Nieuws/Binnenland
1171959
Binnenland

De zonnige driehoek

Stralend Sicilië

Het eiland Sicilië, gescheiden van het vasteland door de slechts drie kilometer brede Straat van Messina staat bekend om lekkernijen als een rijstbal met vlees of broodjes met ijs; de mythe van de maffia en de vulkaan Etna. Het is een geliefde pleisterplaats bij de vakantieganger die er uitstekend kan kamperen. De Reiskrant nam de proef op de som op camping El Bahira.

De parkeerplaats langs de kustweg in San Vito Lo Capo stroomt vol mensen. Het is een paar minuten voor acht en zoals elke avond vult deze plek zich met mensen die naar de prachtige zonsondergang komen kijken. Terwijl het hemellichaam langzaam in de Middellandse Zee zakt, scheppen twee blusvliegtuigen tegelijkertijd water uit diezelfde zee om een brand te bestrijden die woedt bovenop de rotsformaties achter onze rug. Een doodnormale zaak hier in zuidelijk, zonnig Sicilië.

„De zonsondergang krijg je op dit eiland elke dag cadeau”, vertelt Colin Martin, onze gastheer van kampeerorganisatie Eurocamp. „Om de branden hoeft niemand zich zorgen te maken, dat gebeurt regelmatig door de droogte, maar blijven op veilige afstand bovenop de rotsen. Maar je moet op Sicilië natuurlijk geen brandende sigaret uit de auto gooien”, vervolgt Martin, „want zo nat als het bij jullie in Nederland is, zo droog is het hier. Nergens anders in Europa schijnt de zon zoveel uur per jaar als op Sicilië, meer dan 2500 uur per jaar.” We hebben het even opgezocht, maar dat zijn er zeker 1000 meer dan in Nederland…

 

We hebben ons geïnstalleerd op El Bahira, een middelgrote camping met privéstrandje en zwembad aan de noordkust van Sicilië; in het plaatsje San Vito Lo Capo. Onze verblijfplaats en uitvalsbasis voor de eerstkomende twee weken is een stacaravan op nog geen minuut lopen van het strandje.

Een typisch Italiaanse camping waar we na enig zoeken één ander Nederlands gezin vinden, de familie De Nooijer uit Amsterdam. Bas, Elin en de kinderen Fynn en Yrsa staan met een klein tentje op een schaduwrijke plek. „We reden langs deze camping en stopten voor de mooie zonsondergang”, zo vertelt Elin. „Toen we het mooie strandje zagen, hebben we gelijk onze tent opgezet.” De familie De Nooijer is, net als wij, met het vliegtuig gekomen en heeft daarna een auto gehuurd.

Snorkelen met lood

Op de vraag of ze geen problemen hadden om binnen het aantal toegestane bagagekilo’s te blijven met alle campingspullen antwoordt Bas, hoofdinstructeur bij de Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging, lachend: „Welnee joh, totaal niet. We hebben zelfs zeven kilo aan lood mee! We houden van snorkelen, hebben dus onze eigen snorkelspullen mee, waaronder het lood. Er was nog genoeg plek in de tassen voor de tent, en de stoeltjes, borden en bestek. Tot de koffiepot aan toe. We hebben niet veel kleding mee, want het is hier toch alle dagen prachtig weer.”

De overige campinggasten zijn vrolijke Italiaanse ouders en grootouders die de hele dag in de weer zijn met hun kinderen. Een volk, zo wordt ons deze dagen duidelijk, gek op muziek en dansen. Mits het voor enen en na vieren in de middag is; tijdens siësta is het doodstil en gaat alles potdicht, zelfs het zwembad.

 

Niet alleen de camping gaat op non-actief tijdens deze uren, ook in Erice, het nabij gelegen stadje, kun je een kanon afschieten.- Dit plaatsje bezoek je dan ook het beste in de ochtenduren, zo wordt ons duidelijk. Erice stamt uit de middeleeuwen en ligt 751 meter hoog op de top van de Monte San Giuliano. Het is een van de oudste stadjes van het eiland, gesticht door de Elymiërs en er zijn zelfs nog delen van de Carthaagse stadswal overeind gebleven. Een autovrije stad met adembenemende vergezichten en wel zestig kerken.

We gaan de berg omhoog met een gondeltje, genietend van het uitzicht. De gezellige straatjes met oude keien zijn smal en het barst hier van de souvenirwinkels en bakkerijtjes. De bekendste van deze plaats en misschien wel van het hele eiland, is Pasticceria Maria Grammatico. Voor de amandelkoekjes van deze oude dame komen de gasten van heinde en verre. Maria leerde het vak van de nonnen in het klooster waar ze terechtkwam op 11-jarige leeftijd. Deze dame, die straatarm en met niets meer dan een enkel oventje begon, is uitgegroeid tot een begrip op Sicilië. Tekort aan klanten heeft ze niet, er staat een lange rij voor de toonbank, maar de amandelkoekjes zijn het wachten meer dan waard. We zijn duidelijk niet de enige toeristen die, al snoepend uit het zakje vol zoetigheden, door de straten van Erice lopen.

De uitzichten van Trapani

Ook leuk om te doen: met een gondel de berg op. Eenmaal op de top heb je een geweldig uitzicht over Trapani. De oude stad, ooit gesticht als haven van Erice, is het belangrijkste economische centrum van West-Sicilië en ligt onderaan de Monte San Giuliano. Trapani, waar het beste zout van Sicilië vandaan komt, kent nog niet veel toeristen, maar de haven en het in barokstijl gebouwde centrum zijn zeker de moeite waard. Tip: neem een Nederlands-Italiaans woordenboekje mee, hier spreekt niemand Engels.

De strandtenten zijn, in tegenstelling tot de stad zelf, ontzettend hip. Ook hier wordt muziek gedraaid met de volumeknop op tien en kun je tot ver in de zee meedeinen op swingende Italiaanse nummers. Na een paar dagen maken we een uitstapje naar de oostkust met als missie de vulkaan Etna en de stad Catania. De tocht van west naar oost neemt zo’n vier uur in beslag, terwijl het uitzicht gaandeweg verandert van dor en geel in vruchtbaar groen. Hoe dichter we in de buurt komen van de nog steeds actieve vulkaan, hoe meer fruitbomen het landschap sieren. Hoe hoger we komen, hoe meer druiven worden geteeld. Nog hoger groeien jeneverbes-struiken en kastanjebomen.

 

De Etna is met zijn ongeveer 3.350 meter (de hoogte verandert na elke uitbarsting), de hoogste vulkaan van Europa. Bovendien behoort hij wereldwijd tot één van de actiefste. Om deze status eer aan te doen, vond er een week voor ons bezoek een uitbarsting plaats. Geen voorpaginanieuws: er raakte niemand gewond en er werd niets verwoest. Anders dan in 1983, 1985, 2001 en 2002. Tijdens deze uitbarstingen verwoestte de lavastroom de toeristische faciliteiten zoals de cabinebaan en de skilift (in de winter kan er worden geskied op de hellingen van de Etna). Keer op keer werd alles weer opgebouwd. De grootste uitbarsting vond in 1669 plaats en verwoestte een groot deel van de stad Catania.

Het eerste stukje kun je omhoog rijden met je eigen auto. Dan is er een grote parkeerplaats waar het stikt van de winkeltjes waar spullen verkocht worden met lavasteen erin. Verder omhoog kan met de kabelbaan, die tot 2600 meter gaat. Daarna kan er een jeepexcursie worden geboekt (een dure aangelegenheid) of kun je te voet de Etna op.

Helemaal op de top kom je echter nooit, maar het blijft een bijzondere ervaring. Lopend (geen teenslippertjes) over het zwarte gesteente, waan je je op een andere planeet.

Meer Sicilië? Bekijk de diavoorstelling vol extra foto's!

Reiswijzer:

Rechtstreeks vliegen naar Sicilië is mogelijk. Transavia en KLM vliegen allebei direct naar Palermo en Catania. Op het vliegveld van Palermo bieden verschillende maatschappijen auto’s te huur aan.