Nieuws
1173652
Nieuws

Nee-hee

En zo zitten we midden in weer een nieuwe fase. Helaas is het niet zo'n hele gezellige dit keer. Want hoewel het geen negatieve fase is, voelt het wel zo. Voor het eerst in de ruim tien maanden dat ze nu bij ons is, moeten we echt opvoeden.

Tot nu was het vooral leuke dingen doen, verzorgen en stimuleren. En dat doen we natuurlijk nog steeds, maar er is wel iets veranderd. Want niet alles is meer goed of leuk. We zitten kortom, midden in de nee-fase.

Er ligt genoeg speelgoed op de grond. De blokken, waarmee je een toren kunt bouwen om die vervolgens gierend van de lach om te gooien. Of de ringen, die je om de poten van het krukje dat op z'n kop ligt kun doen. De boekjes van Nijntje en Bibi de bij, waar je je tanden lekker in kunt zetten. En als je niet wilt spelen is er ook genoeg te doen. Kruipend de poezen achtervolgen, of je persoonlijk record op de shuttle-run langs de rand van de bank verbeteren. In je handen klappen of even lekker knuffelen. Ja, lekker knuffelen, want dat vindt papa zo fijn.

Cato doet al deze dingen ook wel, maar haar voorkeur gaat toch uit naar andere dingen. En ze weet donders goed wat voor dingen het zijn, want vlak voordat ze wil gaan doen wat ze van plan is kijkt ze met een ondeugende blik even achterom. Alsof ze het pas wil doen nadat ik nee heb gezegd. Wat ik ook elke keer zeg. En dan doet ze het toch. Het snoer van de lamp pakken, aan het ijzeren kastje met de scherpe randen staan of keukenkastjes opentrekken.

Deze nee-fase is een heel andere dan die waar ik wel eens iets over heb gehoord en gelezen. Die begint zo rond het tweede jaar, waarin een kind een eigen identiteit zoekt en duidelijk wil maken dat het een eigen persoonlijkheid heeft. En dat uit zich in alleen maar nee zeggen, op welke vraag dan ook. Maar nu zijn wij het dus die dat de hele tijd, of toch in ieder geval vaak, doen. En dat voelt een beetje gek.

Natuurlijk moet het, hoort het bij opvoeden. We moeten grenzen aangeven en duidelijk maken wat ze niet mag. Regels maken zorgt voor een gevoel van veiligheid, las ik ergens. Dat zal allemaal wel, maar ik kan me ook heel goed voorstellen dat het helemaal niet leuk is om de hele tijd nee te horen. Ze snapt het woord wel, want ze reageert erop en langzaam maar zeker ook op de juiste manier, maar ze begrijpt nog niet waarom ze bepaalde dingen niet mag. Ik leg het haar wel uit, vertel over de gevaren en dat ze zich pijn kan doen, maar weet zij veel? Ik ben erg voor leren van je fouten. Doe het maar, laar het maar mis gaan. Val maar en sta weer op. Maar als je tien maanden bent dan ken je de risico's nog niet. En dus zeg ik nee, nee en nog eens nee.

Gelukkig is ze stronteigenwijs en luistert ze niet altijd, waardoor ze ongetwijfeld nog vaak genoeg valt en aan den lijve ondervindt waarom ze dingen niet mag. Een paar dagen geleden kroop ze immers voor de zoveelste keer naar de glas in looddeur. ‘Neenee,’ zei mijn vriendin. Cato draaide haar hoofd om, trok haar grootste grijns en brabbelde grijzend: ‘Jaja.’ En deed het toch.