Nieuws/Binnenland

Raad van State kritisch over bankierseed

De Raad van State is kritisch over de bankierseed als die ook verplicht wordt gesteld voor gewone medewerkers bij een bank, zoals het kabinet overweegt. De Raad, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, vindt dat niet nodig.

Dat blijkt uit een vrijdag gepubliceerd advies. De Raad is positief over invoering van de bankierseed per 1 januari voor de bestuurders en commissarissen van Nederlandse banken. Die kunnen worden gezien als „exponent of personificatie” van de onderneming en de eed is dan een versterking van de wettelijke verplichtingen voor de onderneming.

Maar bij invoering van de eed voor overige bankwerknemers zet de Raad vraagtekens. Die hebben immers geen (eind)verantwoordelijkheid en geen „publiek gezag” en hen verplichten tot het afleggen van een eed of belofte is dan een „oneigenlijk instrument”.

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën besloot vorige maand tot een onderzoek naar de invoering van de bankierseed voor het 'gewone' bankpersoneel. Het kabinet en de Tweede Kamer waren daar tot nog toe wel erg voor. De eed moest gaan gelden voor iedereen in de financiële sector die consumenten adviseert over financiële producten.

De bankierseed is een van de antwoorden van de politiek op de financiële crisis van de afgelopen jaren waarin banken wereldwijd door overheden moesten worden gered. Verder zijn de bonussen in de sector gemaximeerd, zijn de buffers van banken verhoogd en is er meer toezicht op risicovolle ondernemingen.

De vorige minister van Financiën, Jan Kees de Jager, kondigde in september ook nog een onderzoek aan naar een eigen tuchtcollege voor de financiële sector, net zoals medici, advocaten en notarissen dat hebben.