1168276
Binnenland

’De behoefte aan licht en gezelligheid in een donkere periode is hetzelfde gebleven’

Warm winkelen

In ’Magisch Maastricht’ hangt door de hele stad zés ki-lo-me-ter (!) verlichte guirlande. Twee weken geleden is het aanzetten van de feestverlichting van de Bijenkorf in Amsterdam groots gevierd. Meer dan honderdduizend duurzame ledlampjes verlichten in de wintermaanden het warenhuis.

„Winkelgebieden moeten steeds meer concurreren met het internet, maar ook met elkaar. Ze móéten zichzelf aantrekkelijk maken voor bezoekers. Buitenverlichting is daar een heel goed middel voor”, zegt Frans Boekema, hoogleraar Stedelijke Economie aan de Universiteit van Tilburg.

Volgens Boekema is het mooi aankleden van een winkel of winkelstraat van alle tijden, maar doordat het consumentenvertrouwen is gedaald en online winkelen zo enorm is toegenomen, wordt de druk op de detailhandel steeds groter. „Je ziet nu gebeuren dat winkeliers en horeca-exploitanten proberen om zo veel mogelijk bezoekers naar hun stad te trekken. Waar vroeger winkelstraten tegen elkaar concurreerden, concurreren steden nu tegen elkaar. Of steden tegen overdekte winkelcentra”, legt Boekema uit.

Dat verschijnsel herkent ook Patrick Avontuur van Avontuur Thema-Vormgevers, gespecialiseerd in verlichting van de openbare ruimte en een grote speler op de markt. „Vroeger waren winkeliers vooral gericht op hun eigen straat, maar ze hebben er nu veel meer baat bij om de hele stad mooi te maken. Je kunt jouw straat wel mooi verlichten, maar als mensen daarvoor eerst door een aantal donkere steegjes moeten, trekt dat uiteindelijk ook geen publiek”, stelt Avontuur. Maastricht is hier volgens hem een goed voorbeeld van. De stad heeft de verlichting centraal geregeld, wat een mooi en sfeervol geheel geeft.

Toeters en bellen

Het is overigens wel opmerkelijk dat winkelstraten, en nu dus ook steden, in tijden dat mensen wat minder te besteden hebben, met de feestverlichting juist uitbundig uitpakken. „Ik zit al wat jaren in het vak en heb de nodige economische situaties meegemaakt. Telkens zie je weer dat als het economisch goed gaat met een land, de winkeliers de feestverlichting strak en simpel willen houden. Dat is dan chic. Maar als het wat minder gaat, dan pakken ze uit met toeters en bellen. Winkeliers willen vooral niet uitstralen dat de recessie ook in hun straat heeft toegeslagen”, lacht Avontuur.

Volgens Ineke Strouken, directrice van het Nederlands Centrum van Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed is het logisch dat de commercie inspeelt op de behoefte aan lichtjes in deze tijd van het jaar. Maar nog maar honderd jaar geleden vastten mensen nog steeds in deze periode van het jaar. „De kerk heeft die gewoonte ooit overgenomen, maar aanvankelijk was vasten gewoon een volks gebruik. In de winterperiode is er voedsel- en energieschaarste, daar moest je dus zuinig mee omgaan. Om die karige periode te kunnen overbruggen, werd een periode van licht en warmte ingelast”, vertelt Strouken. Tussen 21 december en 6 januari werden er volop kaarsen gebruikt, ging de open haard aan en gingen mensen gezellig bij elkaar zitten.

Warm gevoel

Uit oude bronnen, zoals boeken en dagboeken, blijkt volgens Strouken dat mensen daar echt behoefte aan hadden. „Arme mensen gingen in die periode zingend langs de deuren en bedelden om eten. Alleen al het lopen langs die verlichte huizen, verwarmde hun harten”, legt de directrice uit. Strouken deed twee jaar geleden nog onderzoek naar de betekenis van buitenverlichting. En wat bleek? De behoefte aan licht en gezelligheid in een donkere periode is eigenlijk hetzelfde gebleven. „De functie van de verlichting is wel veranderd, want we hebben geen schaarste meer. Maar mensen krijgen nog steeds hetzelfde warme gevoel als ze door een mooi verlichte winkelstraat lopen”, ondervond Strouken.

Verduurzaming

Avontuur ziet dat steeds meer winkelgebieden er dan ook voor kiezen om die ’verwarmde’ periode wat eerder in het seizoen te laten beginnen. „Gemiddeld genomen zie je nu dat half november de verlichting aangaat. Sinterklaas zorgt er vaak voor dat de kerstverlichting pas na 5 december kan worden opgehangen. Maar langzaamaan zie je dat sinterklaas en Kerstmis best door elkaar heen mag lopen. Ik denk dat de verlichting binnen nu en vijf jaar begin november overal hangt”, zegt Avontuur. En niet alleen de populariteit van de Kerstman zorgt voor die trend, ook de verduurzaming van buitenverlichting speelt een grote rol. Avontuur: „Voor de komst van ledverlichting waren winkeliers grote bedragen kwijt aan de energierekening, om al die verlichting te laten branden. Maar door de energiezuinige verlichting die we nu gebruiken, spelen die kosten nauwelijks een rol meer. Ik zie eigenlijk geen reden waarom we ons niet wat langer zouden laten verwarmen door feestelijke verlichting.”