Nieuws/Buitenland

Tragische luchtaanval Oost-Turkije herdacht

In het uiterste zuidoosten van Turkije is vrijdag herdacht dat precies een jaar geleden 34 burgers, onder wie 20 minderjarigen, omkwamen bij een bombardement in Uludere door het Turkse leger. Behalve verdriet was er woede omdat de regering nog steeds geen openheid van zaken heeft gegeven over de toedracht van het drama.

Circa 5000 mensen waren naar het plaatsje Gülyazi gekomen, waar de meeste van de slachtoffers vandaan kwamen. De leider van de Koerdische partij BDP, Selahattin Demirtas, hield een toespraak waarin hij premier Erdogan verantwoordelijk stelde voor het bombardement. Hij zei: „Waar we op wachten is dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt, dat hij zegt dat hij het beval gaf en zijn excuses aanbiedt.” Er waren geen vertegenwoordigers van de regering aanwezig bij de herdenking.

Aangenomen wordt dat een groep smokkelaars uit de streek aan de Turks-Iraakse grens is aangezien voor strijders van de Koerdische PKK, die kampen heeft in de bergen over de grens. Vlak na het bombardement werd een onderzoekscommissie ingesteld in het parlement. De commissie zou afgelopen maart met resultaten komen, maar dat is telkens uitgesteld, nu weer tot in januari.

Direct na het bombardement werden documenten als 'vertrouwelijk' bestempeld en die krijgt de commissie niet te zien. Juist die zouden een licht kunnen werpen op de vraag wie welke informatie uitwisselde voor werd besloten tot een luchtaanval. Amerikaanse drones gaven aan Turkse militairen beelden door van een groep mensen aan de grens, maar onduidelijk is of op basis daarvan het bevel tot de aanval is gegeven en door wie. De militairen ter plaatse weten dat er in de regio veel wordt gesmokkeld en dat wordt oogluikend toegestaan. Legerposten en smokkelaars houden elkaar doorgaans op de hoogte van hun aanvals- of smokkelplannen.