Nieuws/Binnenland

Beleggen in landen bijna verleden tijd

De globalisering is een trend die nog steeds doorgaat. Wat betekent dat voor de portefeuille voor de standaardbelegger? En wetende dat bedrijven steeds meer mondiaal opereren, hoe groot zou dan de allocatie naar opkomende landen nog moeten zijn?

Uit eigen onderzoek verricht op een database van beleggingsfondsen blijkt dat landenfondsen op de langere termijn minder goede resultaten boeken dan fondsen die zich op een grotere regio richten. Ik gebruik bewust het term resultaat, omdat dit slaat op zowel de rendementen als de risico’s. Soms vind je nog weleens een land dat het een paar jaar goed doet, maar op de lange termijn zijn de voor het risico gecorrigeerde rendementen bijna altijd slechter.

Landenfondsen alleen voor speculatie

Ik heb daarom nooit de interesse voor specifieke landenfondsen begrepen. Als je een heel grote belegger bent en je een grote spreiding kunt aanbrengen, kun je wellicht nog wat (landen)nuances in de portefeuille aanbrengen, een soort speculatieve satellieten als aanvulling op een kernportefeuille. Maar dat is het dan ook wel. Landenfondsen zijn wellicht wel interessant voor speculanten, die tijdelijk op bepaalde ontwikkelingen in een land willen inspelen.

Landenfondsen zijn daarmee meer een speculatie-instrument. De vraag is of je dan nog een actief beheerd beleggingsfonds nodig hebt. Het gaat dan immers niet meer om bepaalde specifieke aandelen uit het land, maar om het land zelf. Ik heb zelden een goed argument gehoord voor een actief beheerd landenfonds (mogelijk uitgezonderd, de hele grote aandelenlanden, zoals de VS of Japan).

Landenfondsen hebben vaak te klein universum

Er is nog een technische reden waarom ik nooit geloofd heb in actieve (kleine) landenfondsen en die heeft te maken met de ‘fundamental law of active management’. Deze wet zegt dat je als actieve beheerder waarde kunt toevoegen door een combinatie van goede ‘vaardigheden’ en veel ‘onafhankelijke beleggingen’ (in jargon: Information Ratio = skill x √breath). In een enkel land zijn er nu eenmaal minder mogelijkheden om veel onafhankelijke ‘bets’ te nemen. In een regio- of wereldfonds heeft de actieve beheerder meer mogelijkheden: individuele instrumenten, sectoren, valuta’s en landen.

Bovenstaande geldt ook voor beleggingsfondsen die zich op Nederlandse aandelen richten. Ik heb eerder onderzoek gedaan voor Beleggers Belangen en daaruit bleek dat actieve beleggingsfondsen die zich op de grotere Nederlandse aandelen richten hoegenaamd geen toegevoegde waarde hebben (een positieve uitzondering zijn de fondsen die zich richten op kleinere aandelen en gebruik kunnen maken van de deelnemingsvrijstelling). Klik hier voor het artikel: http://www.inmaxxa.nl/Bibliotheek/beleggen-in-hollandse-fondsen-2.aspx

Globalisering

Tot slot is er nog een andere, meer fundamentele kwestie waarom landenbeleggen eigenlijk niet meer zoveel voor de hand ligt, namelijk de globalisering. Vooral het internationale bedrijfsleven heeft steeds meer verwevenheid met de ontwikkelingen in de rest van de wereld. Een van de grote beleggingstrends van de laatste jaren is de diversificatie van bedrijven over de aardbol. Mede dankzij de ontwikkelingen van de technologie en het opener worden van steeds meer economieën, verkrijgen steeds meer bedrijven een bredere, internationale klantenkring.

Kijk eens naar onderstaande grafiek van internationale verkopen van de vijfhonderd grootste Amerikaanse bedrijven. Die maken nu 47% van de omzet uit (en dat terwijl de VS 23% van het wereld-bbp uitmaken). Beleggen in de VS staat dus niet meer gelijk aan beleggen in de Amerikaanse economie, er is een belangrijke link met de ontwikkelingen in de rest van de wereld. Hetzelfde geldt voor de grote Europese bedrijven. Uit onderzoek van Orcam blijkt dat deze trend zich zal voortzetten.

 

 

 

Allocatie opkomende markten

Zelfs beleggers die een bepaald gedeelte van de aandelenportefeuille inzetten voor opkomende markten moeten zich realiseren dat ze waarschijnlijk al een grote blootstelling hebben naar opkomende markten, omdat de Amerikaanse, Europese en Japanse bedrijven daar al een belangrijk deel van hun omzet halen.

Een slimme belegger rekent eerst uit hoeveel procent van de omzet van zijn aandelenportefeuille al direct of indirect uit de opkomende landen komt (overigens geen gemakkelijk karwei), voordat hij beslist om nog iets extra’s in opkomende markten te beleggen. Waarschijnlijk hoeft de allocatie naar opkomende landen niet zo groot te zijn als de aanbieders van opkomende landenfondsen u willen doen geloven.

Harry Geels is econoom en directeur Research en partner bij Inmaxxa Vermogensbeheer in Naarden (www.inmaxxa.nl). Daarnaast is hij hoofdredacteur van Traders Club Magazine (TCM) en partner van de ML Finance Academy (www.mlfa.eu). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn persoonlijke mening weer.