Nieuws/Binnenland

N-bom maakte eind aan ministerschap Kruisinga

Hij was achtereenvolgens staatssecretaris van Volksgezondheid (1967-'71), van Verkeer en Waterstaat (1971-'73) en fractievoorzitter van de CHU (1973-'77). Maar de naam van Roelof Johannes Hendrik Kruisinga blijft vooral verbonden aan de paar maanden dat hij minister van Defensie is geweest en aan de neutronenbom die een einde aan zijn ministerschap maakte.

Het liefst was Kruisinga in 1977 in het eerste kabinet-Van Agt minister van Buitenlandse Zaken geworden. Maar hij moest genoegen nemen met Defensie. Slechts 2,5 maand duurde zijn ministerschap, maar in die korte periode waren de conflicten niet van de lucht. Nog voor hij goed en wel minister was, kreeg hij het al aan de stok met coalitiepartner VVD. Hij wilde niet de VVD'er Ad Ploeg naast zich als staatssecretaris, maar een vrouw. Het werd uiteindelijk een andere man, de VVD'er Wim van Eekelen.

Een paar maanden later schreef hij zijn ontslagbrief. Door zijn verzet tegen de neutronenbom kwam hij in conflict met het kabinet, dat dit nieuwe wapen niet op voorhand eenzijdig wilde afwijzen. De introductie ervan is een zaak van interne NAVO-consultatie, vond het kabinet.

De doopsgezinde 'atoompacifist' Kruisinga vond dit indruisen tegen het CDA-program, het standpunt van de CDA-fractie, de kerken en zijn eigen ideeën. De CDA-fractie is van oordeel dat deze bom niet toegevoegd mag worden aan het NAVO-arsenaal en dat Nederland zich ervoor moet inzetten dat de NAVO dit standpunt overneemt, schreef Kruisinga in zijn brief aan Van Agt. Maar van de fractie kreeg hij geen enkele steun. Ook premier Van Agt liet hem keihard vallen.

Spijt van zijn opstelling heeft hij nooit gehad. Hij is er altijd van overtuigd gebleven dat zijn aftreden, en de brief die hij naar aanleiding daarvan heeft gezonden aan VS-president Jimmy Carter, ertoe heeft bijgedragen dat de toenmalige Amerikaanse president de ontwikkeling van de neutronenbom opschortte.

Ambitieus maar onberekenbaar zijn nog de milde termen waarin over de geboren Groninger werd gesproken. Anderen noemden hem een ijdeltuit en een opportunist die met alle winden meewaaide.

Na zijn aftreden kreeg Kruisinga, die keel-, neus- en oorarts was geweest en directeur-generaal op het ministerie van Volksgezondheid, een functie bij de Wereldgezondheidsorganisatie. In politiek Den Haag was geen plaats meer voor hem. Wel kreeg hij in 1981 een zetel in de Eerste kamer, die hij 10 jaar zou houden.