Nieuws/Binnenland
1174816327
Binnenland

EMA: coronavaccin Pfizer/BioNTech geschikt voor kinderen vanaf 12

AMSTERDAM - Voor het eerst is een coronavaccin in de Europese Unie goedgekeurd voor het inenten van jongeren van 12 jaar en ouder. Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) oordeelt dat het vaccin van Pfizer/BioNTech veilig aan hen kan worden toegediend. De Europese Commissie moet daar wel nog formeel toestemming voor geven. Of jongeren vanaf 12 jaar in Nederland ook gevaccineerd zullen worden tegen corona, heeft het kabinet nog niet besloten. De Gezondheidsraad werkt aan een advies daarover.

Het vaccin van het Amerikaanse Pfizer en het Duitse BioNTech was eerder al goedgekeurd voor gebruik vanaf 16 jaar. In ons land wordt het vooralsnog alleen gegeven aan jongeren van 16 en 17 jaar die door bepaalde medische factoren een verhoogd risico lopen om ernstig ziek te worden als ze het coronavirus oplopen.

Van de ruim duizend jongeren die tijdens klinisch onderzoek werden gevaccineerd met Comirnaty, zoals het vaccin ook wel wordt genoemd, kreeg er niet één Covid-19. In de controlegroep die een placebo kreeg, een nepvaccin, werden zestien coronabesmettingen geconstateerd. Daarmee is de effectiviteit op papier 100 procent. In de praktijk gaat EMA ervan uit dat het vaccin ergens tussen de 75 en 100 procent bescherming biedt. Geen van de jongeren kreeg ernstige bijwerkingen na de twee prikken. Daarbij tekent de toezichthouder aan dat slechts een beperkt aantal kinderen het vaccin heeft gekregen. Zeldzame bijwerkingen komen vaak pas naar voren als grote aantallen mensen een middel krijgen.

Een woordvoerder van de Gezondheidsraad kon vrijdag nog niet zeggen wanneer het volgende advies over het vaccineren van minderjarigen zal verschijnen. In april stelde het adviesorgaan een lijst op van aandoeningen die reden zijn om 16- en 17-jarigen wel alvast te vaccineren. Daar ging het kabinet in mee. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen die lijden aan bloedkanker of neurologische aandoeningen die de ademhaling dwarszitten. Ook jongeren met het syndroom van Down en morbide obesitas komen in aanmerking. Verder worden vaccins vrijgemaakt voor jongeren die een transplantatie hebben gehad of daarop wachten.

Als hoofdreden om gezonde 16- en 17-jarigen vooralsnog niet te prikken, noemde de Gezondheidsraad in het laatste advies de schaarste aan vaccins. „Zolang er schaarste aan vaccin is, blijft de commissie bij haar eerdere adviezen om allereerst ouderen vanaf 60 jaar te vaccineren, omdat zij het hoogste risico hebben op ernstige ziekte en sterfte”, klonk het toen.

Onder deskundigen woedt nog discussie over de vraag of het wenselijk is om gezonde jongeren te vaccineren. Zij hebben zelf immers weinig te vrezen van het virus. „In verreweg de meeste gevallen is er sprake van milde symptomen, zoals neusverkoudheid en hoesten”, schreef de raad daarover. Een argument om jongeren tóch te vaccineren is dat zij het virus anders kunnen blijven verspreiden. Als meer mensen worden geprikt, blijft er ook minder ruimte over voor het virus om te blijven circuleren. Vaccins beschermen bovendien niet voor 100 procent. Als het virus blijft rondgaan onder jongeren, kan ook een deel van de mensen die wel zijn gevaccineerd toch weer besmet raken.