan in bedwang kunnen komen”, aldus de advocaat van de Staat tijdens de zitting.

Het Outbreak Management Team (OMT), dat het kabinet adviseert over het coronabeleid, stelde voorafgaand aan de huidige sluiting dat onderzocht moet worden of ten minste een deel van de horeca open kan blijven. Ze moeten dan wel gezondheidschecks blijven uitvoeren en de 1,5 meter afstand moet gewaarborgd worden. „Dit advies is door de staat in de wind geslagen. De staat schendt hiermee het zorgvuldigheidbeginsel”, aldus Van Zijll.

De advocaat die namens de staat het kabinetsbeleid verdedigt stelt echter dat het OMT ten aanzien van de horeca juist adviseerde om cafés, eetcafés en drinkgelegenheden te sluiten. Voor restaurants zonder cafégelegenheid wordt gekeken of een uitzondering gemaakt kan worden. „Maar de meeste eisers vandaag hebben zo’n cafégelegenheid.”

Klein percentage

Tijdens de zitting stelden enkele ondernemers dat zij wel degelijk restaurant zonder cafégelegenheid zijn en slechts een klein percentage omzet te halen uit de verkoop van dranken. Desondanks vragen de eisers om volledige opening van de horeca. „Het is aan de staat om vervolgens segmentering aan te brengen. Het is niet aan de horeca om dat aan de staat voor te leggen.”

De maatregelen van het kabinet zijn erop gericht om het aantal contactmomenten en het aantal reisbewegingen te beperken. Het sluiten van eet- en drinkgelegenheden speelt daarbij volgens de Staat een belangrijke rol. „Mensen komen naar horeca met als doel om elkaar te ontmoeten, terwijl het aantal ontmoetingen juist beperkt moeten worden.”

„De staat verzuimt de echte maatregelen te nemen voor een probleem dat hij zelf mede veroorzaakt heeft door de jarenlange bezuinigingen in de zorg. En nu moet de horeca hiervoor boeten. Dat kunt u niet laten gebeuren”, stelde Van Zijll tegen de Rechtbank.

Na de aangescherpte maatregelen staan veel ondernemers voor de vraag: stoppen of doorgaan? In de podcast Kwestie van Centen: wat voor impact heeft de gedeeltelijke lockdown op onze economie?

Verslaggever Marouscha van de Groep is in de rechtbank en doet live verslag.